Verdiende vredesprijs

Een politiek signaal van de eerste orde. Zo kan de vredesprijs die vanmorgen door het Noorse Nobelprijscomité werd toebedeeld aan het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) en diens chef Mohammed ElBaradei wel worden omschreven. Het is een signaal aan de Verenigde Staten, Iran en ieder ander land dat zich, al dan niet vreedzaam, bezighoudt met de toepassingen van nucleaire energie. Het IAEA is een agentschap van de Verenigde Naties. In die zin doet de vredesprijs van dit jaar denken aan die van 2001, toen de VN en secretaris-generaal Kofi Annan hem deelden.

Het IAEA en ElBaradei hebben de prijs gekregen ,,voor hun inspanningen om te voorkomen dat nucleaire energie gebruikt wordt voor militaire doeleinden, en om te verzekeren dat als deze energie wordt gebruikt voor vredesdoelen, dit op de veiligst mogelijke manier gebeurt'', aldus het Nobelprijscomité.

Het is een triomf voor het agentschap, voor de VN en uiteraard voor ElBaradei zelf. Het is een bekroning van bereikte resultaten èn een aanmoediging om door te gaan met het inspectiewerk. ElBaradei was de afgelopen jaren de horzel in de pels van landen als Noord-Korea en Iran, die beide aan omstreden atoomprogramma's werken. Ook in de zaak-Irak speelden organisatie en persoon een hoofdrol. Bij al hun inspecties en onderzoeken vonden het IAEA en ElBaradei de Verenigde Staten op hun pad. En daar zit precies de politieke pijn. Washington is geen fan van de 63-jarige Egyptenaar. De regering-Bush vindt hem te soft jegens Irak en Iran. Maandenlang hebben de Amerikanen campagne gevoerd tegen zijn herbenoeming dit jaar, die er ondanks die tegenwerking toch kwam. Deze vredesprijs is een impliciete boodschap aan de Verenigde Staten: handen af van het atoomagentschap en zijn gewaardeerde chef.

Toch is kritiek op persoon en organisatie gerechtvaardigd. Aanvankelijk was de controle van het IAEA op Iran gebrekkig. Het land bleek jarenlang in het geheim aan een atoomprogramma te hebben gewerkt, zonder dat het toezichthoudende IAEA er iets van af wist. Toen het bekend werd, waren het de Amerikanen die terecht de druk op ElBaradei opvoerden om daarmee de machthebbers in Teheran te bewerken. Nog steeds verschaft Iran te weinig helderheid over zijn kernprogramma. Dat is laakbaar, en primair verantwoordelijk hiervoor is uiteraard het Iraanse bewind. Maar de notitie die ElBaradei onlangs over Iran opstelde had veel weg van een testimonium paupertatis: zijn organisatie komt er maar niet achter wat Teheran nu precies in zijn schild voert. Aanzienlijk meer druk op Iran van de zijde van het atoomagentschap is welkom.

Ondanks de tekortkomingen van het IAEA is de prijs verdiend. Het heeft niets uitgehaald, maar met Irak waren ElBaradei en de chef-wapeninspecteur van de VN, Hans Blix, de grote pleitbezorgers van verdere inspecties op massavernietigingswapens. Hun feitelijke en morele gelijk haalden ze later. Maar het belangrijkste is dat onder ElBaradei het IAEA zich steeds meer is gaan profileren. De chef is vasthoudend, en met zijn club valt niet te sollen. Door boevenstaten noch door supermachten. In een tijd van onveranderd grote nucleaire dreiging geeft dàt tenminste houvast.