`Er is geen opdracht die ik niet vervullen zal'

Claudine Taittinger, weduwe te Nice, haalt in brieven aan haar jonge neef, dj te Amsterdam, herinneringen op aan haar veelbewogen leven

Beste neef,

Het is herfst in Nice. De bediende Nico scharrelt om mij heen en plaatst pannetjes en bakjes onder die plaatsen van de villa, waar zich bij regenval lekkages plegen voor te doen. Het is maar goed dat je thans hier niet op bezoek bent, want de veerkracht die jij zo in mij te prijzen pleegt, is vér te zoeken. Op dagen als deze, als de zonnestralen hun kracht verliezen, gaan mijn gedachten terug naar die nazomerdag in het oorlogsjaar 1942, toen ik in de havenstad Marseille een ontmoeting had met jouw grootmoeder, mijn zusje Laurentia, voordat zij de grote oversteek maakte.

De melancholie had mij reeds ruimschoots bevangen toen de trein het station van Straatsburg verliet. Oorlog maakt een landschap grauw en armoedig. De controles aan de grenzen der sectoren, waarin Frankrijk destijds was opgedeeld, namen meer tijd in beslag dan de reis zelve. Niet licht zal ik ook mijn wandeling door de toenmalige Franse hoofdstad Vichy vergeten, waar de trein enige uren halt hield. Vanaf alle muren staarde het portret je aan van de oude maarschalk die met zijn persoon, zoals het heette, Frankrijk had begiftigd.

In Marseille volgde ik de instructies uit het telegram dat mij een week tevoren had bereikt: ,,Als je je herboren zuster nog eenmaal wilt zien: 1 oktober, Chez Gaston, La Cannebière, 18 uur. Getekend: een vriend''. Ruim voor het aangegeven uur was ik ter plekke in de brasserie, waar Laurentia stipt om zes uur binnentrad. De zwarte krullen waarmee ik haar voor het laatst gezien had, waren verruild voor het kapsel ener garçonne. Zij was, zonder enige verdere opsmuk, gehuld in een hooggesloten, tot de enkels reikende zwarte jurk die – zo kon ik niet nalaten op te merken – de indruk wekte met één enkel rukje aan de ceintuur geopend te kunnen worden.

,,Wat doe je hier zusje? Hoe is het je in Bucarest vergaan? Van wie was dat telegram? Heb je nog altijd kennis aan die enge kolonel Dimitriescu? Waar staat je bagage? Morgenochtend in alle vroegte is er weer een trein naar Straatsburg! Wij moeten ons haasten!'' Een stroom van vragen en aansporingen welde mij over de lippen - doch Laurentia keek mij slechts vriendelijk aan. Pas toen ik niet verder wist, en in mijn confusie de koffie omver had gestoten, sprak zij: ,,Bekommer je niet om mij, Claudine. Over een uur zal ik mij, zoals de kolonel mij heeft opgedragen, inschepen op de Argentijnse pakketboot Segismundo Thalberg en mijn reis naar Buenos Aires aanvangen''. ,,Buenos Aires?'', riep ik verschrikt uit, ,,maar dat is aan de andere kant van de oceaan!''. Uit een plooi in haar jurk haalde Laurentia een papier en reikte het me aan. Met bevende handen vouwde ik het open: ,,Contract. Ik, Laurentia X, verklaar hierbij met lijf en leden en hart en ziel toe te behoren aan kolonel Dimitriescu. Er is geen einde aan mijn liefde voor hem en geen opdracht zijnerzijds die ik niet vervullen zal, hoe liederlijk ook in de ogen dergenen die aan deze liefde geen deel hebben. Ik verklaar mij bereid, als bewijs van liefde, de kolonel te verlaten en de reis naar Buenos Aires te aanvaarden, alwaar ik mij ter hand zal stellen van de heer Simon A., die over mij zal beschikken naar hem goeddunkt''.

Het geheel was geschreven op papier van de Roemeense regering en diende, legde Laurentia mij uit, tevens als laissez-passer. ,,Laat me je dan tenminste voldoende geld lenen voor een eersteklasse-hut'', smeekte ik, toen we al over de kade liepen. ,,Ik heb geen geld nodig, want ik betaal met mijn persoon'', zei mijn zuster eenvoudig. De Segismundo Thalberg bleek een vrachtboot, en mijn zuster de enige passagier. Onderaan de loopplank drukte Laurentia - geheel tegen onze zusterlijke gewoonte in - mij een lange kus op de lippen.

Zonder om te kijken besteeg zij de loopplank. Ik zag nog juist hoe een der joelende pikbroeken die zich aan het eind van het plankier hadden verzameld, haar in zijn armen optilde en een hut binnendroeg. Mijn vermoeden dat Laurentia's jurk zich met één kort rukje openen liet, werd bewaarheid. Ik keek het schip na totdat het de voor Marseille zo karakteristieke rots met de vuurtoren gerond had. Laurentia liet zich niet meer zien.

Denk trouwens niet dat het tranen zijn, lieve neef, die voor de vlekken op dit blad zorgen. Ik zal Nico vragen, hier op mijn secretaire een extra pannetje bij te plaatsen.

Je Claudine