Nóg een genvariant bepalend voor verloop van taaislijmziekte

Taaislijmziekte verloopt veel ernstiger als patiënten een bepaalde variant bezitten van een groeifactor die ook betrokken is bij het ontstaan van astma. Het ziekteverloop wordt dus niet alleen bepaald door de soort mutatie in het taaislijmziekte-gen. Amerikaanse en Canadese onderzoekers laten dat zien in de eerste grootschalige inventarisatie van deze `modificerende' genen bij taaislijmziekte (New England Journal of Medicine, 6 okt.).

In 1989 is ontdekt dat taaislijmziekte of cystische fibrose (CF) komt door een mutatie in het gen van het CFTR-eiwit. Dat eiwit regelt het transport van chloor, en daarmee van zout en water, door celwanden. Een mutatie zorgt voor heel taai en kleverig slijm in de longen en in allerlei klieren, waaronder de zweetklieren van de huid. Door de verstopte longen is een CF-patiënt vatbaar voor bacteriële infecties. Verreweg de meest voorkomende genetische afwijking in het CF-gen is de -F508-mutatie, waarbij het 508e aminozuur van het CFTR-eiwit ontbreekt.

Het is opvallend dat zelfs bij CF-patiënten die van allebei de ouders de -F508-mutatie geërfd hebben, het ziektebeeld onderling sterk kan variëren. Daarom moeten er wel andere defecte genen bij betrokken zijn. CF-deskundigen zijn al enige tijd op zoek naar zogenoemde modifier-genen die de ernst van het ziektebeeld beïnvloeden.

Er is intussen een tiental modifier-genen opgespoord bij kleine studies, maar daar namen te weinig patiënten aan deel om definitieve conclusies te trekken. Daarom hebben de Amerikanen en Canadezen die tien genen nu getoetst bij ruim achthonderd CF-patiënten uit maar liefst 44 verschillende klinieken. Alle patiënten hadden van beide ouders de -F508-mutatie geërfd. Van hen hadden er 263 zeer ernstige longklachten en 545 juist milde klachten, en dat terwijl de eerste groep gemiddeld toch veel jonger was.

Als een van de tien modifier-genen invloed had op het verloop van CF, dan moest dit er bij deze patiënten uitspringen. Dat bleek bij maar één gen het geval: het TGFβ1-gen. Dat gen codeert voor een groeifactor, die onder andere een rol speelt bij wondheling en het in stand houden van de onderlinge samenhang tussen cellen. Andere TGFβ-mutaties dragen vermoedelijk bij aan astma en chronische obstructieve longziekte.