`Het verleden laat zich niet kennen'

De belangrijke inzichten uit de geschiedschrijving zijn afkomstig van historici die op hun gevoel durfden af te gaan. Dáárom pleit Frank Ankersmit voor de `historische ervaring'.

EEN BEZOEKER van de woning van Frank Ankersmit stapt een andere wereld binnen. De kleur van het interieur zweeft tussen goudgeel en bordeauxrood. De inrichting doet denken aan een salon uit het Parijs van de Verlichting, waar Voltaire, Diderot en Rousseau elkaar ontmoetten. Hun afwezigheid wordt goedgemaakt door de immense hoeveelheid boeken. In groten getale hebben de politici, historici, theologen, wijzen, denkers, denkers over denkers uit de afgelopen tien eeuwen zich hier verzameld. 's Nachts gaan die met elkaar in debat, overdag met hun eigenaar.

Ankersmit, dit jaar zestig geworden, is hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis aan de Universiteit van Groningen. Hij schreef boeken als `History and tropology. The rise and fall of metaphor' en `Aestetic Politics: political philosophy beyond fact and value'. Zijn proza wordt door menig historicus met dezelfde vrees benaderd als het werk van notoir moeilijke filosofen als Derrida of Davidson. Zijn idee dat een geschiedverhaal bovenal een verhaal is dat moet voldoen aan de retorische eisen van het genre (het `narrativisme') wordt niet door alle historici die zwoegen in de archieven gedeeld.

Maar de laatste jaren heeft hij nieuwe paden betreden. Deze ontwikkeling in zijn denken heeft geresulteerd in een lijvig en verrassend boek: `Sublime historical experience' (Stanford), dat volgende maand in een sterk herschreven versie in het Nederlands zal verschijnen onder de titel De sublieme historische ervaring (Historische Uitgeverij). Hierin roept hij op ,,de ramen te openen van de benauwde en bedompte kamer van de laatste vijftig jaar''`. Weg historiografie, weg getheoretiseer, we moeten terug naar de bron. We moeten terug naar de ervaring - en voor de historicus is dat de historische ervaring.

U bent modieus met uw nadruk op ervaring. De lesmethoden op school moeten tegenwoordig ervaringsgericht zijn, boodschappen doen moet een ervaring zijn. Nu ook al de geschiedschrijving?

Ankersmit: ``Men verlangt nu eenmaal naar authenticiteit. De noties van context en contextualisering zijn op hun retour.''

Maar hoe bent u binnen de geschiedtheorie op de ervaring uitgekomen?

``Vanaf de achttiende eeuw tot op heden zijn in het begrijpen van het verleden twee bewegingen zichtbaar, die beide vijandig waren jegens de ervaring. Allereerst kwam in de achttiende en vooral de negentiende eeuw de geschiedschrijving op die het verleden beschouwde als een vastliggend gegeven. De gedachte was: als je het object maar tot in al zijn finesses onderzoekt, komt de waarheid van vroeger vanzelf, glashelder en onomstotelijk aan het licht.

``Een lawine van onderzoeken, publicaties en verhalen was het gevolg, tot zich na anderhalve eeuw een zekere vermoeidheid begon voor te doen. Want in die overvloed van beschrijvingen viel vooral op dat er veel verschillen waren. Met andere woorden: zoveel historici, zoveel geschiedenissen. Het verleden bleek niet objectief te zijn. Het verleden bleek zich ook niet neer te leggen bij de collectieve poging om haar te fixeren.

``Als reactie hierop ontstond na de Tweede Wereldoorlog de `theorie', ook wel gewoon theory genoemd, zoals de Amerikanen de stroming hebben gemunt. Deze stroming beweerde: het zit allemaal anders. Niet het object, maar het subject is kenbaar. Als je allerlei theoretische instrumenten loslaat op de taaluitingen van de historici van vroeger gaat er een ongekende rijkdom voor je open. Dit waren theorieën over de werking van taal en betekenis, over dat er geen werkelijkheid bestaat maar alleen een representatie daarvan. Wilde je de rijkdom van deze stroming oogsten, dan moest je wel gebruik maken van diepzinnige Duitse en Franse denkers als Heidegger, Gadamer, Barthes of Derrida.

``Wat zij deden was het subject fixeren. Hun instrumentarium moest een loepzuivere blik geven op het subjectieve, dat wil zeggen: zij decreteerden met welk oog men het verleden of teksten moest lezen. Zo definieerden zij het kennend subject. Het netto-resultaat was echter dat er steeds meer theoretici kwamen, die allemaal riepen: het moet op mijn manier. Zodoende mislukte ook de fixatie van het subject.

``Deze dubbele beweging is van belang voor mijn boek. Het aan elkaar vastschroeven van object en subject, van historie en historicus, had één gemeenschappelijk doel: het uitsluiten van wat men beschouwde als ruis, als individuele inbreng, als vertroebeling van het kenbare. De ervaring was ruis en vertroebeling. Vanaf Descartes, via Kant en andere filosofen kwam de kentheorie op als het belangrijkste middel om de werkelijkheid te leren kennen. De taalfilosofie probeerde het van de andere kant en naarmate object en subject steeds strakker op elkaar werden geklemd, werd de ervaring verpulverd.

``Als je de ervaring afschaft dan mis je een intuïtie, een openheid en eigenlijk een zenuw voor het kenbare, en dus ook voor het verleden. Daarom leek het mij een goed idee om de ervaring als bron van inzicht te rehabiliteren.''

Eh, u wilt in het historisch onderzoek meer ervaring terugvinden?

Ik wil daar voorzichtig mee zijn. Ik wil geen dingen voorschrijven, ik wil zaken constateren.''

Wat moet een historicus of een geschiedtheoreticus dan met de ervaring?

``Ook daar wil ik voorzichtig mee zijn. Kerngedachte van heel het boek is dat je de noties van waarheid en ervaring van elkaar moet scheiden en dat je daarom aan de historische ervaring geen cognitieve claims mag verbinden. Het verleden laat zich niet kennen, maar het kan er zijn wanneer je eraan denkt. Verder is de historische ervaring op zich een bescheiden gebeurtenis, het is richtinggevend. Als je luistert is het stil, tot je ineens het geweerschot hoort in de verte. Door dat schot en de galm richt je je blik in een bepaalde richting, maar het vertelt je niet wat je zult zien.''

Uit welke richting zou u nu zo'n richtinggevend historisch signaal verwachten?

``Ik heb het gevoel dat de wereld van vóór 1980 definitief anders is dan die van het heden. Het tempo is veranderd. Het is gevaarlijker geworden. De vanzelfsprekende plaats van Europa in de wereld is weg. China en India komen op. Europa en Amerika drijven van elkaar weg. De technologische revolutie in communicatie. Ik heb niet het gevoel dat historici zich door deze veranderingen, die volgens mij qua impact te vergelijken zijn met de Franse Revolutie, laten aanspreken. Ik heb het gevoel dat zij dat overlaten aan romanciers, sociologen en psychologen.''

U beschrijft een aantal beroemde gevallen van `historische ervaringen', zoals die van Johan Huizinga en Jacob Burckhardt. Wat leren die de historicus van nu?

``Dat belangrijke en interessante inzichten uit de geschiedschrijving afkomstig zijn van personen die wars van historiografie, traditie of context op hun gevoel durfden af te gaan. Ik beschrijf wat de aanleiding heeft gevormd voor hun historische ervaringen en voor die van anderen. Huizinga beschreef zijn ervaring als een moment van duizelingwekkend inzicht, waarin hij los werd gekoppeld van tijd en ruimte. Een onaanzienlijk schilderij kon bij hem zo'n ervaring bewerkstelligen, maar het overkwam hem net zo goed tijdens het bezoek van een tentoonstelling van grote kunstwerken. Overigens heeft hij bij het schrijven van zijn beroemde boek Herfsttij der Middeleeuwen dat directe van de historische ervaring willen overbrengen; niet als een draad die je vanaf het heden helemaal moet afwikkelen naar toen, maar pats, boem: je zit er direct middenin. Hier heeft een ervaring een bijzonder boek opgeleverd.

In uw boek zijn er twee soorten historische ervaring: het Huizinga-type en het sublieme type. Wat maakt die laatste ervaring zo anders?

``Het Huizinga-type is individueel, het sublieme type is grootschaliger en breng ik in verband met breukervaringen, met dramatische gebeurtenissen of ontwikkelingen waardoor veranderingen zich met een schok voltrekken en iets zich uit het heden losmaakt dat voorheen volkomen vanzelfsprekend leek. Het zijn de momenten waarop heden en verleden zich van elkaar scheiden en het voorbije als het ware geboren wordt. `Subliem' verwijst naar de oorspronkelijke betekenis die aan dat woord werd gegeven: een samengaan van het aangename en het verschrikkelijke. Het sublieme is altijd gespleten.

``In mijn boek koppel ik het sublieme aan de notie van het trauma. Neem bijvoorbeeld de Fransman Alexis de Tocqueville, een aristocraat die rondreisde in de Verenigde Staten in de eerste helft van de negentiende eeuw. Zijn observaties zijn uniek in hun diepgang en pijnlijkheid. Hij moest erkennen dat de democratie de toekomst had en dat de aristocratie ten dode was opgeschreven. Ondanks het feit dat hij concludeerde dat God zelf aanstuurde op de democratie, kon hij toch geen vrede hebben met de teloorgang van zijn eigen cultuur. Hij ervoer de pijn van de getraumatiseerde, en daarom kon hij zo goed het nieuwe van het oude scheiden. Dat wordt ook bedoeld met de uitspraak dat conservatieven de beste historici zijn. Zij die op het punt staan alles te verliezen, zijn het beste in staat dat te beschrijven.

Kan iedereen een historische ervaring hebben?

``Zeker. Als studenten na een verblijf in het archief zeggen dat ze een historische ervaring hebben gehad, zie ik niet waarom dat niet zo zou zijn. Ik wil vervolgens wel kritisch kijken wat ze op basis van die ervaring doen. Mijn boek is een aanval op de kentheorie. Aanhangers daarvan zullen zeggen: `jij denkt dat je een historische ervaring hebt gehad, maar lees jij eerst maar eens wat de filosofen en de historiografie daarover hebben gezegd en kom dan maar eens terug.' Flauwekul natuurlijk.''

Wanneer hebt u een historische ervaring?

``Als ik in een Zuid-Duits kerkje kom, of in een barokpaleis zoals bij Bambergen. Zoals tijdens de rokoko de dingen werden gemaakt, de verhoudingen, het gevoel voor de juiste maat het is allemaal just right de mensheid had toen vijftig jaar lang de esthetica in haar genen.''

U vergeleek de breuk van de Franse Revolutie met de huidige tijd. Dat zijn kloven van formaat, waarin volgens u vaak trauma's, en dus sublieme ervaringen uit oprijzen. Wat is uw sublieme historische ervaring?

``Wat ik als traumatisch ervaar is de teloorgang van een intellectuele wereld. Ik vraag mezelf wel eens in alle ernst af of de alpha-disciplines over honderd jaar nog wel bestaan. Misschien zijn mijn collega's en ik wel de laatste exemplaren van een traditie van kennisvergaarders die afstammen van de Middeleeuwse monniken. Het verlies zou enorm zijn.''