Verlaten

Waarom nog lijden aan Oranje als je alles hebt gehad? Als je de hymne niet eens uit het hoofd kent. Als je beste vrienden bij het grof vuil zijn gezet. Als de rijsttafel is vervangen door een droge sudderlap.

Wat zoek je nog bij het Nederlands elftal als jou amputatief de aanvoerdersband is ontnomen? Als de Babeltjes en de Vlaartjes aan Marco vragen: ,,Wie is die meneer?'' Als je zelfs tegen een Tsjechisch B-elftal op de bank zit.

Ik zou het graag van Edgar Davids horen, maar Edgar is niet zo'n prater. Hij spuugt de (zeldzame) woorden uit als een kwade vlieg. Edgar zou een fantastische captain zijn in een doofstommenelftal. Het leven gaat achter langs de grimassen.

Dat Davids het zwaar heeft konden we deze week zien, in Katwijk en omstreken. Heel zwaar. De vernedering was hem in het gezicht gekropen. Dat hij zich nu wél door verslaggevers naar de kant liet roepen voor een interview is een veeg teken. Nou ja, interview? Edgar zei op alle vragen ja en nee en maakte zich bijna onverstaanbaar toen hij ter afronding mompelde dat het een eer is om voor Nederland te voetballen. Dat zinnetje had Van Basten er ingelepeld.

In hun glorietijd bij Ajax hebben ze geen twee woorden met elkaar gewisseld, Davids en Van der Sar. Andere culturen, andere gevoeligheden, andere hitte. Nu zitten ze na het avondeten zwijgend in de sigarenkamer van Huis ter Duin. Met hun tweetjes. Terwijl de andere jongens een kamer verder luidruchtig aan het klaverjassen zijn.

Het wordt nog erger: Edwin valt in slaap. Keepers zijn goeie slapers. Edgar begint aan een studie van de engeltjes aan het plafond, maar hij kan zijn gedachten er niet bij houden. Op zijn tenen sluipt hij sigarenkamer en hotel uit, het strand tegemoet.

Noordwijk in oktober, even over tien.

Daar staat hij dan op het strand. Helemaal alleen, zonder windjack. Niemand die zegt: ,,Kijk uit Edgar, vat geen kou.'' De zee galmt haar lied van verlatenheid. In de verte valt een kastanje. Edgar zoekt, maar wat hij precies zoekt weet-ie ook niet. De moederpoes misschien? Dick, Guus en Louis kunnen het niet zijn. Die is hij in zijn stroefheid jaren geleden al ontgroeid. O, wat zou hij graag de lach van Patrick horen of het gehinnik van Clarence. Bellen heeft geen zin: in Milaaan en Valencia is het stilaan discotime. Had hij destijds Sjakie Wolfs maar niet zo ostentatief genegeerd, hij zou de schouderklop van de oud-materiaalman nu goed kunnen gebruiken.

Edgar Davids schreeuwend om een strelinkje van wie dan ook.

De volgende ochtend houdt de treurigheid niet op, Lekker ontbijten is er niet bij. Vlaar, Kromkamp en Nigel de Jong stoeien met hun uitsmijters liederlijk langs en over de veteraan heen. En dus wordt het weer Edwin van der Sar, om zwijgend tegenaan te kauwen.

Edgar Davids, zo verliefd op bal en man en letterlijk uitgewoond bij Oranje. Toch wil hij er nog graag bij zijn, nu en straks in Duitsland. Waarom in godsnaam? Voor vlag en vaderland hoeft hij het niet te doen. Voor zijn handelswaarde ook niet. De charme van het Zwarte Woud kan het niet zijn. Daar is hij te veel stedeling voor. Gekwetste eigenliefde, is dat de motor van zijn overjarigheid? Dan is de prijs wel heel hoog: herfst op het veld, herfst in de groep, herfst in het hotel, herfst in gemoed. Een mooie carrière die letterlijk verwaait.

Van Edgar Davids is bekend dat hij zich graag aandient als estheet. Aan die flank van zijn wereldse zijn heeft het Nederlands elftal weinig toe te voegen. Oranje is een vuile kleur en de KNVB is veel te krenterig om Bikkembergs in te huren. Op zijn leeftijd red je het ook niet met alleen maar een zonnebril. Kortom, de aanjagende middenvelder is in vele opzichten zijn eigen misverstand geworden.

Ik hoop dat hij in Praag een invalbeurt krijgt. Al was het maar voor de illusie alsnog uit een genadeloze verlatenheid te kunnen treden. Als ik Davids was, zou ik het daarbij laten. Drie weken lang, dag na dag, moeten zien hoe de laatste verwante, Edwin van der Sar, in een sigarenkamer in het Zwarte Woud in slaap valt, is dodelijk. Dan wordt herfst een tweede huid. Dan is alle leven weg.

Blijf lekker in Londen, Edgar. Martin Jol weet ook weinig van salsa en samba, maar hij waakt wel over de gekwetste eigenwaarde van zijn spelers. Hij is nog van de schouderklop.