De burger als potentaat (2)

Wat opvalt aan de nieuwe vertolkers van de volkswil, is dat ze de zogenaamd heilige burger óf schaamteloos denken te kunnen manipuleren óf hem lijken te beschouwen als debiel. In de Nederlandse politiek zie je VVD-aanvoerder Jozias van Aartsen bijna dagelijks het volk naar de mond praten zoals hij denkt dat je het volk naar de mond moet praten, een ingestudeerde mix van verbale uitzinnigheid à la Fortuyn en vrolijk cynische arrogantie à la Wiegel, maar niemand die ook maar een ogenblik denkt dat hij het meent.

Uit alles aan zijn optreden blijkt dat hij de lessen van Fortuyn heeft geleerd, maar ook dat hij en zijn adviseurs ze verkeerd hebben begrepen. Fortuyn was de outsider die het establishment aanviel, Van Aartsen is het establishment dat ineens doet alsof hij de outsider is. Je moet de burger wel erg onderschatten als je denkt dat je daarmee wegkomt – of een betere acteur zijn.

Een ander voorbeeld is John de Mol. In de aanloop tot de lancering van zijn televisiezender Talpa schaarde hij zich in ieder interview aan de kant van het volk, het volk dat volgens hem het laatste woord had in alles, met hemzelf en zijn gekochte stal als ideale spreekbuis. Maar ook dat was een kunstje waar het publiek snel doorheen keek. Men ziet De Mol helemaal niet als volksheld, maar precies zoals hij is: als een establishmentfiguur die er geen been in ziet het volk eindeloos te manipuleren met belspelletjes en sms-stemmingen en te bedelven onder een stortvloed van reclame, waardoorheen je af en toe nog een glimp opvangt van een televisieprogramma.

De kijkcijfers zijn nog altijd rampzalig. Big Brother, dat zich ongegeneerd richt op de belbundels van geestelijk achtergebleven tieners, zakt wekelijks dieper weg. De man met de grootste bek, de man die het persoonlijke politiek zou maken met een volkse kijk op de actualiteit, Beau van Erven Dorens, trekt in de vooravond evenveel kijkers als Zeeman met boeken voorheen na middernacht. En Barend en Van Dorp – ach, Barend en Van Dorp. De laatste keer dat ik dat programma zag, was ik er getuige van hoe advocaat Gerard Spong een wel heel sleets nummertje Fortuyn weggaf en ook nog van de zoveelste gespeelde uitbarsting van verontwaardiging van Jan Mulder, dat vleesgeworden symbool van onze nationale verwording. Hij riep dat Nederland een bananenrepubliek was. Pas toen ik van de week zag dat de Postbank onbekommerd met zijn kop mocht adverteren op de voorpagina van de Volkskrant, naast het plekje van zijn column, drong het tot me door dat hij misschien wel een punt had.

Dat de Volkskrant zo'n ongehoorde brutaliteit laat passeren, geeft alleen maar aan hoe groot de crisis is. Men is kennelijk doodsbang een hoeder van de volksgunst voor het hoofd te stoten – zo bang, dat alle journalistieke etiquette een-twee-drie het raam uit kan.

Interessant, die kruiperige angstvalligheid. Want hoezeer de nieuwe post-Fortuynistische vertolkers van de volkswil ook miskleunen, ze kunnen steevast rekenen op een groot en diep ontzag bij de vertegenwoordigers van voorheen de elite. De hoofdredacteur van de Volkskrant dweept met de ,,mensgerichte'' journalistiek, zoals die bepleit wordt door Leon de Wolff in De krant was koning. Dat is journalistiek die van tevoren op maat wordt gesneden voor het publiek – en dat betekent helemaal niet, zeggen de verdedigers ervan, dat het allemaal maar plat en ordinair moet worden; alleen dat alles moet aansluiten bij de belevingswereld van die lezer.

Maar het nieuwe Algemeen Dagblad, helemaal ingericht volgens het door De Wolff bepleite format-denken, is heel plat en ordinair geworden. Die krant onderschat, in ieder artikel opnieuw, zijn lezer, zoals de politicus Van Aartsen de kiezer onderschat. Je merkt aan alles dat het bedacht is, er hangt een geur van onoprechtheid boven de pagina's. Men schrijft voor een karikatuur van de lezer.

De Wolff is uit 1948, en daar kan hij ook niets aan doen, maar in interviews doet hij al zijn critici steevast af als oud, versleten en ancien régime – het zijn altijd oude knarren die zich beroepen op de jeugd, het zijn altijd has beens die de wereld gaan vertellen hoe het verder moet. Het is juist die opzichtige berekening van de format-denkers die het publiek tegenwoordig razendsnel doorheeft. Terwijl de Volkskrant dacht mee te delen in de publieksgunst door het nieuwe Talpa een warm en enthousiast onthaal te geven op de voorpagina, barstte het veel volksere Metro bijna uit zijn voegen van de weerzin jegens de nieuwe zender van De Mol. Terwijl de hoofdredacteur van de Volkskrant dweept met de als belangrijke inzichten vermomde clichés van een verlopen journalist als De Wolff, neemt Radar, het consumentenprogramma van de Tros, de zorg op zich voor de meute ontevreden abonnees van het Algemeen Dagblad, die hun intelligentie dagelijks door hun krant beledigd zien – met dank aan Leon de Wolff.

Je ziet het steeds weer: de `elite' buigt diep voor mensen die zeggen dat ze namens het volk spreken, terwijl het volk niets van die zelfbenoemde profeten moet hebben. De burger wordt tot een potentaat gemaakt – door mensen die denken diezelfde burger klakkeloos voor hun commerciële kar te kunnen spannen. De lekker brutale, populistische aanpak van de actualiteit door Beau is hopeloos mislukt, maar tegelijkertijd maakt de mediadirecteur van de KRO, Ton Verlind, in het omroepblad Spreekbuis de diepst mogelijke knieval voor dit supertalent: ,,Mensen willen intiemer nieuws dat meer hun eigen leven raakt. Ze willen iets meer Beau van Erven Dorens. Hoe staat die verslaggever erin, hoe kijkt die er tegenaan?''

Wil je populist zijn, dan is het misschien wel handig te weten wat de mensen echt willen. Terwijl alle opinieonderzoeken aangeven dat het publiek serieuze programma's als Nova wil behouden, zelfs de mensen die er nooit naar kijken, schaft de elitepartij D66 de NPS af en dweept de mediawoordvoerder van die partij, Bert Bakker, overal met het genie van John de Mol en de culturele meerwaarde van een neurotische zwangere vrouw in het Big Brother-huis – waar geen serieus mens belangstelling voor heeft.

Arme burger, arm volk. Er wordt over onze hoofden een onverkwikkelijke cultuuroorlog uitgevochten, waarbij de vertegenwoordigers van het establishment om het hardst heulen met een volk dat alleen in hun kortzichtige hoofden bestaat. Zo'n elite is de echte vijand.