Verraden door het moederland

In landen waar Nederlanders wonen bloeit een vorm van rebelse saamhorigheid. Die richt zich tegen het nieuwe zorgstelsel, waaraan de Eerste Kamer afgelopen dinsdag haar zegen gaf. Alles is nu duidelijk en niets kan de invoering op 1 januari tegenhouden.

Hoewel? De in het buitenland wonende Nederlanders zijn nog niet zover. Daar is de zorgrust verstoord en voelt men zich verraden door de politici in het moederland. Men organiseert bijeenkomsten, roept op tot verzet, klaagt over de hogere premies en de gebrekkige informatie van de overheid en verzekeraars en meent (ten onrechte) dat het tij nog te keren is. Een enkeling dreigt zelfs terug te keren naar Nederland, omdat de zorg hier straks beter (betaalbaar) is dan in het land waar men nu woont, maar daar ligt de minister niet wakker van.

Dus rest er maar één uitweg: je verdiepen in het nieuwe stelsel en kijken wat de gevolgen zijn voor je (financiële) situatie. Zijn die onredelijk, dan zijn er vast meer verzekerden die daar onder lijden. Dan heeft het zin om samen een met argumenten omkleed beroep te doen op politici.

Het heeft geen zin om te schelden op alles en iedereen. Op dit punt veranderen Hollanders niet, hoe lang ze hier ook weg zijn en waar ze ook zitten. Zo blijkt uit de e-mailreacties (zie www.wereldexpat.nl) op het recente interview met minister Hoogervorst in een uitzending van BVN televisie (www.bvn.nl), het station voor Nederlanders in het buitenland. Er is niemand die eens onomwonden en eerlijk zijn huidige en verwachte situatie uiteenzet en aantoont waar de pijn zit.

Een kostbaar alternatief is de rechtszaak die gepensioneerden in met name Frankrijk willen aanspannen (zie www.inclnegep.nl) tegen de Nederlandse staat. En dat tegen 300 euro per uur, exclusief btw en opslag kantoorkosten, die hun advocaat rekent. Een uitspraak in hoogste instantie neemt gauw vijf tot tien jaar in beslag, want de staat heeft geld genoeg om lang te procederen. De club kan zijn geld beter besteden aan een heldere analyse van een zorgdeskundige en diens conclusies voorleggen aan de politiek.

Wie valt er onder de nieuwe wet? De Zorgverzekeringswet (zie www.denieuwezorgverzekering.nl) legt een verzekeringsplicht op aan iedereen die verzekerd is ingevolge de AWBZ. Iedereen die legaal in Nederland woont (ongeacht leeftijd of nationaliteit) wordt verplicht om een verzekering tegen ziektekosten te hebben, behoudens enkele uitzonderingen.

De Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt bij de Europese Commissie aangemeld als wet in de zin van verordening 1408/71. Daaruit kan voortvloeien dat mensen die buiten Nederland wonen, maar hier werken en loonbelasting betalen toch onder de Zvw vallen en onder de AWBZ, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Daarnaast zijn er mensen die niet in Nederland werken, maar een Nederlands pensioen ontvangen en door 1408/71 recht hebben op zorg op kosten van Nederland. Hiertegenover is bepaald dat de staat die deze kosten moet betalen (Nederland), daarvoor een premie mag vragen. De inkomensafhankelijke bijdrage wordt op dezelfde wijze geheven als bij mensen die hier wonen.

De sociale verordeningen schrijven voor dat de zorg waarop iemand recht heeft, wordt verleend volgens de regels van het land dat deze zorg verleent. Dus een Nederlandse verzekerde die woont of verblijft in bijvoorbeeld Frankrijk, krijgt van de Franse ziektekostenverzekering medische zorg overeenkomstig de wetgeving daar. De kosten komen ten laste van de Nederlandse zorgverzekering.

Mensen die in het buitenland wonen en op grond van een met een ander land gesloten verdrag of 1408/71 recht hebben op deze zorg, moeten zich registreren bij het CvZ, het College voor Zorgverzekeringen. Dat College regelt met het andere land de afwikkeling van de kosten.

Dit is een marktneutrale oplossing waarbij, qua premie die men moet betalen, de winstcomponent buiten beschouwing blijft. Een voordeel is ook dat buitenlandse zorgverleners en verzekeraars een uitstekende zorg kunnen verlenen aan Nederlanders: het CvZ betaalt immers alles. Daar hoor je onze ex landgenoten niet over. En de buitenlandse instanties weten het nog niet.