De rijken in China zijn al rijk, nu de massa nog

Vandaag begint in Peking het vierdaags plenum van de communistische partij van China. Belangrijkste gespreksonderwerp na het ongeremde groeisucces van de afgelopen jaren: hoe voorkomen we een sociale explosie?

Het zit de losarbeider die zijn vrouw uit de dichtbevolkte, arme landbouwprovincie Sichuan naar Peking liet overkomen om samen met haar de 56-jarige verjaardag van de Volksrepubliek China te vieren, niet mee. Al op de tweede dag in de hoofdstad kreeg de vrouw last van haar maag, en moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Het echtpaar is niet verzekerd tegen ziektekosten.

,,Het kost ons honderden yuan per dag, ik verdien in de bouw maar een paar tientjes. Als mijn geld op is, kan ik nog proberen wat te lenen van mijn dorpsgenoten. Anders moet ze het ziekenhuis uit'', zegt de man, die gelaten van het ziekenhuisterrein drentelt.

Het zijn dit soort wantoestanden waar de Chinese president Hu Jintao een einde aan wil maken. Niet langer is ongebreidelde economische groei het hoofddoel van de Chinese communistische partij. Betere sociale voorzieningen, minder corruptie, een schoner milieu en een eerlijker verdeling tussen rijk en arm moeten nu op de eerste plaats komen te staan. Het huidige plenum van de communistische partij zal waarschijnlijk het streven naar een meer evenwichtige ontwikkeling overnemen in het nieuwe Vijfjarenplan, en het daarmee min of meer tot dogma verheffen.

De wens om tot een mildere, meer sociale maatschappij te komen wordt niet in de eerste plaats ingegeven door idealen van medemenselijkheid en gelijkheid, maar door bittere noodzaak. Waar in China in 2003 nog `maar' 58.000 gevallen van oproer en lokale opstand werden gemeld, is dat aantal in 2004 volgens officiële cijfers opgelopen tot 74.000.

De communistische leiders in Peking zijn er diep van doordrongen dat ze de kloof tussen arm en rijk niet verder moeten laten oplopen, omdat zij anders de macht kunnen verliezen. Daarmee stellen zij zich een zware opgave. Het ministerie van Arbeid meldde afgelopen augustus nog dat de kloof tussen arm en rijk voorlopig alleen nog maar groeit.

President en partijleider Hu Jintao, pas sinds ruim een jaar verlost van de invloed van zijn voorganger Jiang Zemin, heeft nog niet duidelijk gemaakt waar hij precies staat op het vlak van politieke hervormingen. Is hij, zoals sommmigen vermoeden, een hervormer die zijn werkelijk gezicht nog niet heeft kunnen tonen omdat zijn macht nog onvoldoende geconsolideerd was? Of is hij een stijve apparatsjik die de Chinese bevolking geen grotere vrijheid zal toestaan uit angst voor chaos?

Vorige maand deed Hu iets waaruit hij vooral als liberaal naar voren kwam. Hij nam het opvallende besluit om de viering van de negentigste geboortedag van de in 1987 in ongenade gevallen leider Hu Yaobang toe te staan. Daarmee lijkt hij impliciet een milder oordeel te geven over de opstanden op het Plein van de Hemelse Vrede die in 1989 bloedig werden neergeslagen.

Hu Yaobang weigerde in 1987 om geweld te gebruiken tegen, ook toen al, demonstrerende studenten en om dissidente denkers uit de communistische partij te zetten. Toen Hu Yaobang in april 1989 aan een hartaanval overleed, legden studenten kransen voor hem op het Plein van de Hemelse Vrede, daarmee het begin inluidend van de studentenopstanden op het Plein.

Het voorgenomen eerbetoon aan Hu Yaobang is des te opvallender omdat het herdenken van de eveneens in ongenade gevallen partijleider Zhao Ziyang begin dit jaar nog streng verboden was. Toen Zhao in januari stierf, mocht er in de media nauwelijks een woord aan hem worden vuilgemaakt. Maar Zhao en Hu Yaobang speelden een vrijwel identieke rol. Ook Zhao weigerde – tijdens de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 – in te stemmen met het gebruik van geweld tegen de demonstrerende studenten, waardoor ook hij zijn leiderschap van de partij verloor.

Is de voorgenomen herdenking ter ere van Hu Yaobang een teken dat president Hu Jintao nu voldoende macht heeft verworven om zijn eigen, meer hervormingsgezinde gezicht te laten zien? Voelt Hu zich door het uitblijven van rellen eerder dit jaar rond de dood van Zhao gesterkt in de idee dat je geliefde, maar controversiële figuren uit de partijgeschiedenis best kunt herdenken zonder dat dat meteen leidt tot instabiliteit?

Sommigen vermoeden van wel, en zij zien dat vermoeden ondersteund door Hu's recente beslissing om alle zestig leden van het parlement van Hongkong, de semi-autonome regio, tot China toe te laten, óók de parlementariërs die kritisch staan tegenover het bewind in Peking. Ook de ontvangst van Taiwanese oppositieleiders zou duiden op Hu's liberale instelling.

Toch is het voorbarig om te spreken van een werkelijke politieke ommezwaai naar liberalisering. Er zijn ook tekenen die juist wijzen op het tegenovergestelde van politieke liberalisering: de toegenomen censuur van het internet en een blijvend slechte behandeling van dissidenten.

Los daarvan: het is misschien ook niet juist om het handelen van Chinese leiders altijd te interpreteren als het wel of niet nemen van stappen in de richting van politieke liberalisering. De communistische partij is, net als haar huidige leider, van niets zozeer doordrongen als van de noodzaak om hoe dan ook de macht te behouden. Daartoe zijn in principe alle middelen geoorloofd. Dat sommige maatregelen op de buitenwereld als liberaal overkomen, is daarbij alleen maar meegenomen. Maar uiteindelijk moet de partij vóór alles zien te voorkomen dat de steun onder de bevolking zozeer afbrokkelt dat verder regeren onmogelijk wordt.