`Talent moet juiste balans vinden'

Het Nederlandse tennis wacht al jaren op een nieuwe generatie succesvolle profs. Rohan Goetzke, de nieuwe bondscoach van Jong Oranje, hoopt het tij te keren. ,,Het `ja-maar' moet ik eruit snijden.''

Rohan Goetzke roept de zeventienjarige Thiemo de Bakker bij zich voor een kleine serviceoefening. De oud-profs Richard Krajicek en Jan Siemerink kijken in het nationale tenniscentrum van Almere op de baan toe hoe de nieuwe bondscoach van Jong Oranje zich ontfermt over één van Nederlands grootste talenten. Het was dezelfde Goetzke die Krajicek en Siemerink aan het begin van hun profloopbaan bijstond met wijze raad.

Krajicek groeide met de Australiër als zijn privé-coach uit tot Wimbledonkampioen en Siemerink reikte tot de veertiende plaats op de wereldranglijst. Ze maakten samen met Paul Haarhuis en Jacco Eltingh deel uit van een gouden tennisgeneratie. De opvolging laat al jaren op zich wachten. Al hebben de huidige talenten De Bakker, Robin Haase, Igor Sijsling en Antal van der Duim al gekscherend geroepen dat ze ,,de vier musketiers'' van de toekomst zijn. Goetzke, sinds 1 oktober bondscoach van Jong Oranje, heeft zichzelf de taak opgelegd talenten zo snel mogelijk naar de tophonderd te brengen.

De Nederlandse tennisbond (KNLTB) zag vorig jaar al in Goetzke de ideale opvolger voor de aan de kant geschoven Michiel Schapers. De coach had het echter destijds nog te druk met de begeleiding van de Kroatische prof Mario Ancic. Dit voorjaar bleek Goetzke wel beschikbaar. ,,Ik heb jaren achtereen 35 weken per jaar gereisd. Ik was toe aan iets anders, maar ik wilde het tennis niet loslaten'', legt Goetzke uit. ,,Ik hou ervan met jonge spelers te werken. We hebben hier bij Jong Oranje een groep met potentie. Ik wil er voor zorgen dat ze hier in Almere een goede basis hebben waar ze altijd op terug kunnen vallen. Ik wil een bepaalde ambiance creëren. Ik hou van simpele regels. Zo trainen we op vaste tijden. Duidelijkheid is belangrijk.''

Goetzke is in de eerste week onder de indruk geraakt van het niveau van de meeste jongelingen. ,,Het zijn allemaal goede tennissers die de bal uitstekend kunnen raken'', stelt Goetzke. ,,Maar ze zullen moeten beseffen dat juniorentennis anders is dan het profcircuit. In de jeugd kom je met sommige dingen weg. Dat is nu voorbij. Ze moeten nu ook mentaal tonen dat ze er klaar voor zijn. Ik hoor nog vaak `ja maar' als er wat wordt gezegd. Dat zal ik eruit moeten snijden. `Ja maar' is een excuus. Het is niet goed om je te verschuilen achter iets. Ik weet niet of dat typisch Nederlands is. Misschien hebben de jongeren dat overal wel.''

Goetzke heeft er geen echte verklaring voor dat de Nederlandse tennisopleiding na de gouden generatie nog maar sporadisch een prof wist af te leveren. ,,Je hebt de huidige generatie met profs als Sjeng Schalken, Raemon Sluiter en Martin Verkerk. Die spelers hebben nu met blessures te kampen. Daarna is er een periode van grote droogte ingetreden. Maar daar komt nu verandering in. De structuur is de laatste jaren sterk verbeterd. Er staat nu weer een talentvolle groep klaar. Die talenten waren al lang goed bezig voordat ik hier kwam. Ze moeten nu de juiste balans zien te vinden. Ik hoop ze nu verder te kunnen brengen.''

Oud-profs al Krajicek en Siemerink zouden in de ogen van Goetzke veel kunnen betekenen voor de nieuwe generatie, maar hij is zich ervan bewust dat ze slechts sporadisch in Almere aanwezig kunnen zijn. ,,Nee, ik ga geen vaste afspraken met ze maken'', zegt Goetzke. ,,Ik zie het als een mooie bonus wanneer Krajicek, Siemerink en iemand als John van Lottum hier komen trainen met de jongeren. Maar ik kan echt niet verwachten dat ze hier steeds komen. Zo werkt het niet.''

Het blijkt dan ook vooral toeval te zijn dat Goetzke op zijn vierde werkdag al hulp krijgt van Krajicek en Siemerink. De twee voormalige profspelers nemen tijdens de training samen De Bakker onder handen. Als Siemerink tijdens een partijtje het heilige vuur mist bij het zeventienjarige talent probeert hij hem op te peppen door zijn racket op de grond te smijten. En ook Krajicek loopt vloekend over de baan als hij een punt verliest. De Bakker blijft stoïcijns. ,,Ik mis soms dat fanatisme bij de jongens'', stelt Siemerink. ,,Je moet soms een beetje gemeen zijn. En dat bedoel ik niet negatief.''

Zowel Krajicek als Siemerink is vol lof over de aanstelling van Goetzke. ,,Daarmee heeft de bond een grote stap gezet'', prijst Krajicek zijn voormalige coach. ,,Van hem nemen ze bepaalde dingen eerder aan. Hij heeft zoveel ervaring. De huidige talenten hebben zeker mogelijkheden. Het zal vooral van hun instelling afhangen of ze het redden.''

Siemerink: ,,Goetzke is iemand die tennissers vooral zelf veel laat doen. Of de huidige talenten het gaan halen is moeilijk te zeggen. Ik weet wel dat er nu in Nederland heel veel tennissers rondlopen die zichzelf prof noemen, maar dat in mijn ogen totaal niet zijn. Dat ben je pas als je alles uit jezelf weet te halen. Ik trainde in mijn tijd vier uur per dag en deed daarna nog een uur conditietraining. Dat zie ik ze nu niet meer doen.''

Goetzke moet een beetje lachen als hij wordt geconfronteerd met de woorden van Siemerink. ,,Jan is vergeten hoe hij zelf was toen hij nog maar zeventien jaar oud was. Net als hij toen zullen de huidige talenten nog veel moeten leren willen ze slagen.''