`Een industrie bouw je in circa vijf jaar'

In Singapore verrijst een toonaangevend biomedisch complex. Dank zij Philip Yeo, die eerder daar de chipindustrie en de petrochemie op poten zette.

In vijf jaar tijd heeft Singapore een biomedisch complex uit de grond gestampt waar 's werelds grootste farmaceutische bedrijven, innovatieve start-ups en Nobelprijswinnaars naartoe worden gezogen. De industrie zet inmiddels miljarden om aan medicijnen. Met dank aan Philip Yeo, de drijvende kracht achter de transformatie.

De Singaporees reist de wereld af op zoek naar bedrijven en universiteiten om mee samen te werken. Amerika, Zweden. Eerder deze week deed hij even het Academisch Ziekenhuis Maastricht aan. ,,Om de mogelijkheden te bekijken'', liet hij weten. Maastricht heeft een reputatie wat betreft onderzoek aan hart- en vaatziekten. Was Yeo geïnteresseerd in wat hij had gezien? ,,Jazeker.'' Zou hij snel nog eens komen? ,,Ja.'' En weg was hij. Diezelfde ochtend had hij België al aangedaan, voor de namiddag stond Duitsland nog op de agenda.

Singapore legt de weg af die ook Amerika, Europa en Japan gaan. Van een industriële economie die concurreert op kosten, naar een kenniseconomie waar het draait om slimme, creatieve mensen die voortdurend nieuwe producten verzinnen. In Singapore voltrekt die transformatie zich snel. Heel vreemd is dat niet in deze centraal gestuurde stadstaat. Het plan om van Singapore een biomedische hotspot te maken wordt uitgevoerd door drie organisaties: een overheidsinstelling, een ontwikkelingsmaatschappij en een investeerder. Van de eerste en de laatste is Philip Yeo voorzitter, van de tweede is hij vice-voorzitter. De grens tussen overheid en bedrijfsleven is in Singapore niet altijd even helder. Hier geldt: Yeo's wil is wet. Hij kiest zelf de universiteiten waarmee wordt samengewerkt, hij selecteert zelfs de buitenlandse onderzoekers die naar Singapore willen komen. ,,Waar ze vandaan komen, maakt mij niet uit. Mits ze talent hebben'', zegt hij.

Het is niet de eerste keer dat Yeo van zich doet spreken. In de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen hij bij het ministerie van Defensie werkte, reorganiseerde hij een kwakkelende producent van munitie en geweren in een internationale wapenfabrikant. In de jaren tachtig blies hij de chip- en elektronica-industrie leven in, waarmee Singapore economisch succes haalde. In de jaren negentig verlegde Yeo zijn aandacht naar de chemie. Wegens het gebrek aan land liet hij voor 4 miljard dollar een moerasgebied droogleggen, ten zuiden van Singapore. Op dit kunstmatige eiland, Jurong genaamd, werd een petrochemisch complex uit de grond gestampt dat inmiddels voor 22 miljard dollar aan producten voortbrengt. ,,Het duurt ongeveer vijf jaar om een industrie te bouwen. Dan ga ik verder'', zei Yeo onlangs tegen het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Omdat Singapore, net als andere rijke landen, delen van zijn traditionele industrie begon kwijt te raken aan lage-lonen landen zoals China en Maleisië, ging het een jaar of zes geleden op zoek naar een nieuwe tak van industrie. Eentje die veel kennis vereist, en navenant geld opbrengt. Het werd de biomedische sector. ,,Omdat Singapore vergrijst'', zegt Yeo. Maar Singapore is klein, en daarom specialiseert het zich in een paar gebieden: kanker, oogheelkunde, werk aan stamcellen. De reden? Yeo: ,,In Azië hebben we specifieke kankers zoals neuskanker. En velen van ons zijn bijziend.''

De overheid heeft voorlopig 2 miljard dollar uitgetrokken voor gebouwen, laboratoria, apparatuur, opleidingen, internationale uitwisselingsprogramma's. Het budget geldt voor een periode van vijf jaar. Verder zijn er gunstige belastingregelingen, waar bedrijven op af komen. Topwetenschappers wordt niet alleen geld en een eigen laboratorium in het vooruitzicht gesteld, maar ook vrijheid in hun onderzoek. Dat is een zegen vergeleken met de bureaucratische rompslomp die ze gewend waren. En soms zijn ook de ethische regels soepel. Zo is in Singapore onderzoek aan embryonale stamcellen toegestaan – die cellen worden gewonnen uit overgebleven IVF-embryo's. Alleen in Groot-Brittannië mag dat tot op heden ook.

Dat de aanpak werkt laten de cijfers zien. 's Werelds grootste medicjnenfabrikant, het Amerikaanse Pfizer, bouwt in Singapore een fabriek voor 600 miljoen dollar. De contactlenzenfabrikant Ciba Vision investeert 250 miljoen dollar in een fabriek. Het Duitse Schering heeft er onlangs zijn hoofdkantoor voor Azië geopend, om in te springen op de snel groeiende behoefte aan anticonceptiemiddelen. De farmaceutische industrie kwam van bijna nul, maar zet nu zo'n 8 miljard dollar om. Over tien jaar moet dat volgens Yeo zijn verdubbeld. De biomedische sector moet dan zo'n 5 procent van het bruto nationaal product voortbrengen.

Ook start-ups komen er steeds meer. Net als topwetenschappers. Maar het is nog niet genoeg. ,,We hebben meer jong talent nodig'', zegt Yeo. Daarom blijft hij de wereld over jagen. Van alle biomedische wetenschappers in Singapore komt vijftig procent uit het buitenland. Met name Amerika en Groot-Brittannië. ,,Dat is het mooie van kennis'', zegt Yeo. ,,Die kent geen grenzen.''