SIGUR RÓS

(), de vorige cd van het wonderlijke IJslandse gezelschap Sigur Rós, was nog net niet zo leeg als die titel deed vermoeden. Maar vergeleken bij voorganger Ágaetis Byrjun was het een wonderlijk vlakke aangelegenheid, die onder een magisch schijnend oppervlak weinig substantie vertoonde.

Takk is heel anders van opzet. Er zit meer actie in de muziek, meer dynamiek in de arrangementen. Als in het vijfde nummer Sé Lest ineens een brassband door het geluidsbeeld komt marcheren, treft dat niet eens als een verrassing, maar als een welkome afslag in de opmerkelijk afwisselende herfstwandeling die Takk blijkt te zijn.

Een metalige, in piepende feedback wentelende gitaar kan dan ook rustig ingebed worden in een warme strijkerspartij, leert het intro van Gong. Het heftigst treft toch weer de stem waarmee zanger Jon Thor Birgisson zijn woorden brengt: in een zelfbedachte taal of in het IJslands, het blijft wonderbaarlijk exotisch. Net als die hoge stem, zachter nog dan de gemiddelde kopstem: de stem waarmee sprookjeswezens zouden zingen, als ze echt bestaan. Wat allemaal niet wegneemt dat Takk af en toe aardig op de zenuwen werkt, maar Sigur Rós blijft een bijzonder ensemble in de hedendaagse popcultuur.

Sigur Rós: Takk (EMI)