Scheepsrecht

Van alle Jamaicaanse artiesten en hitmakers is Sean Paul wel een van de lichtst gekleurden. Zwart, Portugees en Chinees bloed geven Paul (eigenlijke achternaam: Henriques) een bijna niet te definiëren raciale identiteit: een vleesgeworden smeltkroes, een voorloper van een algehele stedelijke integratie van rassen, klassen en kleuren. Of daarin de reden van zijn wereldwijde succes (aantal keren dat zijn vorige cd Dutty Rock langs de kassa ging: zes miljoen) ligt is de vraag. Maar als dat een rol speelt, is het niet de enige factor. Want Sean Paul kan wel wat.

Met zijn grootste hit tot dusverre, `Gimme The Light', zette hij het aanstormende Jamaicaanse dancehall-geluid nog even wat steviger op de kaart. Het was een variatie op de bekende, veelvuldig toegepaste begeleidingspartij Diwali-riddim, dat met zijn lichtjes oosterse inslag een soortgelijke universele aantrekkingskracht kent als Sean Pauls veelkleurige raciale identiteit. Met `Baby Boy', zijn hitduet met superster Beyoncé, vergrootte hij die globale attractiewaarde nog eens flink.

Met zulke kassarinkelende argumenten in het achterhoofd is het eigenlijk verrassend dat The Trinity (inderdaad, Sean Pauls derde) toch nog behoorlijk trouw is gebleven aan het oorspronkelijke dancehall-geluid. Het aantal gasten van buiten Jamaica blijft zeer beperkt, de overlap met r&b wordt niet overdreven. Producers als Donovan Bennett (die zich door Sean Paul snoeverig Don Corleone laat noemen) en Steven `Lenky' Marsden (de schepper van het Diwali-riddim) leveren opwekkende beats aan, waarop Sean Paul uitgebreid zijn zegje doet.

Wie vanuit het hitalbum Dutty Rock doorstroomt naar deze plaat zou dus even kunnen schrikken, al staan er beslist een paar instant-hits op. De duetten met Nina Sky (`Connection') en Tami Chynn (`All On Me') schreeuwen om een gang naar het dak van de hitparade, waar `We Be Burning' zich al comfortabel genesteld heeft. De kracht van dat nummer, een juiste dosering van pakkende, melodieuze elementen, ontbreekt een beetje op de rest van dit album. Dat zelfs Marsden er niet in slaagt om dat Diwali-riddim van hem te evenaren is nog wel te billijken, maar niet alle beats stijgen boven een wat formulematige opzet uit, helaas. Niettemin valt Sean Pauls vasthoudende gang naar zijn dancehall-roots te prijzen en is er in dat licht nog genoeg te genieten op dit driemaal-is-scheepsrecht-album.

Sean Paul

The Trinity

(VP Records, distr. Warner)