Wegen en omwegen van Nescio-vertaling 1

In NRC Handelsblad van 1 oktober wordt aandacht besteed aan het uitkomen van een Franse vertaling door Danielle Losman van het werk van Nescio bij Gallimard onder de titel `Le pique-assiette et autres récits'. Daarbij wordt ook verhaald hoe deze uitgave langs allerlei wegen en omwegen, en met een vertaalsubsidie van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds (NLPV) in de laatste jaren tot een goed einde gebracht is.

Er is ook een oudere voorgeschiedenis. Toevallig, namelijk los van deze publicatie, bladerde ik dezer dagen in het kwartaalschrift van de toenmalige Stichting tot Bevordering van de Vertaling van Nederlands Letterkundig Werk, die in 1955 was opgericht en waarvan het NLPV de huidige opvolger is geworden.

Dit kwartaalschrift kwam uit in twee versies: een Engelstalige onder de titel Writing in Holland and Flanders, en een Franstalige onder de naam Le Courrier Littéraire des Pays-Bas et de Flandre. Het blad beoogde Nederlandstalig werk aan de buitenlandse uitgever te brengen en bevatte daarom analyses en samenvattingen, alsook korte vertaalde fragmenten van het werk van veel van onze auteurs. Het is misschien aardig om te weten dat Gerard Reve een centje bijverdiende door de typografie ervan te verzorgen.

De meeste van de introducties en beschouwingen waren al dan niet onder pseudoniem geschreven door de directeur van de stichting, J.J. Oversteegen. Dat ik zijn blad nog eens nasloeg was omdat op 30 september een aan hem gewijd nummer van het literaire tijdschrift Parmentier feestelijk werd gelanceerd.

In nummer 11 van december 1961 van het kwartaalblad van de stichting met de lange naam wordt het werk van Nescio besproken en voorzien van een Engelstalig fragment. Helaas beschik ik alleen over de Engelse variant ervan, maar ik veronderstel dat er ook een Franse variant bestaat. De `pique-assiette' heet hier `the sponger'.

Over de bemoeienissen van Oversteegen, die `handelsreiziger in literatuur' zoals hij zichzelf noemde, met het onderbrengen van Nescio in het buitenland en over zijn contacten met de schrijver en diens ega vindt men een vermakelijk hoofdstuk in zijn nog net niet postuum verschenen herinneringen, onder de titel: `Etalage, Uit het leven van een lezer' (1999). Of deze activiteiten ook een bijdrage hebben geleverd aan de huidige publicatie bij Gallimard kan ik niet beoordelen. Maar dat het geduldige werk van onder meer deze stichtingen en fondsen niet zonder vrucht blijft mag een aansporing zijn dit cultuurbeleid niet te laten opdrogen.