EEN PROFEET IN SPIJKERBROEK OP WITTE GYMSCHOENEN

Tien jaar geleden werd Liberiaan George Weah uitgeroepen tot de beste voetballer van de wereld. Volgende week is hij kandidaat in de eerste presidentsverkiezingen in zijn land sinds de burgeroorlog. Portret van een self-made man met hart voor zijn volk.

Een hete middag. De donkergrijze Hummer van King George scheurt door het centrum van Monrovia, een serie jeeps met knipperende alarmlichten erachteraan. In het Samuel K. Doe-voetbalstadion houdt een van George's tegenstanders in de presidentsverkiezingen van volgende week dinsdag een toespraak voor duizenden aanhangers. Op de markt naast het stadion is het minstens zo druk. Jongens duwen kruiwagens gevuld met schriften, zeep of kokosnoten voor zich uit. Vrouwen verkopen symmetrisch gerangschikte bergjes verse peper en gele aubergines zo klein als een mandarijn.

Zodra de Hummer halt houdt en de menigte beseft wat er te gebeuren staat, houdt iedereen op met wat hij aan het doen was. Kinderen rennen gillend naar het marktplein. Teenslippers vallen in de modder als jongens zich razendsnel omhoog hijsen op de stenen omheiningen. Een kluwende mensenmassa perst zich als één man door een smalle steeg.

Het is alsof Jezus in eigen persoon uit de hemel is neergedaald. Een profeet in spijkerbroek op witte gymschoenen. Zweet gutst over zijn zwarte, kaalgeschoren schedel als hij de microfoon grijpt en de menigte begint toe te spreken. Zijn vinger priemt, zijn donkere ogen schieten vuur. De toespraak duurt een minuut of twintig. Er wordt water, elektriciteit en gratis onderwijs beloofd, maar de goede vrienden uit het getto, zoals King George zijn toehoorders noemt, hebben aan een boodschap genoeg: I am your future. I am your destiny. I am your choice.

Eliteclubs

Wie is George Manneh Opong Weah? Het buitenland kent hem als de beste voetballer die Afrika ooit heeft voortgebracht. Als een topscorer die eliteclubs als Paris St. Germain en AC Milan aan landstitels hielp, en Monaco en Chelsea aan de nationale beker. En als een gedreven pleitbezorger van het lot van kinderen in arme landen, met wie hij geregeld een balletje trapte als goodwill-ambassadeur van UNICEF. Voetbalfans kennen hem als de man die in één jaar, in 1995, driemaal werd uitgeroepen tot beste voetballer. Van Europa, van Afrika, en van de hele wereld. Uit eigen zak betaalde hij twee miljoen dollar om het nationale elftal van Liberia op de been te houden.

Zijn voorbeeldige carrière heeft hem in het door corruptie en burgeroorlog verwoeste Liberia, zijn geboorteland, allerlei bijnamen en aanspreektitels opgeleverd. Zijn entourage noemt hem eerbiedig `de ambassadeur'. Zijn aanhangers zingen hem toe als `Manneh'. De man van de straat zegt kortweg `Opong', naar een geliefde Ghanese voetballer die hem in een schitterende loopbaan voorging.

Zelf zag George het liefst `King' voor zijn naam. Tot uit de laaiend enthousiaste respons op zijn verkiezingscampagne bleek dat zijn ambitie om de nieuwe president van Liberia te worden misschien niet te hoog gegrepen was. Sindsdien heeft de Hummer een kentekenplaat met de tekst: `the 23-rd president-in-waiting. George Weah is de populairste man van Liberia.

Aanstaande dinsdag gaat Liberia naar de stembus. Iets minder dan de helft van de Liberianen is van plan op 11 oktober een stem uit te brengen. Ruim 1,2 miljoen mensen hebben een stemkaart ontvangen, op een bevolking van drie miljoen. Ze moeten een nieuw parlement kiezen, een senaat, en een nieuwe president. De laatste presidentsverkiezingen, acht jaar geleden, verliepen volgens internationale waarnemers correct, hoewel het ontoegankelijke en als achterlijk beschouwde platteland min of meer werd overgeslagen bij het inrichten van de stembureaus. De Liberianen hadden de keuze tussen een oudgediende in de landelijke politiek, de voormalige minister van Financiën Ellen Sirleaf-Johnson, en de uit een Amerikaanse gevangenis ontsnapte rebellenleider Charles Taylor. De op macht en diamanten beluste Taylor had het toch al zwakke Liberia met een wrede bush-oorlog op de kniëen gedwongen. In ruil voor stemmen spiegelde hij het uitgeputte volk een periode van vrede voor. De huiveringwekkende slogan die zijn jonge supporters zongen, staat veel Liberianen in het geheugen gegrift. `He killed my pa; he killed my ma; I'll vote for him.' Het was niet eens ironisch bedoeld. De onderliggende belofte was dat het bloedvergieten ophield als Taylor op legitieme wijze het presidentiële paleis zou kunnen betrekken. Taylor kreeg een overweldigende meerderheid van de stemmen en maakte het zich gemakkelijk in de Executive Mansion.

De plundering van het land en de schendingen van de mensenrechten gingen echter gewoon door. Liberia werd de paria van de internationale gemeenschap, een mislukte staat, een melaatse plek op de wereldkaart waar alleen opportunistische zakenlui van het meest louche soort zich nog thuisvoelden, als vliegen op een lijk. Pas toen twee door naburige West-Afrikaanse regimes gesteunde rebellenbewegingen de krachten bundelden om de gangsterpresident te verjagen, kreeg het Westen weer schoorvoetend belangstelling voor Liberia. Onder grote internationale druk vertrok Taylor in 2003 in ballingschap naar Nigeria. Afgesproken werd dat de overgangsregering die het land de afgelopen twee jaar heeft bestuurd, zich niet verkiesbaar kon stellen.

Schone handen

Alle Liberianen hopen dat de verkiezingen een nieuw begin zullen betekenen, het begin van een eerlijkere verdeling van de welvaart. In dit kleine land, dat bovendien jarenlang geïsoleerd is geweest, moet je met een vergrootglas zoeken naar politici die nooit de een of andere schimmige deal hebben gesloten. Die nooit iets met de corrupte praktijken van eerdere regimes te maken hebben gehad. Niemand heeft schone handen, beweert een onlangs teruggekeerde Liberiaanse investeerder.

Het is een kwestie van gradaties. George Weah moet het opnemen tegen een 67-jarige oma, twee in Amerika geschoolde bedrijfsadvocaten, de stiefzoon van een voormalige president, een tenniskampioen in ruste die onlangs geschorst werd van zijn managementspositie wegens het verduisteren van geld, een vrouw die beweert dat God haar influisterde zich kandidaat te stellen, een ex-rebellenleider, en nog veertien andere kandidaten.

George Weah is de enige met een smetteloos CV. Buiten de sport heeft hij geen enkele bestuurservaring. Zijn allereerste politieke uitspraak kwam hem duur te staan. In 1996 liet hij zich tegen een Amerikaanse krant ontvallen dat de VN moest ingrijpen in Liberia. Handlangers van Charles Taylor staken daarop zijn huis in brand en verkrachtten twee nichten. Naar verluidt werd hij vorig jaar `door het volk' gevraagd zich aan te melden als presidentskandidaat. Zijn partij, Congress voor Democratic Change (CDC), werd pas een aantal maanden geleden opgericht. Voor de vorm. CDC heeft een program vol platitudes. Het is `the peoples party'.

Een voetballer kan geen president worden, zeggen zijn tegenstanders. En ze wijzen erop dat Weah niet eens de middelbare school heeft afgemaakt. Een vriend van hem, een journalist die niet met zijn naam in de krant wil, is milder. ,,Ik mag hem heel graag, maar als ik zeg dat hij geen president moet worden, wordt hij boos.'' Maar voor zijn fans symboliseert George Weah de breuk met het verleden waar ze zo naar verlangen. De 39-jarige voetballegende is een self-made man met een hart voor zijn volk. ,,Wat betekent dat, een opleiding? De intelligentsia hebben nooit iets voor dit land gedaan'', zegt Louise D. Karmor, een vrouw die op een stoel zit voor Weahs partijkantoor. De vrouwen om haar heen murmelen instemmend. ,,Eerst begonnen ze te vechten en daarna lieten ze ons stikken. George gaat ervoor zorgen dat de Liberianen iets van hun leven kunnen maken'', zegt Karmor. Ze zwaait theatraal met haar armen en verheft haar stem, zodat iedereen het kan horen. Dit is de eerste keer dat ik ga stemmen. ,,Al ga ik morgen dood, dan nog stem ik voor George Weah. Vanuit het graf!''

Invincible Eleven

George Weah is getrouwd met een Jamaicaanse en heeft drie kinderen. Hij werd opgevoed door zijn oma. Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij een kind was; het is niet duidelijk of hij zijn vader ooit heeft gekend. `Alle minuten en seconden en uren van mijn carrière, mijn hele leven heb ik opgedragen aan mijn grootmoeder', zei hij vier jaar geleden tegen het Amerikaanse blad Sports Illustrated. George groeide op in de straatarme Monroviaanse wijk Bushrod Island, een van roestige golfplaten aan elkaar hangende volksbuurt die gedurende het regenseizoen in een moeras verandert.

De jongetjes in de wijk weten precies waar George vroeger voetbalde. ,,Kijk'', wijst een ventje, en hij gebaart naar een zanderige steeg. Op een muur staat in onhandige rode letters `Hey You! Fuck You! Dont Pepe Here!' gekalkt. Hier niet pissen alsjeblieft. Het jongetje neemt me mee naar de achterliggende wijk via een modderpad dat overgaat in een houten loopbrug. Twee verticale planken over het moeras, een wankel pad van zeker een kilometer lang. Hierlangs tillen de vrouwen hun jerrycans als ze aan de hoofdweg water gaan halen. De bewoners doen hun behoefte direct in de lagune. Alleen de rijken aan de andere kant van de stad hebben toiletpotten.

De slijterij van Joe Senneh lokaal gebrouwen gin, 70 procent alcohol kijkt uit over het voetbalveld van de Young Survivors, de club die de toen 15-jarige George ontdekte. Het veld werd begin jaren tachtig aangelegd door president Samuel Doe, die ondanks zijn dictatoriale bewind nog steeds geliefd is bij de laagste klasse. Doe was de eerste echt zwarte leider van Liberia. Hij greep de macht nadat het land eeuwenlang bestuurd was door afstammelingen van teruggekeerde oud-slaven. Zij vormden een elite van halfbloeden die zich ver verheven voelden boven de `inheemse' Liberianen. Volksjongen George is ook een autochtoon, en de bewoners van Bushrod Island weten daarom zeker dat hij wegen en scholen zal bouwen voor zijn broeders. Joe Senneh bidt iedere dag voor Weah. ,,Ik geloof dat God deze jongen heeft uitverkoren om ons land te leiden'', zegt hij. ,,Koning David is tenslotte ook nooit naar school geweest.''

Op de gammele loopbrug dromt binnen een mum van tijd een grote groep voorbijgangers samen. Alle jongens kennen Weahs voetbalcarrière uit het hoofd. Na de Young Survivors kwam hij bij Liberia's topclub Invincible Eleven terecht. Daar trok zijn talent de aandacht van de coach van de Kameroenese ploeg Tonnerre de Yaoundé. Kort nadat Tonnerre in 1988 landskampioen was geworden, tekende Weah een contract met AS Monaco. De jonge George hield het meest van basketbal, maar voetbal stelde hem in staat aan de armoede van Bushrod Island te ontsnappen. Een broodmagere man met een paraplu steekt verlegen een vinger op. Mag hij ook iets zeggen? ,,Ik heb met hem in de Young Survivors gespeeld'', zegt Theophilus Nelson, een fortuinlijk man, want hij heeft een parttime baan. ,,Ik deed toen ook aan breakdancen. George ging nooit naar nachtclubs, hij dronk niet, hij concentreerde zich volledig op sport. George zei altijd: voetbal is muziek. En dan pakte hij de bal en liet hem dansen op zijn voet. Het is een integere man.''

Hebzucht is goed

Een probleem is dat George een bloedhekel heeft aan interviews. De buitenlandse journalisten die al vijf dagen proberen hem voor hun camera te krijgen, zitten nog steeds voor een gesloten deur. Voor de met prikkeldraad beveiligde poort van Weah's residentie, een lage woning met een zwembad en een basketbalterrein, wacht het gewone volk. Sommige vrouwen komen vragen of George het schoolgeld van hun kinderen wil betalen. Want ook dat doet hij. De druk op King George is enorm: iedereen wil met hem praten. ,,Geen probleem'', had zijn vice-campagneleider Bill Martin me eerder die week joviaal beloofd. ,,Ik regel wel een interview voor je.''

Martin was in eigen persoon naar de kroeg gekomen om de vragen door te spreken, maar toen de flesjes Heineken op tafel kwamen, begon hij al snel te fantaseren over de prachtige zakendeals die in het verschiet lagen. Hij had niet voor niets zijn goedbetaalde baan als investment banker in Amerika opgezegd. Net als al die andere uit het buitenland teruggekeerde Liberianen die als aasgieren boven de presidentskandidaten cirkelen. Martin wreef zich genoeglijk in zijn handen bij de gedachte dat hij straks voorzitter van de National Investment Commission zou worden. ,,Dan bel ik mijn vrienden in Amerika en zeg ik, listen man, Bill aan de lijn. Luister, ik heb hier een heel land voor jullie. Kom kijken en vertel me maar wat je wilt doen.''

Hij gaf grif toe dat George weinig verstand had van economie. ,,Maar George Bush heeft ook de ballen verstand van kernraketten. Het gaat erom dat een president de juiste beslissing kan nemen. Een knoop kan doorhakken. Liberia is de natte droom van elke buitenlandse investeerder'', riep Martin. Hout, ijzererts, diamanten, palmolie, petroleum, de opbrengsten van de haven: de rijkdommen liggen voor het oprapen. Wij zijn hier natuurlijk allemaal om geld te verdienen'', aldus Bill Martin, die onder het motto `hebzucht is goed' opereert. Ha, zei hij uitgelaten, laat het hem maar lekker regelen als George Weah tot president wordt gekozen. ,,De Amerikanen zijn gek op George. They love this popular hero underdog thing.''

Norse tante

Toch kan zelfs de voorzitter-in-spe van de National Investment Commission niet zomaar een gesprek loskrijgen. Pas wanneer de buitenlandse journalisten zo wanhopig zijn geworden dat zij Weah's woordvoerster, een norse tante, afwisselend met smeekbedes en dreigementen hebben belaagd, zwaait op een druilerige morgen heel even de voordeur open. Terwijl kennissen en vrienden in de hal biljart staan te spelen, werkt George zich op een zwarte leren bank door een reeks vraaggesprekken heen. Hij maakt een gespannen indruk. Hij lacht geen enkele keer, maar schakelt wel moeiteloos over op Frans en Italiaans als dat van hem gevraagd wordt. ,,De mensen die op mij gaan stemmen, hebben genoeg van de retoriek van de politieke klasse'', zegt George. ,,Voor de eerste keer in de geschiedenis is er een jonge man opgestaan die de belangen van het volk ter harte neemt. Ik denk dat ik van Liberia een vreedzaam en democratisch land kan maken, want iedere Liberiaan beschouwt mij als een zoon.'' Hij spreekt van wederopbouw en solidariteit, van hoop en vertrouwen.

Hoe nietszeggend sommige van zijn antwoorden ook zijn, het is moeilijk om sceptisch te blijven. Zijn bijna jongensachtige idealisme klinkt oprecht en welgemeend. Op de vraag wat hem, een voormalig profvoetballer, geschikt maakt voor de baan van president, leunt George bedachtzaam naar voren. Hij vouwt zijn handen. De camera's snorren. De journalisten spitsen de oren. Een minuscule glimlach breekt door op zijn knappe, gesloten gezicht. ,,Voetbal was mijn passie'', zegt George. ,,Voetbal heeft mijn leven veranderd. Dankzij voetbal heb ik respect, liefde en waardigheid gekregen. Ik schaam me niet voor mijn voetbalcarrière. Ik was een professional en ik speelde met discipline. Als ik president word, kan ik de regering discipline en een professionele houding bijbrengen. Ik ben tegen corruptie: iemand die corrupt is, zal ik meteen ontslaan. En verder moeten we natuurlijk gewoon heel hard gaan werken.''

De norse persdame neemt de teugels weer in handen. Iedereen moet de kamer uit. ,,Bedankt voor jullie aanwezigheid'', zegt George nog, voordat hij de zoveelste vergadering ingaat. Bij de mensen die op Weah's compound rondhangen staat een kleine man die George ook graag de hand wil schudden. Hij komt net terug uit New York, waar hij 25 jaar voor de gemeente heeft gewerkt. Zijn broer is een bekende rebellenleider die tegen Taylor heeft gevochten. Hij kent George uit de tijd dat de sportheld in Queens woonde. ,,Onder zijn eigen mensen, in het getto. Dat is George'', zegt hij. Hij spreekt met respect en sympathie over George, maar buiten gehoorsafstand van de lijfwachten wil hij het volgende toch even kwijt: ,,George bedoelt het goed, maar hij heeft te veel sjacheraars om zich heen. Ik vraag me af of hij de aangewezen persoon is om het land van de grond af aan op te bouwen.''