Hurwenen Opijnen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het landschap van de Waal

Een lang schip met containers, oranje en rood, driehoog op dek, glijdt over de Waal. Ik verlaat de dijk en de monotone zoem van kabbelwater en stookoliemotor.

,,Lopen we goed?''

,,We lopen in elk geval leuk'', antwoordt man.

Hij maakt een foto van een ruïne vol klimop. Ik aai intussen een witte geit op de grasdijk. Haar harde voorhoofd is doorweekt, haar zijden sik druipt. Dat is raar aaien, maar het bevalt ons beiden wel. Ganzen gakken over, kraaien scholen samen in een kaalgewaaide kruin.

Ik ga de uiterwaarden in, over een modderspoor van dikke lagen klaver en verzonken brokken oude baksteen. Er mediteert daar een eenzame inktzwam, zo'n opgerekte klok met schubben. Alle troebele binnenwatertjes herbergen eilandjes, bol als pouffes, soms met maar plaats voor één wilg. In een laatste waterplas rust een scheepswrak met ragdun geroeste stalen wanden. Wie de kinderklassieker De hondenmatroos las, komt het bekend voor. Het schip moet ooit in een enorme storm de rivier uit en de dijk over geslagen zijn.

Regendrupjes prikken wat in huid en haar. De hemel gaat in statie-grijs. Schel invallend zonlicht verdiept die tabberd, maar dat blijkt een list te zijn. Helderwitte wolken nemen de zaak over, royaal nazomerweer ontvouwt zich. Op de buitendijkse weidegrond maken twee potteuze koeien elkaar subiet het hof, met slingerende uiers.

Terug op de dijk zie ik de Martinus Nijhoffbrug, een snaarinstrument voor tedere handen met enorme vingertoppen. Straks die brug. Eerst stadswandelen door Zaltbommel, langs smalle straten met oergeveltjes. Over antieke klinkers, die doen het goed onder wandelaarsvoeten. Hoor ik fanfare? Ja! En over de stadswal rijdt een antieke lijkkoets achter een diepzwart paard. Het heft de hoeven hoog, het heeft zin in de driekusman. Wat een figuratie vandaag: half Zaltbommel gaat in middeleeuws kostuum, vanwege de `Vestingsdagen'. Er is een toernooiveld, er zijn kanonnen en iedereen loopt met een grijns.

We bewandelen de Nijhoffbrug (is ook een beetje de Ivo de Wijs-brug, vanwege zijn gedicht `De brug terug': ,,...Zo was de Waal mijn Hellespont...''). Wandelcorvee? Vergeet het maar.

Rechts tiert het snelverkeer. Links ontvouwt zich kalm een majesteitelijk rivierenlandschap. Ik loop ertussen, terwijl mijn linker en mijn rechter hersenhelft elkaar de tent uit vechten.

Daarna volgt er alweer een dijk, een lieflijk gebogen exemplaar langs De Kil. Er steekt een stevige rat over. Hij heeft geen haast. De zon amuseert zich met zijn bruine vacht en verzilvert de rimpels in het water.

16 km. Kaarten 8, 8A, 9 uit:

Maarten van Rossumpad.

Uitg. NIVON, Amsterdam, 2001.

Openbaar vervoer rijdt zeer beperkt. Tel. taxi: 0418 518191.