Waakse centrale bank rukt aan ketting

Wordt inflatie een probleem in de eurozone? De Europese Centrale Bank gromt, maar bijt nog niet.

Waakzaamheid komt bij centrale bankiers in meer dan één smaak. Gisteren liet president Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank weten dat de bankiers in Frankfurt in staat van `sterke waakzaamheid' verkeren over de vooruitzichten voor de inflatie in de eurozone. Trichets woordkeus is niet willekeurig. Een maand geleden was hij nog `bijzonder waakzaam', en in juli slechts `blijvend waakzaam'. Zodoende was de opwaardering naar `sterke waakzaamheid' voor de Kremlin-watchers op de financiële markten een teken om rekening te gaan houden met een verhoging van de geldmarktrente door de ECB. Die rente staat nu al 28 maanden op 2 procent, en dat is voor Europese begrippen zeer laag.

Nog maar een paar maanden geleden klonk vanuit de Europese politiek, en dan met nam Duitsland en Italië, de oproep om de rente verder omlaag te brengen. Dat geluid is nu verstomd. De voornaamste reden is de sterk gestegen prijs van energie, af te leiden uit het prijsverloop van ruwe olie. Gerekend in dollars is de stijging dit jaar al spectaculair. Maar omdat de koers van de euro in de loop van het jaar tegenover de dollar is verzwakt, is de olieschok in euro's gerekend nog veel groter: vijftig euro per vat tegen rond de dertig rond het begin van dit jaar. Trichet toonde zich gisteren bezorgd over de invloed van de olieschok op de inflatie. Die is, volgens voorlopige cijfers, in de gehele eurozone opgelopen naar gemiddeld 2,5 procent over de maand september. Een probleem hoeft dat niet te zijn: als de olieprijs daalt, dan daalt de inflatie weer mee. En zelfs als de olieprijs zo hoog blijft als nu, loopt het prijseffect na verloop van tijd vanzelf uit de vergelijkingen met een jaar eerder.

Het probleem waar Trichet gisteren voor waarschuwde ligt in het zogenoemde `tweede ronde-effect'. Als de prijsstijgingen te lang voortduren, dan komen die terug in hogere looneisen, die vervolgens de prijzen van goederen en diensten over de gehele linie duurzaam opdrijven. Voorlopig is daar weinig van te merken. De kerninflatie, waar beweeglijke prijzen van energie en voedsel niet in zijn meegenomen, bedroeg in augustus slechts 1,3 procent en was bijna een vol procentpunt lager dan de algemene inflatie van 2,2 procent in augustus waarin deze wél zijn meegenomen. Dat verklaart deels waarom de ECB nog niet tot actie overgaat. Eerst moet er meer bewijs zijn van een toenemende algemene prijsdruk.

De reden waarom de markt Trichets waarschuwing toch serieus neemt, is dat er meer aanwijzingen zijn waarop de bankiers kunnen reageren. Zo is de groei van de geldhoeveelheid, die overigens als beleidsfactor beduidend in betekenis is afgenomen, weer opgelopen tot 8,1 procent. Dat is veel hoger dan de 4,5 procent die de ECB veilig acht. Belangrijker is dat de economie van de eurozone weinig last lijkt te hebben van de stijging van de olieprijs dit jaar. Hoewel er nog weinig harde gegevens zijn over de prestaties in het derde kwartaal, wijzen de peilingen van de stemming in het bedrijfsleven op een toenemende activiteit.

Nu neemt de ECB formeel de bedrijvigheid in de eurozone niet als variabele voor zijn beleid mee. Maar als de economische groei in het eurogebied ondanks alles inderdaad terug gaat naar het normale tempo van tussen 2 en 2,5 procent, dan is het toch een stuk comfortabeler om een opwaartse rentestap te kunnen maken. In Frankfurt staat de huidige rente van 2 procent te boek als zeer laag. Als er een eerste renteverhoging komt bij een solide blijvende bedrijvigheid, kan dat heel goed de eerste stap zijn van een reeks.

Zo ver is het nog niet. Al was het maar omdat precies een jaar geleden de inflatie ook naar 2,5 procent ging, de olieprijs ook steeg én de indictaoren voor de bedrijvigheid naar boven wezen. Loos alarm, bleek later. Reden te meer voor Frankfurt om ook ditmaal even af te wachten.