Ontbossing maakt van slecht weer noodweer

De gevolgen van het noodweer in Midden-Amerika vallen mede zo ernstig uit door de ontbossing van de laatste jaren. In El Salvador is 98 procent van de bossen verdwenen.

Voor het eerst in dagen regende het gisteren niet in Midden-Amerika. Het gaf de Guatemalteekse president Oscar Berger eindelijk de gelegenheid met een helikopter over de door de orkaan Stan getroffen gebieden te vliegen. Geschokt meldde hij dat hele delen onder de modder en het water liggen. Huizen en bruggen zijn ingestort en wegen zijn onbegaanbaar. Hele dorpen zijn van de buitenwereld afgesloten, waardoor het reddingswerk wordt bemoeilijkt. Zijn collega's in Mexico en El Salvador ondervonden hetzelfde bij een tocht door hun land.

Want hoewel de orkaan Stan, die begin deze week door Midden-Amerika raasde, met een kracht catergorie 1 minder groot was dan die van de orkanen Katrina en Rita vorige maand, is de schade aanzienlijk.

De regen die op de stormen is daar de oorzaak van. Die veroorzaakte in vrijwel de hele regio modderlawines en vloedgolven. En in een gebied dat al verwoest was door jaren van burgeroorlogen, ontstuitbare bosbouw, de orkaan Mitch in 1998 en twee grote aardbevingen in 2001, werden het water en de modder door niets tegengehouden.

,,Helaas is dit iets dat in deze tijd van het jaar altijd gebeurt'', zei John Sauven van milieuorganisatie Greenpeace tegenover persbureau AP. ,,Modderstromen worden steeds gewoner, en ontbossing speelt daarbij zeker een rol.'' Volgens Greenpeace is bijvoorbeeld in El Salvador 98 procent van de bossen en mangroves verdwenen.

El Salvadors president, Tony Saca, bevestigde de woorden van Greenpeace: ,,Ruim 65 procent van het land loopt gevaar door landverschuivingen.'' Hij zei zich gisteren zorgen te maken over een berg nabij Santa Tecla, waarvan net als tijdens een aardbeving in 2001, delen kunnen afvallen. Ook bestaat de kans dat de Santa Ana-vulkaan, die eerder deze week uitbarstte, dit opnieuw zal doen. De regering heeft de noodtoestand uitgeroepen en is met een grootscheepse evacuatie begonnen van 3.000 families. Ook zijn er plannen om water uit de Lempa-rivier te pompen om zo het reddingswerk te vergemakkelijken.

Ook in Mexico probeerden reddingswerkers gisteren dorpen in Chiapas te bereiken. Dit werd bemoeilijkt door de aanhoudende regen: ,,Als gevolg van het weer kunnen we ons werk niet beter doen'', zei president Vicente Fox.

Het dodental in de regio staat inmiddels op 160. In Guatemala zijn er zeker 79 doden gevallen, met name in het gebied rond het Meer van Atitlán en de stad Sololá. In het bergstadje Tecpán, in het westen van het land, worden diverse families vermist. Reddingswerkers vertelden aan persbureau Reuters dat ze echter niet durfden te graven in de modder, uit angst voor een nieuwe landverschuiving.

De regering van El Salvador had het over 62 doden. In Nicaragua zijn negen mensen omgekomen en in Honduras vier.

Claudio Manchinel uit Iztapa in het zuiden van Guatemala heeft het overleefd, zo vertelde hij persbureau AP. Met zijn hoogzwangere vrouw Leticia liep hij uren door de regen en modder op zoek naar een veilige schuilplaats. Een auto pikte hen uiteindelijk op en nam hen mee naar een militaire basis, waar woensdagochtend zoon Claudio werd geboren. ,,We dachten dat het als [de orkaan] Mitch ging worden'', vertelde hij. In 1998 kwamen zeker 9.000 mensen in Midden-Amerika om het leven als gevolg van die orkaan. ,,Maar gelukkig viel het mee.''