Dicht bij de kinderen

Directeur Chris Vegter van een basisschool in Assen schrijft kinderboeken. Zijn leerlingen helpen mee.

CHRIS VEGTER is fulltime directeur van de Emmaschool, een openbare basisschool met driehonderd leerlingen in het centrum van Assen. Hij heeft ook 22 kinderboeken op zijn naam staan. Geschreven tijdens vakanties, in weekeinden en op doordeweekse avonden. Voor zijn nieuwste boek De Tijdsteen offerde hij de meivakantie op. Vegters eerste boeken gingen over Wouter, een jongetje dat kan vliegen. Wouter bestond al in de verhaaltjes die hij eind jaren tachtig schreef voor de kinderen van zijn groep 4. ``De kinderen vonden die verhalen zo leuk, ze stonden me al op te wachten als ik met de fiets het schoolplein op kwam: `Meester, heb je het volgende stukje van Wouter klaar?''' Een moeder raadde hem aan de verhalen op te sturen naar een uitgever. ``Ik had toen al heel snel een paar boeken, want er lag een dik pakket met verhaaltjes over Wouter in de kast.'' Als leraar van de groepen 7 en 8 kreeg hij te maken met iets oudere kinderen. De thema's van zijn boeken werden serieuzer: pesten, verliefd zijn, botsingen tussen culturen, tolerantie.

Lesgeven en kinderboeken schrijven, is volgens Vegter een voor de hand liggende combinatie. ``Je komt als leraar natuurlijk heel veel in contact met kinderboeken. Je leest voor, je praat met kinderen over boeken, de meeste scholen doen aan boekenkringen. Bij het lezen van al die kinderboeken, dacht ik steeds vaker: dat kan ik ook. En omdat je zo dicht bij kinderen zit, kun je je heel goed invoelen in het leven van kinderen. Ze vertrouwen je veel toe.''

Ervaringen van leerlingen zijn het basismateriaal van zijn boeken. Het idee voor het boek Kom maar op! bijvoorbeeld ontstond toen een leerling uit zijn groep 8 vlak voor de zomervakantie opeens vertelde dat hij niet op vakantie wilde. Zijn vader en moeder zouden naar dezelfde Franse camping gaan als vorig jaar. Waar een Nederlandse jongen hem flink op de huid had gezeten.

Bij zoiets wordt de schrijver in Vegter wakker. ``Dan denk ik meteen: daar zit een verhaal in. Ik pak dat kleine gegeven van dat pesten op een Franse camping en de rest verzin ik er bij. Het gezin in mijn boek is heel anders, de camping is anders, zij waren met de tent en ik heb een caravan gebruikt, maar dat stukje over hoe die jongen gepest werd, is authentiek.''

Een leerling uit een andere groep vertelde in een kringgesprek dat raddraaiers die nacht bij hem thuis de tuin hadden vernield. Het begin van Vuisten in de lucht. Of neem Rake klappen, over een meisje dat met haar moeder op de vlucht is voor de ex-vriend van moeder. ``Hier op school heb ik een moeder aan de telefoon gehad die zei: als m'n ex belt, vertel dan alsjeblieft niets over de kinderen. Hij mag niet weten dat we nu in Assen wonen.''

Als een boek af is, laat Vegter de eerste versie eerst aan leerlingen lezen. Zijn boeken worden daar beter van, is zijn ervaring. Spijkerhard bijvoorbeeld, over een agressieve jongen die betrokken is bij het in elkaar slaan van een leerkracht. ``Toen de kinderen het gelezen hadden, zeiden ze dat ze het wel een mooi boek vonden, maar zo triest. Je moet er ook leuke dingen in stoppen meester, zeiden ze. En ze hadden gelijk.''

Nooit zal hij individuele leerlingen portretteren in zijn boeken. Of de Emmaschool, of zijn collega's. Maar de boeken staan wel bol van voornamen van leerlingen. ``Jet en Merle staan erin'', grijnst Caroline Groefsema uit groep 7 in de middagpauze, ``dat zijn twee vriendinnetjes van mij''. Klasgenoot Bart Middelburg weet: ``Als kinderen uit groep 8 van school gaan, gebruikt-ie de namen vaak nog.'' Vegter vraagt de leerlingen vooraf om toestemming. ``Over het algemeen vinden ze het wel spannend als ik hun namen gebruik'', zegt hij.

Rosa Koijck en Yannick Mulder uit groep 7 hebben alle boeken gelezen die de bibliotheek in Assen van Vegter bezit. Yannick: ``Ik had al boeken van hem gelezen toen ik twee jaar geleden naar Assen verhuisde. Toen mijn moeder zei dat hij mijn directeur werd, maakte ik wel even een sprongetje.''

Zo'n dertig keer per jaar geeft Vegter lezingen, maar eigenlijk zijn het theatershows. Hij maakt muziek en voert een toneelstukje op rondom zijn boeken. ``Sommige collega-schrijvers zeggen: `dat jij je gitaar mee sleept en al die attributen in een grote koffer'. Daar snappen ze niets van. Ze vinden dat als je als schrijver wordt uitgenodigd, je er ook als schrijver moet zijn. Ik ben het daar niet mee eens. Ik wil kinderen liefde voor boeken bijbrengen en daarvoor mag ik alles gebruiken wat ik wil.'' Vegter hoopt dat zijn jonge lezerspubliek ook iets opsteekt van zijn verhalen: bijvoorbeeld over wat je kunt doen als leeftijdsgenootjes je onder druk zetten. ``Dat zit natuurlijk toch een beetje in m'n aard als onderwijsmens.''