Op lemen voeten

De reus staat op lemen voeten. Waarom heeft kanselier Schröder de Bondsdagverkiezingen vervroegd die pas volgend jaar zouden worden gehouden? Het idee om dat te doen was een directe reactie op het debacle van de SPD in de verkiezingen deze zomer in Noordrijn-Westfalen, de grootste deelstaat en met zijn (kwijnende) mijnindustrie historisch een socialistisch bolwerk. Dat is welhaast symbolisch, want de problemen van de Bondsrepubliek hebben alles te maken met haar versnelde opneming in het grenzeloze conglomeraat van postmoderne bedrijvigheid dat wereldwijd de toon zet.

Voor Schröder staat vast dat de door hem in gang gezette sociaal-economische hervormingen moeten worden voortgezet. Hij heeft deze week nog eens herhaald dat dit zijn voornaamste motivatie was en is. Maar de steun in zijn partij voor het hervormingsproces was snel tanende sinds per 1 januari jongstleden de gevolgen ervan voor de burger voelbaar werden. Ter linkerzijde volgden de oprispingen van ongenoegen elkaar op en dreigde een alternatief front te ontstaan. Verkiezingen nu fungeerden voor de SPD-top als een oproep tot algehele mobilisatie van het partijlegioen.

Is de strategie van de kanselier geslaagd? Ja en nee. Ja, voorzover er zicht blijft op voortzetting van de hervormingen die zijn begonnen onder Schröders signatuur, ja ook voorzover de uitdaging van uiterst links voor dit moment is afgeslagen. Nee, waar de SPD door de `nederlaagzege' van Unie-lijsttrekker Merkel in de Duitse pikorde naar de tweede plaats is verwezen en niet meer kan spreken van een natuurlijk eerste recht op het kanselierschap.

Weliswaar hebben de socialisten een redenering verzonnen volgens welke zij de grootste formatie in de Bondsdag zijn gebleven, maar deze doet geen recht aan de feitelijke machtsverhoudingen in het parlement. Even scheen het alsof Schröder alles, de staatsraison, de belangen van zijn partij, zijn eigen beleid, ondergeschikt had gemaakt aan zijn persoonlijk verlangen om door te regeren. Op verkiezingsavond schoffeerde hij zijn tegenstandster met de suggestie dat alleen hij, en dus niet zij, als persoon in staat moest worden geacht het eerste politieke ambt naar behoren te vervullen. Politiek gesproken sloeg dat al nergens op, want politici mogen elkaar dan graag de maat nemen, uiteindelijk bepalen de machtsverhoudingen wie er boven komt drijven.

Intussen kunnen we aannemen dat de kanselier er vooral op uit is de uitgangspositie van zijn partij in de onderhandelingen met de beoogde coalitiepartner, de Unie van Merkel, zo sterk mogelijk te maken. In die zin maakt hij van zichzelf een ruilobject. Recente uitspraken wekken ook die indruk. Schröder onlangs: ,,Het gaat niet om mij persoonlijk. Het gaat om de politieke aanspraak op het leiderschap en daar kan alleen de partijleiding over beslissen. Ik zal elke beslissing accepteren, omdat ik van mening ben dat het er om gaat dat het door mij geïnitieerde proces van hervormingen wordt voortgezet.''

Dus: eventueel of zonodig, wanneer de leiding van de SPD zo beslist, zonder Schröder, wat zou betekenen dat de Unie de kanselier levert. Want de aanspraak op leiderschap van de sociaal-democraten staat of valt met de kanselier van de afgelopen jaren.

Hoe lang de SPD Schröder geloofwaardig als haar koning over het bord kan schuiven, is een vraag die nog op zoek is naar een antwoord. De verwachting is dat het eindspel aanstaande zondagavond wordt afgerond, waarmee dan tegelijk het startsein voor officiële onderhandelingen zal zijn gegeven.

Maar moet voortzetting van het hervormingsproces dan op de Unie worden veroverd? (Schröders woorden zouden die indruk kunnen wekken.) Geenszins. Sterker, de Unie lijkt die voortzetting in verhoogd tempo en op meer gebieden te willen realiseren. In de onderhandelingen zullen de sociaal-democraten eerder op de rem trappen dan op het gaspedaal.

De hervormingen zoals die onder de tweede regering-Schröder vorm hebben gekregen, zijn het resultaat van compromissen in de Bondsraad, het parlement der deelstaten, waarin de Unie een overwicht heeft. Het is onduidelijk wie Schröder in het ootje wil nemen: zijn partij die veel minder hervorming wil dan hij of de Unie die volgens algemene aanname nog wel wat meer zou willen.

Het duistere deel van 's kanseliers jongste uitspraken was dan ook: ,,Het gaat om de politieke aanspraak op het leiderschap.'' De toevoeging: ,,en daar kan alleen de partijleiding over beslissen'', maakt aannemelijk dat Schröder niet doelde op het leiderschap van zijn partij, of niet op dat leiderschap alleen, maar meer nog op het leiderschap van zijn partij in een toekomstige regering. Vervulling van die laatste aanspraak, voor de toekomst de interessantste, lijkt uitgesloten tenzij een ingewikkeld verhaal wordt bedacht en aanvaard waarin een aan de SPD toegedichte pioniersrol in het hervormingsproces aanspraken op dergelijk leiderschap zou rechtvaardigen. Politiek begint echter iedere dag opnieuw, met als uitkomst dat oude posities overleven zolang zij niet in de werkelijkheid van alledag omver worden geschopt. Er zijn meer mogelijkheden dan een grote coalitie.

Duitsland moest bij het aantreden van Schröder een normaal land worden. Uit de reacties in het buitenland op de laatste verkiezingsuitslag zou je dat nog niet kunnen afleiden. Historische precedenten voor funeste ontregeling zijn er immers te over. Toch lijkt het verstandig om nog even van normaliteit uit te gaan, in de zin dat Duitsland in staat mag worden geacht de problemen waarvoor het staat, en die inderdaad bijzonder zijn, meester te worden. De lemen voeten zijn van Schröder, niet van de Bondsrepubliek.

J.H, Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad