Plesiosaurus zocht met lange nek schelpdieren op de zeebodem

Plesiosaurussen, zeedieren die verschenen aan het einde van het Trias (circa 220 miljoen jaar geleden), gebruikten hun zeer lange nekken om dichtbij de zeebodem te jagen op weekdieren (Science, 7 okt). Colin McHenry van de universiteit van Newcastle in Australië en zijn collega's analyseerden de maaginhoud van twee fossielen die zijn gevonden in de Australische provincie Queensland. Een van de exemplaren stierf met een maag vol tweekleppige schelpdieren en slakken. De andere had stukjes van kreeftachtigen in zijn maag, maar ook een vissenschub. Beide dieren hadden ook stenen in hun maag, de onderzoekers suggereren dat die misschien gebruikt werden om de harde schalen van hun prooidieren te helpen vermalen.

Tot nu toe gingen paleontologen ervanuit dat plesiosaurussen gespecialiseerd waren in de jacht op vis, pijlinktvissen en andere prooidieren die in open water zwommen. Erg hard zwemmen konden de plesiosaurussen met hun lange nekken waarschijnlijk niet, mogelijk jaagden zij vanuit een hinderlaag.

Een breed dieet zou volgens de onderzoekers kunnen verklaren waarom plesiosaurussen zo lang overleefden, circa 135 miljoen jaar vanaf het Trias tot in het Krijt. Een gevarieerde jachtstrategie zou bijzonder zijn omdat dit betekent dat een ogenschijnlijk gespecialiseerde aanpassing als een lange nek op verschillende manieren kan worden ingezet.

De Australische fossielen zijn tussen 100 en 110 miljoen jaar oud. Ze zijn iets ouder dan elasmosaurussen, beroemde en nog grotere plesiosaurussen van het einde van het Krijt. Ze zijn wel nauw aan elasmosaurus verwant. De elasmosaurusachtige plesiosaurussen hadden een lengte van 5 à 6 meter en wogen circa 1000 kilogram.