Donner: straf niet op etniciteit

De etnische afkomst van criminele jongeren mag geen reden zijn om een andere of zwaardere straf op te leggen. De rechter moet echter bij het bepalen van de strafmaat wel rekening houden met de persoon van de verdachte en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Dit zei minister Donner (Justitie, CDA) gisteren op het congres `Straatkwaad en jeugdcriminaliteit' in Den Haag. Als bij groepen allochtone jongeren bepaalde straffen beter of juist minder goed uitwerken, dan moet daar rekening mee worden gehouden, vindt Donner. Zo is het bekend dat bepaalde groepen jongeren niet onder de indruk zijn van een leer- of werkstraf omdat ze het geen (serieuze) straf vinden, stelde Donner. ,,Dat is reden om op dat punt te onderscheiden.''

Uit onderzoek dat eerder die dag op hetzelfde congres werd gepresenteerd bleek dat minderjarige allochtone jongeren gemiddeld 53 dagen langer in een gesloten justitiële jeugdinrichting zitten dan autochtone jongeren, terwijl de ernst van het gepleegde delict en het strafblad vergelijkbaar zijn. Donner wilde gisteren niet op dat onderzoek reageren omdat hij het niet had gelezen.

Niet-westerse allochtone jongeren zijn in de criminaliteitscijfers sterk oververtegenwoordigd. Die groep maakt zeventien procent uit van het totale aantal jongeren in Nederland. In 2002 was dat echter nog 34 procent van de geregistreerde verdachten.