Linkshandig

NRC Handelsblad maakt in het artikel `Linkshandige krijgt vaker borstkanker voor menopauze' melding van een onderzoek waarin een verband wordt aangetoond tussen linkshandigheid en het optreden van borstkanker (pagina wetenschap, 27 sept.) In het artikel wordt echter niet vermeld wat onder linkshandigheid wordt verstaan. Wellicht is dit een gevolg van het feit dat het om een samenvatting of een persbericht gaat, maar het is niet ondenkbaar dat dit ook in het aangehaalde onderzoek niet uit de doeken wordt gedaan, want dit komt vaker voor.

Zo werd enkele jaren geleden enige ophef veroorzaakt door een Amerikaans rapport waarin werd aangetoond (alweer) dat er een (ongunstige) relatie bestaat tussen linkshandigheid en de kans op het krijgen van een verkeersongeluk. Linkshandigen zouden bijvoorbeeld meer coördinatieproblemen hebben. Maar wat `linkshandigen' waren, vertelde ook dat rapport er niet bij. Waarschijnlijk moesten we aannemen dat het om met de linkerhand schrijvenden ging, want er bestaat een sterke, om niet te zeggen bijna vanzelfsprekende, neiging om linkshandigheid gelijk te stellen met links schrijven.

Maar dat is maar één van de parameters waarop men linkshandigheid kan beoordelen. Ondergetekende schrijft links, en gooit ook links, maar snijdt, timmert en tafeltennist met de rechterhand – snijden is zo goed als onmogelijk met de linkerhand – en bijvoorbeeld knippen, schroeven indraaien en zagen gaat tweehandig, met een voorkeur voor rechts.

Er zijn een stuk of twaalf tests die wijzen op een grotere of mindere mate van links- dan wel rechtshandigheid, waaronder enkele die het op feesten en partijen altijd goed doen (welke hand komt boven te liggen als je je armen over elkaar slaat? wat is de bovenhand als je applaudiseert?). Al met al ben ik overwegend rechtshandig, maar toch ben ik linkshandig — dat schrijven valt nu eenmaal op. Gaat het bij de betrokken vrouwen uitsluitend om links schrijvenden? Dat lijkt een wat beperkte toepassing van de term.