Minibreintjes

Ver terug in de vorige eeuw verscheen in Wallonië het socialistische dagblad Le Peuple. Geen slechte krant, met een mooie strip, vier plaatjes per dag, telkens een ander onderwerp. Op een keer had de tekenaar het modernste onderwijs uit die periode behandeld. De meester probeert bij het bord te komen, maar dat wordt hem verhinderd door een haag van vastberaden kinderen. Op het bord staat: A bas le professeur! 2+2=5!

Ieder tijdvak heeft zijn eigen modernste onderwijs. Toen dit rijtje tekeningen werd afgedrukt, kregen de leerlingen, van kleuter tot student, het steeds meer voor het zeggen. Instituten werden bezet, leraren, hoogleraren mores geleerd. In mei 1968 heeft het in Parijs niet veel gescheeld of de studerende jeugd had de regering overgenomen. Iedereen van boven de dertig verdiende om te beginnen niets dan het diepste wantrouwen, en je bofte als het later bleek mee te vallen. De verbeelding aan de macht. Mijn oudste zoon zakte voor zijn herexamen tekenen, en alleen met zware dreigementen kon de conrector T. tot betere gedachten worden gebracht. Goeie ouwe tijd.

Wat er daarna in het onderwijs hervormd, geknutseld, gereorganiseerd, geprotesteerd en verder gesukkeld is, daarover moet nog eens een kloek boek worden geschreven. En hoe het komt weet ik niet, maar het eenvoudige, goed gesproken en geschreven Nederlands raakte verder in de knel. Kamerleden, weervrouwen en weermannen, discjockeys, managers, reclameschreeuwers, als je die mensen hoorde vroeg je je steeds vaker af, waar ze op school waren geweest.

Vijf jaar geleden brak de nieuwe eeuw aan, en daarmee opnieuw een nieuwe tijd. Nederland had toen ongeveer een miljoen `autochtone functioneel analfabeten', dat wil zeggen mensen die hier geboren en getogen waren, met Nederlandse ouders en voorouders en dus Nederlands als moedertaal. Toch waren ze niet in staat, zelfstandig een eenvoudige handleiding te lezen, laat staan op de juiste tijd op de juiste toetsen van het betrokken apparaat te drukken. Hadden die zielenpoten op school niet goed opgelet, of waren ze slachtoffers van een of andere onderwijscrisis of hervorming? Daarover gaf dit onderzoek geen uitsluitsel.

Nu is er weer een revolutie aan de gang, die van het nieuwe leren. Op de plaats waar ik dit schrijf heb ik om op de hoogte te blijven van wat er in Nederland gebeurt, alleen de Volkskrant tot mijn beschikking. Daarin volgt Martin Sommer de ontwikkelingen in het onderwijs. Het is te ingewikkeld om het hier nader te verklaren. Kort gezegd: het beeld dat hij van het nieuwe leren geeft, maakt je somber.

Over zo'n verslag ontstaat natuurlijk een discussie. Het is nog erger, schrijft Arjen Rienks, freelance journalist. `Motor van het nieuwe leren is het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, APS.' Deze organisatie laat zich inspireren door onder andere de HeartMath-organisatie in Californië. Die `gelooft onder meer dat in het hart een minibrein huist dat informatie uitwisselt met de hartbreintjes van andere mensen via radiogolven over DNA-antennes.' Het APS concludeert dan `dat de intelligentie van het hart naar een complete intelligentie streeft. Het eindresultaat is wat de mensheid al eeuwenlang intuïtief geweten heeft: het hart vervult een krachtige rol in het veranderen van inzichten en het neerzetten van waarden die het geheel ten goede komen.' En `hoe meer je oefent, des te makkelijker het is, bij de intelligentie van je hart te komen, of anders gezegd: hoe coherenter je wordt.' Dat zijn dus citaten uit de theorie van het APS. Rienks besluit: `Het nieuwe leren is een nepwetenschap, die de samenleving zwaar kan beschadigen.'

Deze aanval kon niet onbeantwoord blijven. De directeur van het APS, Ingrid Verheggen, schreef een verweer: `Hetze tegen het nieuwe leren is onterecht.' Ik heb haar stuk zorgvuldig gelezen en nog eens gespeld, in de hoop iets naders te weten te komen over de manier waarop het hartbreintje de waarden neerzet die het geheel ten goede komen. Over de toegenomen coherentie. Niets. Mevrouw Verheggen heeft geprobeerd, met algemeenheden en een uitstalling van goede bedoelingen de kritiek te beantwoorden, en dat is niet gelukt.

Van het nieuwe leren weet ik verder niets. Het wekt mijn wantrouwen omdat in de theorie die er aan ten grondslag ligt, kennelijk lichaamsdelen een functie wordt toebedeeld waarvoor ze niet zijn bedoeld en die ze ook niet hebben. Je hebt hersens om mee te denken, vingertoppen om mee te tasten, een maag waarin het voedsel wordt verteerd, en benen om mee te lopen, springen, schoppen. De laatste jaren hoor je veel over de onderbuikgevoelens en het buikgevoel dat je met een cursus zelfs verder kunt verfijnen. Zit er in je onderbuik ook een minibreintje? Geloof er niets van. Je onderbuik spreekt als je hersens in een toestand raken die we `angst' noemen. Dan `doe je het in je broek'. Het hart doet mee, het `bonkt'. De huid is er ook bij, met `het koude zweet'. Je maag laat zich horen als hij leeg is (knort) of heel vol (kan er met mijn vinger bij), of als je iets walgelijks ervaart (draait ervan om).

Door de eeuwen heen hebben we, de mensen, het hart tot een centrum van het lichaam verheven. We laten het spreken, bloeden, doorsnijden, breken, nog meer, maar dat het dit allemaal kan, heeft het aan de hersenen te danken. Een hart met zijn eigen minibreintje hoort tot de orde van 2+2=5.