Azië = Roken

Tim Goudriaan (19) ontdekt in Azië hoe mooi het leven kan zijn als je rookt

`Smoking is like a rose; beautiful and sweet', belooft de tekst op mijn sigarettenpakje. Klinkt goed. In ieder geval heel wat fleuriger dan de Nederlandse waarschuwingsteksten die me alleen maar kanker en tegenspoed beloven. In de reclames lachen mooie mensen me rokend toe en op billboards wordt het levensgeluk van de roker poëtisch beschreven. Het leven is mooi wanneer je rookt en met een aanbod van meer sigarettenmerken dan fruitsoorten kan de Aziatische roker zijn geluk niet op. Roken heeft hier de allure die het bij ons ooit had. In een ver, grijs verleden.

Ik zit nog maar net of hij vraagt of ik groene thee wil. Graag. Sigaretje? Waarom ook niet. Dit is de standaardontvangst bij veel Aziaten thuis. Ik ben te gast en gasten behoor je te voorzien in hun behoeften. De Chinees bij wie ik op bezoek ben, geeft me beleefd een vuurtje en steekt er zelf ook eentje op. Op schoot zit zijn tweejarige koter onverstoord op zijn duim te zuigen achter het blauwe gordijn. Thuis zou ik dit niet over mijn hart kunnen verkrijgen, maar dit is Azië en ik zou raar aangekeken worden als ik weigerde.

In Nederland weet iedereen allang dat roken schadelijk is voor u en uw omgeving, dat hebben we immers gelezen op de pakjes. In Azië lijkt dat echter niet op te gaan. Als je op de reclames afgaat, dan zou je haast gaan denken dat men hier simpelweg niet aan kanker doet. Het begrip kettingroken is hier vaak zelfs een understatement en het wordt je slechts sporadisch verboden te roken in de bus, in winkels of bij kinderen. Geïndoctrineerd als ik ben sta ik soms paf van dit gedrag. Behoren deze nicotinehoeren niet tot het uitschot van de maatschappij? Zijn het geen viezeriken? Zijn het geen sluipmoordenaars? Toch lijken mijn rokende Aziatische vrienden hele normale mensen.

Hierbij moet ik wel opmerken dat het merendeel van hen man is. Vrouwen die roken worden soms voor `wat minder' aangezien en in Vietnam beweerde een jongen zelfs dat Vietnamese vrouwen die roken prostituees zijn. ,,Allemaal'', voegde hij eraan toe. Rigoureus ja, maar in de disco waar we waren kon ik zijn ongelijk niet aantonen.

Sigaretten hebben hier dus een hoog stoerheidgehalte en de doorgewinterde roker geniet in stijl. Hoe? Met de `bong', een waterpijp van een halve meter lang; vindbaar in de meeste huishoudens in Azië. De bong is het directe bewijs dat roken een belangrijk deel is van de Aziatische samenleving en staat garant voor pret voor het hele gezin. Want niet alleen vader, maar ook opa, oma en moeder-de-vrouw leven graag in stijl. En met speciale tabak en versieringen op je waterpijp ben je natuurlijk helemaal de man. De bong is hét hebbedingetje van de Aziaat.

Toch voel ik mij genoodzaakt een puntje van kritiek te uiten. Dat mensen hun sigaretten op straat gooien, dat moet kunnen. Maar om nou je sigaret uit te stampen op de grond in iemands huiskamer? Ook in sommige winkels en restaurants trappen klanten ongegeneerd hun sigaretten uit tot er een zwarte vlek achterblijft. En dat ze er in China nog een dikke rochel achteraan gooien draagt al helemaal weinig bij aan het hygiënische aspect.

Al met al is roken in Azië een mooie bezigheid. Stoer en stijlvol. Alleen hier is roken nog subliem en een leven zonder het sublieme is ondraaglijk. Genieten waar en wanneer je maar wilt, zonder de discriminatie die zo kenmerkend is voor ons land. Alleen in Azië is roken mooi, is roken zoet. Als een roos.