Een retegoeie koffie

Met dertig lege schaaltjes pleziert Joep Habets de afwasser

Een mens kan na twee weken eten in Frankrijk vreselijk behoefte hebben aan een ouderwetse Nederlandse rijsttafel. Met vooraf een echte korenwijn, maar die schenken ze niet bij het Indonesische buurtrestaurant Tujuh Maret in de Amsterdamse Utrechtsestraat. Ondanks de eenvoudige ambiance, jassen over de stoelleuningen en de maaltijdafhalers kun je het eigenlijk geen buurtrestaurant noemen. Tenzij de wereld een dorp is, want veel buitenlandse toeristen weten Tujuh Maret te vinden, zeker na een aanbeveling in The New York Times een aantal jaren geleden. Sindsdien heeft het restaurant iets aan reputatie ingeboet, maar je mocht willen dat er in elke buurt zo'n Indonesisch restaurant zou zijn. Wajangpoppen zorgen voor de couleur locale en tientallen kleine lampjes onder het donker geschilderd plafond geven het effect van een sterrenhemel in de tropen. Het sterrenbeeld vissen is te zien, want Tujuh Maret betekent zowel 7 maart als 73, het huisnummer van de zaak.

De bediening wordt bevrouwd door goedlachse jonge vrouwen, waarvan een het accent van tante Lien heeft, ja. De mannen, met gebatikte hoofddoekjes op, koken in de traditie van Minahasa, het noordelijke deel van Sulawesi. Op de kaart staan geijkte gerechten als soto ajam, daging rendang en nasi kuning. Als desserts is er bijvoorbeeld spekkoek, met subtiel groene laagjes, in de kleur van het begeleidende pandanijs. Maar niets overtreft in zoete smakelijkheid de eerst knapperige en dan zachte gebakken pisang met gember.

Korenwijn serveert Tujuh Maret niet, maar wel Bir Bintang. Het zwarte bandje over het logo en vooral de rode ster herinneren aan de Heinekense wortels van dit Indonesische bier. Bintang betekent ster. Er is ook wijn, in drie soorten: wit, rood en rosé. `Grape drink', `non-alcoholic' en `chardonnaytype' staat op het etiket onder de merknaam Sobrium. Het is de beste alcoholvrije wijn die ik ooit dronk.

Op drankgebied zijn er meer verrassingen. Op de Indonesische koffiekaart prijkt Kopi Luwak. De luwak, een civetkat, eet koffiebessen. Hij kan de bessen niet verteren, maar ze fermenteren in zijn spijsverteringskanaal. De uitgepoepte bessen worden verzameld – we willen even niet weten hoe – en er wordt een koffie van gemaakt die bijzondere faam heeft. Een retegoeie koffie, waarvan volgens het koffiesachet maar 200 kilo van wordt gebrand, het Indonesisch verkeersbureau houdt het op 500 kilo. Hij is in elk geval drie tot vier keer duurder dan gewone koffie. Aroma en smaak zijn eerder als streng en sober dan als rijk en weelderig te karakteriseren.

Maar we komen voor de rijsttafel Minahasa, die 23,50 euro per persoon kost. Al weten we de verleiding niet te weerstaan om vooraf een saté kambing, bereid met geitenvlees, en een stel loempia's te delen. Weldra zitten we helemaal ingebouwd tussen drie rechauds en dertig schaaltjes. Er is witte rijst, gele rijst, atjar, kroepoek, gadogado en kokos. De overige gerechtjes zijn in drie groepen van acht verdeeld, elk met een eigen rechaud, van mild tot zeer pittig. Niets overtreft evenwel de pittigheid van de saté van geitenvlees. Elk plateau biedt een mooie afwisseling waarbij in verschillende combinaties smaakmakers als kokos, koenjit, ketjap, kerrie, kemirienoten en een keur aan pepers aan bod komen. Ook treffen we tomaat, tamarinde en tahu aan en in elke serie een paar groentegerechten met bijvoorbeeld boontjes of paksoi. De dertig schaaltjes eten we getweeën schoon leeg. Tot grote tevredenheid van de gastvrouw: ,,Daar zal de afwasser blij mee zijn.''

Tujuh Maret,

Utrechtsestraat 73 Amsterdam,

020 4279865,

www.tujuh-maret.nl