Vondstenaars maken affairekunst

Loopt het storm op de binnenplaats van Museum Boijmans Van Beuningen, nu na vijf jaar onderhandelingen Paul McCarthy's Santaclaus, bijgenaamd Kabouter Buttplug, daar voor het publiek te bezichtigen valt? Komen de mensen van heinde en verre om een bijzonder kunstgenot te ondergaan, of zich te laten shockeren door de geweldige plug die het baardmannetje in zijn rechterhand houdt, of zich af te vragen waarom dit beeld niet in een geavanceerde afdeling van de Efteling staat? Als je niets van de voorgeschiedenis wist, zou je kunnen denken dat deze Santaclaus door een anaal gefixeerde Anton Pieck is bedacht. Maar dan had je je lelijk vergist. `In dit beeld zie je de botsing van de elite- en massacultuur. Het beeld is een parafrase op de negentiende-eeuwse sculptuur van de burgerlijke elite, door het monumentale in brons, en tegelijkertijd refererend aan het beeld van de massacultuur: door de kerstman in kabouteridioom en door de wat losse omgang met een welbekend seksartikel. Het beeld is net zo complex als het grotestadsleven zelf.' Dat zei Jan van Adrichem tegen de Volkskrant. Hij is lid van de Internationale Beelden Commissie, die de gemeente over beelden in de openbare ruimte adviseert. Op de grote foto van Buttplug zie je twee doorvoede dames van middelbare leeftijd terwijl ze die complexheid tot zich laten doordringen.

Het openbaren van kunst in de openbare of half-openbare ruimte veroorzaakt vaak grote moeilijkheden. Denk aan de schildering van Karel Appel, Vragende kinderen, op de muur van de kantine voor de ambtenaren in het oude gemeentehuis in Amsterdam. Schandaal. Ze konden geen hap meer door de keel krijgen. Het kunstwerk werd overgeschilderd. Of nog niet zo lang geleden aan de sculptuur van Herman Makkink, Oude lucht, in een Amsterdams plantsoen. Het stelde een oude, gemetselde schoorsteen voor, kundig gemaakt, een beeld van poëtisch verval. De omwonenden kregen het nog meer te kwaad dan de ambtenaren. Slapeloosheid, maagkwalen, een hartaanval, petities. Onder de ogen van de kunstenaar is Oude lucht met een sloopwerktuig, de knabbelaar, kapotgemaakt.

De omwonenden zijn onberekenbaar. Ook in Amsterdam, in de strook gras tussen de rijbanen van de Churchilllaan staat al misschien wel een halve eeuw een abstracte sculptuur die eruitziet als twee droogrekken. Voorzover ik weet heeft iedereen er vrede mee. Het object heeft zelfs geen bijnaam. Tegenover de Apollohal zie je de Wimpel, een reep golvend ijzer, symbool voor een wapperende vlag. Eens heeft het de boosheid van Gerrit Komrij gewekt, maar de Wimpel is moeiteloos in de zielen van de omwonenden en de omgeving opgenomen. Een abstracte sculptuur op het Spui, bestaande uit acht rechthoekige alumiunum trommels, heeft indertijd veel ellende veroorzaakt, is geruisloos weggehaald en nu te zien aan het eindpunt van de metro naar de Bijlmer. Het Lieverdje van Carel Kneulman, een geschenk van de Hunter sigarettenfabriek, is een Amsterdams monument. De pilaar van André Volten op het Frederiksplein, bijgenaamd de Knakenpaal, zou ik niet graag willen missen.

Waar komt al dat gedoe om Buttplug vandaan? Ik ken het werk van Paul McCarthy niet. Vergis ik me of zie ik een zekere verwantschap met de dames en heren van BritArt die aan het einde van de vorige eeuw spektakel maakten? Damien Hirst met zijn haai op sterk water en zijn Insectocutor, de kooi waarin vliegen die speciaal daarvoor waren opgesloten, zich tegen een draad onder stroom dood konden vliegen. En Tracey Emin, die een installatie had met de lakens waarop ze met de heren had geslapen. Of was het een tent met de namen van degenen met wie ze het had gedaan? In ieder geval heeft het toen veel kabaal veroorzaakt.

Een stap verder was de openbare mishandeling van grotere dieren. Wat is er met de `slachttafel voor vissen' van William Speakman gebeurd? In het najaar van 2000 werd in het Jaarbeursgebouw in Utrecht een demonstratie van dit kunstwerk gegeven. Ik citeer een krantenverslag: 'De kok rijt de spartelende baars aan een vlijmscherp mes, juist onder de kieuwen om te voorkomen dat hij het loodje legt. De flanken worden losgesneden, gecoupeerd en over de vis gedrapeerd. () Pas na een kwartier hijgen en slikken blaast het beest de laatste adem uit.' Beauty is Perfection is de titel. De voorstelling werd gesponsord door een messenfabrikant. Later kwam er nog een kunstenaar die vissen in de verf doopte en ze dan op een stuk papier liet doodspartelen.

Wat heeft dat met Santaclaus te maken? Niets, op het eerste gezicht. Maar aan de creatie van dit goedaardige mannetje ligt een vondst ten grondslag, en de bedoeling van het geheel is een affaire uit te lokken. Opspraak, publiciteit, een schandaal. Vondstenaars maken affairekunst. Dat is een heel andere tak van artistieke bedrijvigheid dan het gewone schilderen, tekenen, beeldhouwen, in welke stijl dan ook. Is de affaire uitgewoed, dan is het meestal ook met het kunstwerk gedaan.

De beeldend kunstenaar Hans Koetsier was op het idee gekomen een monument op te richten, een beeld voor het Lege Gebaar. Hij heeft niet lang genoeg geleefd om er vorm aan te kunnen geven. Verschrikkelijk jammer. Het had de sculptuur kunnen worden waarin misschien wel een heel tijdvak was samengevat.