Het lot en het wachten - asiel aanvragen in Nederland

Nadat Boris Pasternak de Nobelpijs voor literatuur had gekregen, werd hem gevraagd te kiezen tussen een moeilijk leven in de Sovjet-Unie of een vrij vertrek daarvandaan. ,,Verbanning is hetzelfde als de dood'', was zijn antwoord. Socrates wilde niet dat de straf die Athene hem oplegde, gewijzigd zou worden. Zijn vriend Akriton adviseerde hem te vluchten, maar hij weigerde en verkoos het gif.

Ik begreep niet hoe gif makkelijker kon zijn dan vluchten, maar nadat in de acht jaar dat ik als asielzoeker in Nederland verblijf, twaalf collega-asielzoekers die ik kende zelfmoord hebben gepleegd, weet ik dat Socrates soms gelijk had. Misschien had hij hetzelfde idee als de Griekse dichter Kavafis: ,,Je zei: `Ik ga naar een ander land, naar andere wateren.' /[...]/ Zoals je jouw leven hier hebt verwoest,/ in deze kleine uithoek, heb je het overal ter wereld bedorven.''

Hoe zou een Nederlander over de onbekende wereld van de asielzoeker schrijven? Daar was ik benieuwd naar en daarom was ik blij met het boek Het achtenveertigste uur van Nicolaas Matsier. Ik heb het in één keer uitgelezen. Het opende een deur naar hoe ambtenaren met magische vingers achter machtige computers denken.

Viereneenhalf jaar was ik voltijd-asielzoeker en daarna tweeënhalf jaar uitgeprocedeerd. Nu ben ik de eeuwige, psychisch zieke, uitgeprocedeerde asielzoeker. Op 9 februari 1998 kwam ik op Schiphol aan, na 22 uur vliegen met China Airlines vanuit Vietnam, via Taipei en Bangkok. Vanaf dat moment heb ik honderden verhalen gehoord, omdat ik vanaf de eerste maand als vrijwillige vertaler van het Arabisch naar het Engels werkte, en later ook naar het Nederlands.

Daardoor en door mijn persoonlijke ervaring zag ik de onbekende wereld van de asielzoeker van dichtbij. De wereld waarin het lot en het wachten een grote rol spelen. Eigenlijk kan ik die wereld in één zin neerzetten: de toekomst van de asielzoeker in Nederland ligt niet in de politieke situatie in zijn vaderland, maar in de politieke situatie in Den Haag.

Het eerste dat mijn aandacht trok in het boek Het achtenveertigste uur was het omslag. Ik denk dat geen ander omslag beter bij de asielzoeker past. Je ziet een foto van iemand, maar je ziet geen gezicht of kleren. Je ziet alleen vingerafdrukken. Het enige dat de IND van je vertrouwt als je asiel aanvraagt, zijn jouw vingerafdrukken. Waarna ze je in diezelfde vingerafdrukken gevangen zetten. De wereld verandert in Nederland of in je vaderland. Geen bus naar België, waar het wachten op antwoord op je vraag maximaal tweeëneenhalf jaar duurt, niet de grens over naar Duitsland, waar je na anderhalf jaar weet waar je aan toe bent, geen vlucht naar een Scandinavisch land, waar je maar een jaar hoeft te wachten. Ben je eenmaal in Nederland, dan heb je geen andere keus dan Nederland, waar zelfs 16 jaar wachten tot de mogelijkheden behoort.

Jarenlang niets mogen doen. Alleen maar wachten. Zelf heb ik acht jaar gewacht zonder de mogelijkheid in een ander land asiel aan te vragen, waar ze wel serieus naar mijn zaak zouden kijken. Ik herinner me een asielzoeker die van Duitsland naar Nederland werd teruggestuurd wegens zijn vingerafdrukken. ,,Misschien moet ik mijn vingers afhakken om bevrijd te worden van de IND'', zei hij.

Over de eerste achtenveertig uren van de asielprocedure gaat het boek Het achtenveertigste uur. Mohammed Hassan vraagt asiel aan in Nederland. Langzaam verandert hij van een persoon in antwoorden. Vragen regenen op hem neer en hij moet antwoorden. De schrijver heeft volgens mij óf bij de IND gewerkt óf asiel in Nederland aangevraagd. Zijn huiswerk heeft hij in elk geval goed gedaan. Op elke pagina klinkt dat zware gevoel van saaiheid dat de IND-ambtenaren verspreiden, alsof je door een eindeloze tunnel loopt. Het enige dat ik miste, waren de bedreigingen van de IND-ambtenaar; de rode kaart in zijn hand, die hij voor je neus houdt terwijl hij zegt dat hij degene is die je het land kan uitzetten.

– Hoeveel land heeft uw vader?

– Vijfhonderd fadan.

– Hoe groot is een fadan? Ongeveer.

– Weet ik niet.

– Is de fadan de normale maat voor land in Soedan?

– Ja, maar op school hadden we me ters.

– Hoeveel meters is een fadan dan?

– Ik weet echt niet.

De achtenveertig-uurs-procedure is een spel met de regels en het Verdrag van Genève. Het gaat er niet om asielzoekers niet al te lang te laten wachten, het gaat om het recht om ze meteen terug te sturen. Eerder hadden ze minimaal vier jaar nodig om antwoord te geven op de asielaanvraag. Hoe kunnen dezelfde ambtenaren dat nu in godsnaam in achtenveertig uur doen? Is de harde schijf van hun hersenen sneller geworden? Als een miertje 50 kilo niet kan tillen, hoe kan het dan opeens 1.000 kilo dragen? Jongens, jullie doen de operatie nu in achtenveertig uur. Waarom moesten anderen jarenlang zonder verdoving op jullie operatietafel liggen? De achtenveertig-uurs-procedure is de grootste grap van de IND en de regels van Nederland.

Ik herinner me nog dat ik het eerste gehoor van K.R. las. Hij was wiskundeleraar, maar vertelde de IND dat hij boer was, omdat boeren in Nederland niet lastig gevallen worden met ondervragingen. Wat hebben wij gelachen toen we zijn interview doornamen:

– Wat deed jouw moeder?

– Mijn moeder is een vrouw.

– Dat weet ik, maar wat voor werk deed ze?

– Ze was vrouw.

– Thuis?

– Nee, in onze kamer. We hadden geen huis.

– En je vader?

– Hij was een man.

– Waar werkte hij?

– In de kamer en buiten de kamer.

Matsiers asielzoeker Mohammed Hassan zie je, pagina na pagina, verder verdwijnen. Hij wordt begraven in de computers en het dossier van de IND. Het enige dat hem weerhoudt om helemaal te verdwijnen, zijn de vragen die blijven komen. Want ophouden met vragen en antwoorden zou de verdwijning van al die ambtenaren om hem heen betekenen, die per uur betaald krijgen en die, net als de asielzoeker, zoveel koffie krijgen als ze willen.

Tijdens mijn eerste verhoor op Schiphol moest ik veel koffie drinken. Ik zei tegen de IND-ambtenaar dat ik heel moe was. Ik wilde een uurtje slapen, omdat ik net een vermoeiende vlucht achter de rug had. Zij keek mij met haar blauwe ogen streng aan en zei: ,,Nee, meneer. Of antwoorden geven of terug naar Irak.'' In die zeseneenhalf uur dronk ik zwarte koffie en plaste ik koffie verkeerd en antwoorden.

Het achtenveertigste uur is het verhaal van een mens die in een nummer verandert, een nummer dat van dossier naar dossier reist en van de ene koude computer naar de andere. Het is een rustig geschreven boek, waarbij ik moest denken aan wat Heidegger ooit zei: ,,Ik ben ik, ik ben geen nummer. Als je wilt dat ik mens blijf, zorg dan dat ik buiten het systeem blijf.''

Dichter, schrijver, columnist, komt uit Irak en kwam in 1998 naar Nederland. Hij publiceerde onder meer `Mijn opa, de president en de andere dieren' en `Blanke Nederlanders doen dat wel'