Op de bres voor het `brugpensioen'

België staakt, want steeds minder werkenden moeten de stijgende kosten opbrengen van steeds meer oudere inactieven. Net als in de rest van Europa.

Na Frankrijk afgelopen dinsdag, is het vandaag België dat massaal staakt. En net als in Frankrijk gaat het niet tegen de `bazen', maar tegen de regering. Hervormen is ook in België het telkens terugkerende thema in de regeringsplannen. Zoals in Nederland het kabinet Balkenende het mes zette in vut en prepensioenregelingen wil de paarse regering van premier Verhofstadt een einde maken aan het ruime gebruik van het zogenoemde brugpensioen dat er mede toe heeft geleid dat op dit moment nog slechts vier op de tien mensen tussen de 50 en de 65 jaar aan het werk is.

Ouderen zullen langer moeten werken, zegt de Belgische regering. Dat zegt trouwens heel Europa. Toen de regeringsleiders van de Europese Unie vijf jaar geleden in de Portugese hoofdstad Lissabon hun ambitieuze plan bekendmaakten om de economie van Europa in tien jaar tijd tot de meest concurerende ter wereld te maken, was het verhogen van de arbeidsdeelname door ouderen één van de instrumenten. Dat werd zelfs in concrete getallen vertaald: in 2010 dient 50 procent van de beroepsbevolking tussen de 55 en 64 jaar nog aan de slag te zijn. Daar zijn de meeste Europese landen nog ver van verwijderd. En dat dreigt voorlopig voort te duren, getuige het taaie verzet die de voornemens om het voortijdig stoppen met werken overal in Europa oproepen.

,,Jeugdwerkloosheid los je niet op door ouderen langer te laten werken'', zegt het pamflet van de Belgische socialistische vakbond ABVV waarin tot de algemene staking van vandaag wordt opgeroepen. Het klinkt voor Nederlanders heel vertrouwd. Bijna precies een jaar geleden riepen vakbondsleiders op het Amsterdamse Museumplein tegenover 200.000 duizend demonstranten iets soortgelijks.

Twee weken geleden presenteerde de regering Verhofstadt aan de organisaties van werkgevers en werknemers in de `Oriëntatienota' de plannen om de sociale zekerheid te hervormen. Aan de nota was een zware politieke strijd vooraf gegaan waarbij het woord kabinetscrisis regelmatig viel. Eén van de onderhandelaars zei, op voorwaarde van anonimiteit, tegen het Vlaamse dagblad De Morgen: ,,Er is gescholden, ja. De sfeer is slecht, maar wel constructief.'' Waaraan de verslaggever er voor eigen rekening aan toevoegde dat die vaststelling binnen de Belgische paarse coalitie ,,al lang geen contradictie'' meer is.

Concreet wil het Belgische kabinet het eerder stoppen met werken via diverse maatregelen ontmoedigen. De belangrijkste is het beperken van het brugpensioen waardoor werknemers na een loopbaan van 25 jaar op hun 58ste of na een loopbaan van 20 jaar op hun 60ste met vervroegd pensioen kunnen. De werknemer die van een dergelijke regeling gebruik maakt, krijgt een uitkering van 60 procent van het vroegere loon (tot een bepaald maximum) plus nog een toeslag van zijn of haar ex-werkgever waardoor het totale inkomen op rond de 85 procent van het laatstverdiende loon komt. De Belgische regering wil de minimumleeftijd waarop van het brugpensioen gebruik kan worden gemaakt, verhogen naar 60 jaar.

Voorts wordt de `Canada Dry'-regeling financieel minder aantrekkelijk. Dit is een tussenoplossing voor degenen die nog te jong zijn om van het brugpensioen gebruik te maken. Vandaar de naam Canada Dry: een soort champagne, maar minder dan de echte.

Tegenover het ontmoedigen van eerder stoppen met werken zet de regering een beloning voor langer werken. Dit gebeurt in de vorm van pensioenbonussen die oplopen naarmate men langer doorwerkt. Voorts wordt het aantrekkelijker bij te verdienen na de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar maar moeilijker om bij te verdienen voor semi-gepensioneerden jonger dan 65 jaar.

Los van de aantasting van `verworven rechten' draait het dispuut in België vooral om de vraag of het aan de slag houden van ouderen niet juist ten koste gaat van jongeren die op huidige weinig florissante arbeidsmarkt een baan zoeken. Verhofstadt bestrijdt dat. In een toespraak waarin hij de plannen toelichtte, zei de premier: ,,In de landen waar de meeste ouderen aan de slag zijn, is ook de jeugdwerkloosheid het laagst. De ervaring van onder andere de Scandinavische landen bevestigt dat er géén ruil plaats vindt tussen werk voor ouderen en werk voor jongeren. Méér werk voor ouderen leidt juist tot méér economische groei en tot méér werk voor jongeren.''

Daarnaast ziet de Belgische regering net als veel andere landen in Europa een scheefgroei tussen jongeren en ouderen ontstaan. Een kleiner wordende beroepsbevolking moet de stijgende kosten opbrengen van een groeiend leger oudere inactieven. ,,De kloof tussen een groeiende massa behoeftige ouderen en een krimpende massa werkende jongeren dreigt welvaartscreatie via economische groei en herverdeling via sociale zekerheid onverenigbaar te maken'', schreef Marc Devos, docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Gent onlangs in het Vlaamse dagblad De Standaard.

Devos pleit voor een beleid dat leidt tot ,,algehele mobilisatie'' op de arbeidsmarkt. ,,De overheid moet haar schaarse belastinggeld niet uitgeven om niet te werken, maar om werken voldoende lonend te maken.'' De plannen van de Belgische regering zijn daartoe een eerste aanzet. Vergeleken met de oorspronkelijke ideeën zijn de plannen uit de Oriëntatienota en die nu met de sociale partners worden besproken al een stuk minder vergaand. Maar de stakingen van vandaag laten zien dat ze voor een groot deel van de werknemers nog steeds te ver gaan.