Claus' ode aan aardse lust

Hugo Claus las voor uit eigen werk tijdens het literair evenement Saint Amour in Parijs. Een bont gezelschap schrijvers deelde het podium met hem.

Breekbaar. Dat was het woord voor het optreden van Hugo Claus in de Opéra Bastille deze week. Claus werd in Parijs aangekondigd als ,,een van de grootste schrijvers van deze eeuw.'' Maar al is de toekenning van de Nobelprijs voor literatuur weer aanstaande, dit keer hing om hem geen stemming van mogelijke euforie. Donderdag kondigde de 76-jarige schrijver in een interview op de Belgische radio aan geen nieuwe gedichten meer te willen publiceren. Zijn laatste dichtbundels, Wreed geluk (1999) en In geval van nood (2004), zijn naar zijn smaak te weinig gelezen. Het voortschrijven aan een nieuw boek lukt hem niet en hij vertelde verzwakt te zijn door een dubbele longontsteking.

Diezelfde avond stond Hugo Claus in Parijs in het programma voor Saint-Amour, het muzikaal-literaire evenement van de Belgische stichting Behoud de Begeerte, die sinds twintig jaar binnen en buiten Vlaanderen succes heeft met steeds nieuw gekozen en aangeklede literaire uitingen van liefde en begeerte.

Claus las onder meer het gedicht Nu nog voor, zo langzamerhand een evergreen in zijn literaire optredens. Als ode aan aardse lust, en tegelijkertijd het aanroepen van de dood, levert het gedicht een natuurlijke climax aan Saint Amour. De enige keer dat Saint Amour Nederland aandeed, in 1990, in de Amsterdamse stadsschouwburg, kwam Claus er overigens ook al mee voor de dag.

Nu, in Parijs, moest hij zichtbaar op gang komen. Hij vroeg ,,twee, drie minuten'' geduld voordat hij het voorlezen begon, had die tijd vervolgens toch niet nodig, vroeg een seconde. En toen werkte het. Aujourd'hui encore, verscheen op het dieprood belichte projectiescherm achter de dichter. Regel voor regel, kwatrijn na kwatrijn las het franstalige publiek de vertaling mee in zijn ademhaling.

En na het voorlezen was er weer die breekbaarheid. Het strompelen op weg naar de coulissen, door een poel van versneden rubber dat gras moest voorstellen en die het elke schrijver deze donderdagavond lastig maakte op het podium van het Parijse amfitheater – maar Claus het meest. Hij moest als enige ook weer terug het rode licht in, om het aanhoudende applaus te beantwoorden van zo'n driehonderd Fransen, Vlamingen en Nederlanders die waren komen opdagen. En weer weg, dit keer bijna struikelend over een lichtbak.

Hugo Claus was niet de enige die met onzekere stappen door de prikkelende setting van Saint Amour wandelde. Saint Amour deed Parijs aan met een bont gezelschap Nederlandse, Belgische en Britse schrijvers, onder wie Connie Palmen, P.F. Thomése, Jean-Philippe Toussaint en Esther Freud.

Onder hen was geen enkele acteur die het podium ook fysiek bestreek. Maar overeind blijven onderweg naar de microfoon, dan goed stilstaan en lezen, dat was wel voldoende. Voor de visuele variatie waren er op het podium de stoelen, de waterbaan, de kartonnen boten met gaatjes die op het scherm achter het podium een stad in de nacht konden oproepen – alles op commando van stijlvol lichtspel.

De genodigde schrijvers moesten het niet hebben van spel en speelsheid, maar van indringende beschrijvingen van uiteenlopende emoties. En dat is hachelijk werk, want hoe vermijd je pathetiek als je hoogtepunten van emotie voorleest zonder de aanloop of uitloop van een heel boek?

De vraag drong zich herhaaldelijk op. Bij Connie Palmen bijvoorbeeld, en haar beschrijving uit Geheel de Uwe, van de ontmoeting in de trein met homme fatal Salomon Schwartz. Of bij Esther Freud, met een scène van net-niet-aanraking uit The Sea House, of Jean-Philippe Toussaint, ronddraaiend om een traan uit zijn boek Faire l'amour.

Sommigen wisten de zaal wel onder de indruk te brengen met zware gevoelens. P.F. Thomése lukte dat met zijn scènes van ontreddering van ouders over hun overleden dochtertje (Schaduwkind). Erwin Mortier met mogelijke belevenissen van een ongeborene, en de jonge Vlaming Dimitri Verhulst met de moord op een ongewenst kind in een asielzoekerscentrum.

Al te grote ernst werd voorkomen door muzikale en filmische intermezzo's. Enigszins uit de toon viel daarbij de Belgische chansonnier Salvatore Adamo, sinds de jaren zestig een beroemdheid in Frankrijk en België. Hij begon vals, maar toverde niettemin de ingetogen zaal in een paar minuten om in een meezingend Arenastadion. Maar Adamo komt niet mee als Saint Amour in februari volgend jaar in Nederland op tournee gaat. Hugo Claus wel.