Canada contra kinderporno

Canada heeft een databank ontwikkeld voor het opsporen van handelaars in kinderporno. ,,Onderzoekers moeten tenminste even effectief met elkaar communiceren als de criminelen.''

Paul Gillespie was zijn machteloosheid spuugzat. Duizenden misselijkmakende afbeeldingen van seks met kinderen kreeg de politieman van de divisie seksdelicten in het Canadese Toronto routinematig onder ogen. Elke foto en elke video was een bewijsstuk van een gruwelijke misdaad. Maar Gillespie kon er weinig tegen beginnen, zegt hij. Daarvoor maakten de criminelen te handig gebruik van de nieuwste communicatiemiddelen.

De uitvinding van minuscule camera's en razendsnelle internetverbindingen hebben het leven van kinderpornografen schrikbarend makkelijk gemaakt, zegt Gillespie tijdens een internationale conferentie over de opsporing van seksuele delinquenten, die deze week in Toronto werd gehouden. Op internet hebben handelaren in kinderporno zo goed als vrij spel, waarschuwt hij. Internationale samenwerking is noodzakelijk om daar een einde aan te maken. Een onlangs in Canada ontwikkelde databank zou daarbij een belangrijke rol kunnen spelen.

,,De criminelen hebben tegenwoordig weinig meer nodig dan een apparaatje dat in de palm van hun hand past,'' zegt Gillespie. ,,Je kunt een mobiele telefoon gebruiken om foto's te maken. Er zijn er die 50.000 foto's kunnen bevatten. je kunt ook in enkele minuten video's maken en verzenden. `Kijk eens wat ik gisteravond met het dochtertje van mijn buurman heb gedaan'. Er is vraag naar. Er is ook technologie om aan die vraag te voldoen.''

Kinderpornografen kunnen tegenwoordig snel, anoniem en efficiënt met elkaar handelen, zonder zich wat aan te trekken van de landsgrenzen die de jurisdicties van politiekorpsen beperken. Bestrijders van kinderporno in verschillende landen communiceren daarentegen nauwelijks met elkaar. ,,De hoeveelheid dubbel werk die we doen is beschamend,'' zegt Gillespie. ,,De criminelen zijn veel handiger dan wij. Ze weten precies hoe ze actief kunnen zijn zonder sporen achter te laten en wisselen tips en waarschuwingen uit in chatrooms. Wij lopen voortdurend diverse stappen achter.''

De politie van Toronto, die enig internationaal aanzien heeft opgebouwd op het gebied van de bestrijding van kinderporno, hoopt dat een nieuwe technologie aan de kant van de speurders het tij zal helpen keren. In Canada werd dit voorjaar het zogenoemde Child Exploitation Tracking System (CETS) geïntroduceerd, een landelijke databank die de onderzoekers helpt virtuele sporen van handelaren in kinderporno met elkaar in verband te brengen. De databank stelt de politie in staat te zoeken naar bepaalde gebruikers op internet en hun identiteit te verbinden met bezoekers van chatrooms en houders van kredietkaarten.

CETS, dat inmiddels ook in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië wordt bekeken, is ontwikkeld door Microsoft Canada naar aanleiding van een verzoek van Gillespie. Uit frustratie schreef hij naar Seattle om de softwaregigant ervan op de hoogte te stellen dat ,,hun producten worden gebruikt voor doeleinden waar ze wellicht geen weet van hadden''. Het middel is kosteloos beschikbaar voor politiekorpsen die het willen gebruiken. Onlangs toonde hij CETS op een bijeenkomst van Europol in Den Haag.

Het opsporingssysteem maakt gebruik van wat meestal het enige aanknopingspunt is voor de misdaadbestrijders: het feit dat de criminelen zich op een gegeven moment moeten aansluiten op internet, via een Internet Service Provider (ISP). Tot nu toe moesten onderzoekers undercover de chatrooms in, maar de databank helpt bij de identificatie van onduidelijke relaties op internet door middel van zogeheten `social network analysis'. Invoering van CETS in andere landen is tijdrovend omdat die technologie moet worden getoetst aan privacywetten.

In Toronto heeft de kortsluiting van informatie uit verschillende hoeken echter al tot arrestaties geleid. Zo werd een verband gelegd tussen twee verschillende gegevens, bijeengebracht in de databank: een tip uit Groot-Brittannië over een Canadese bezoeker aan een chatroom rond kinderporno en informatie uit de VS over individuen die met kredietkaarten betalen voor pornografische documenten. Het onderzoek in de VS leverde 62 gebruikers op in Toronto. Een van hen kon in verband worden gebracht met de bezoeker aan de chatroom in Engeland. Dit leidde tot de aanhouding van een 35-jarige man die een vierjarig meisje had misbruikt.

Bestrijding van kindermisbruik is een kwestie van internationale coördinatie, zegt Gillespie. ,,De onderzoekers moeten tenminste even effectief met elkaar communiceren als de criminelen. We moeten gegevens met elkaar delen.''