Fukuyama en de prijs voor doorgeschoten tolerantie 1

Men wrijft zich de ogen uit bij kennisneming van de bijdrage van Jan Mol (oud-Eerste Kamerlid voor de PvdA) in NRC Handelsblad van 4 oktober.

De lezer krijgt het advies maar niet meer naar Fukuyama te luisteren. Het is een schande wat hij allemaal zegt. Laat hij zich vooral tot Amerika beperken.

Maar wijst Fuyuama er niet terecht op wat de prijs is voor doorgeschoten tolerantie: dat niemand de spelregels nog precies kent, waardoor velen in toenemende mate het gevoel krijgen een andere wedstrijd te spelen en dus maar zelf hun regels gaan stellen? Zal die situatie niet vooral voor de nieuwkomer verwarrend en nadelig zijn? Is het niet zo dat bij ons steeds meewariger naar instituties wordt gekeken, ook omdat gezagsdragers zelf het voorbeeld niet meer weten of wensen te geven? Wat blijft er bij ons van het gefragmentariseerde bouwwerk nog over? Welke verhalen delen we nog? Worden ze eigenlijk nog wel verteld? Zijn we onderhand niet het slechtst gemanierde volk van Europa, door gebrek aan opvoeding nauwelijks meer welkom in restaurants of op campings in Frankrijk? Wordt men bij terugkomst door de haastige landgenoot niet reeds op de Ring van Antwerpen bijkans de vangrail ingesneden? Wat gunnen wij elkaar eigenlijk nog wel?

Fukuyama houdt ons voor dat het fundament van de samenleving behoorlijk onderhouden dient te worden en dat daartoe ten minste is vereist dat alle deelnemers worden aangemoedigd er daadwerkelijk voor te kiezen aan die samenleving deel te nemen (in plaats van onder de tribune een vuurtje te stoken). Het is toch niet zo gek dat hij daarbij wijst op het belang van onderwijs en arbeidsparticipatie? Wanneer hij dan komt met wat Amerikaanse voorbeelden, is het Mol al te dol. De microfoon moet uit: Fukuyama moet eerst maar eens in de VS evangeliseren.

In plaats van Fukuyama de vangrail in te snijden, pleit ik ervoor dat in brede kring van zijn gedachten wordt kennisgenomen, niet omdat deze zonder meer zaligmakend zijn, maar omdat zij de kans bieden het integratiedebat nieuwe impulsen te geven. Dit soort kansen is betrekkelijk schaars. Luisteren is het minste wat je dan moet doen. Onder de grond kruipen zou ik trouwens niemand willen aanbevelen.