In 48 uur beoordelen of iemand een echte vluchteling is - is dat mogelijk?

In het Vluchelingenverdrag uit 1951 wordt een vluchteling omschreven als een persoon die ,,uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren.''

Wie in Nederland asiel aanvraagt, wordt ondervraagd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst in een procedure die 48 proces-uren in beslag neemt, om te beslissen of zij tot de asielprocedure toegelaten worden of direct terug moeten naar het land waar zij vandaan komen. In die 48 uur zitten ook enkele uren rechtsbijstand.

In zijn roman Het achtenveertigste uur beschrijft Nicolaas Matsier een dergelijke procedure. De asielzoeker in kwestie is de Soedanees Moesa of Musa, Mohammed of Mohamad of Mohamed, Hasan of Hassan. Wat de lezer van hem te weten komt, is uitsluitend wat de verschillende ambtenaren en rechtshulpverleners van hem te weten komen – hij bestaat via de zinnen die tolken van hem vertalen en de ambtelijke weergaven van de ondervragingen. De personen van wie we wel te weten komen wat ze denken en vinden, zijn degenen die tegenover de Soedanees komen te zitten, zijn ondervragers.

Elk hoofdstuk uit het boek bevat een onderdeel van de procedure.

Op verzoek van de redactie van Opinie & Debat is het boek gelezen door de dichter en schrijver Al Galidi, in 1998 gevlucht uit Irak en nu uitgeprocedeerd asielzoeker, en Peter van Krieken, jarenlang werkzaam voor de UNHCR (United Nations High Commisioner for Refugees) en met veel ervaring op het gebied van asielzaken.

Rectificatie / Gerectificeerd

De foto rechtsboven op de voorpagina van Opinie & Debat (8 en 9 oktober, pag. 13) toont niet een asielzoekster die haar wekelijkse bijdrage ontvangt, zoals het onderschrift vermeldt. Het juiste onderschrift had moeten zijn: De noodopvang in de stad Utrecht ondersteunt asielzoekers die buiten de centrale opvang vallen. De foto daaronder toont niet een aanmeldcentrum, maar een uitzetcentrum.