O God, wéér briljant

In het toneelstuk `Amadeus' speelt Jeroen Krabbé de rol van de jaloerse componist Antonio Salieri. ,,Na een paar weken heb ik de pest aan Mozart gekregen.''

'Ik lig boven op Mozart, met mijn hand op zijn mond. Ik een oude man in een grauwe mantel, hij is een jongetje in carnavaleske zuurstokkleuren. Ik wil hem vermoorden, maar het ziet eruit alsof ik hem wil penetreren, als in een gewelddadige liefdesscène. Mozart en Salieri, ze villen elkaar levend met fileermessen. Afgrijselijk.'

Jeroen Krabbé keert na twintig jaar terug op het toneel. Hij speelt de hoofdrol in Amadeus van Peter Shaffer, over de achttiende-eeuwse Italiaanse componist Antonio Salieri, die zijn briljante Weense collega Mozart uit jalousie de métier de dood in wil drijven.

Krabbé: ,,Salieri was in die dagen zo populair als de Beatles. Hij werd in heel Europa gespeeld. Dan komt er opeens zo'n snotneus met muziek die hij onmiddellijk als goddelijk herkent, muziek waar hij niet aan kan tippen. Het lukt hem niet om dat te relativeren: jij kan dit, maar ik kan dat. Via Mozart ziet hij in dat zijn muziek waardeloos is. Dat vreet aan je. In het stuk zegt hij: `Vannacht hangt ergens in de stad een kraaiend kind rond dat zonder zijn biljartkeu neer te zetten briljante noten als strooigoed uit zijn mouw schudt, die mijn zwaarbevochten noten reduceren tot levenloos gekrabbel.' Salieri voelt zich beledigd door God, die al die talenten aan zo'n banale puber als Mozart geeft. Terwijl hij, de deugdzame, vrome Salieri als een lege huls achterblijft. Daarom bindt hij de strijd aan met God, hij probeert Mozart, in zijn ogen de incarnatie van God, langzaam te vernietigen.''

Jeroen Krabbé (Amsterdam, 1944) is naast Rutger Hauer de enige Nederlandse filmster met een internationale carrière. Na succesrijke rollen in Soldaat van Oranje en De vierde man steekt Krabbé halverwege de jaren tachtig over naar Hollywood. Hij staat onder meer naast Harrison Ford in The Fugitive, als Russische schurk in de James Bond-film The Living Daylights, en als viool spelende echtgenoot van Barbra Streisand in The Prince of Tides. In 1998 maakt hij zijn debuut als regisseur in Left Luggage naar het boek Twee koffers vol van Carl Friedman. In 2001 volgt The Discovery of Heaven naar het boek De ontdekking van de Hemel van Harry Mulisch. Inmiddels bevat zijn filmografie zesenzestig films en tv-series. Voor het toneel leek hij geen tijd meer te hebben. Afgezien van een korte rol in Love Letters (1992), waarin hij alleen brieven hoefde voor te lezen, stond Krabbé in 1985 voor het laatst op het toneel, in Het dagboek van Anne Frank.

Krabbé ontvangt in zijn Amsterdamse atelier, hij is naast acteur ook schilder, net als zijn vader en grootvader. Het negentiende-eeuwse atelier tegenover het Wilhelmina Gasthuis is nog van de schilder Breitner geweest. De indrukwekkende ruimte heeft een extra hoog plafond en enorme ramen met blankhouten panelen. Je zou verwachten dat Krabbé zou opendoen in een zijden kamerjas met een choker om de hals, zoals hij die in De vierde man droeg. Maar hij draagt gewone-mensenkleren. Verder is de zestigjarige acteur weinig veranderd in de loop der eeuwen: brede lach, zelfverzekerde neus, kleine pretogen met een glans van droefenis. Door het atelier dartelt een divertimento van Mozart. Uit Kruidvat-box 22.

Draait u een cd van Mozart om zich voor te bereiden op de rol?

,,Eerder heb ik al eens Händel gespeeld, in een film over de castraat Farinelli. Toen heb ik hier wekenlang alleen maar Händel gedraaid, totdat het me mijn neus uitkwam. Ik vond het muzak. Daarom heb ik die man als een opgeblazen kikker gespeeld: `Heb je een feestje vanavond? Hier heb je mijn Fireworks Music. Oh, is het een begrafenis? Alsjeblieft, een Funeral March.' Daarna speelde ik de secretaris van Beethoven in de film Immortal Beloved. Inderdaad, wekenlang Beethoven. Nu ben ik begonnen met de cd die Cecilia Bartoli onlangs heeft gemaakt met muziek van Salieri. Maar dat vind ik vreselijk saai. Toen ik daarna Mozart ging draaien, dacht ik meteen: sorry, maar dit is écht geniaal. Licht en sprankelend en steeds weer verrassend. Maar na een paar weken heb ik ook de pest aan Mozart gekregen. O God, wéér briljant, denk ik dan.''

Het toneelstuk Amadeus van Peter Shaffer uit 1979 is anders dan het script dat hij in 1984 zou schrijven voor Milos Formans populaire filmversie. De met acht Oscars bekroonde film was een uitbundige, bonte ode aan de muziek van Mozart. De hoofdrol was voor Tom Hulce als Mozart, met als zijn handelsmerk het irritante, geestige giecheltje. Het toneelstuk is veel grauwer, harder van toon. Het concentreert zich op de biecht van de oude Salieri, die in het gekkenhuis zit en op het punt staat om zelfmoord te plegen.

Aan de kleurrijke kostumering en het casten van de gezellige giechelnicht Marc-Marie Huijbregts als Mozart is af te leiden dat deze versie meer op de film gaat lijken. Is dat zo?

,,Het oorspronkelijke toneelstuk is heel overzichtelijk opgebouwd, het is in feite één lange monoloog van de oude Salieri, onderbroken door twee lange flashbacks, één voor, en één na de pauze. Voor zo'n flashback verkleedt Salieri zich, om aan te geven dat hij in een andere tijd stapt. Blijkbaar had het toneelpubliek dat in de jaren zeventig nog nodig. Nu hoeft dat niet meer, ik stap in hetzelfde kostuum continu van het heden naar het verleden en terug. Regisseur Matthijs Rümke ziet het als één lange nachtmerrie van de oude Salieri, wat een lossere, speelsere structuur toestaat. Je zou dat meer filmisch kunnen noemen.''

Heeft u zelf wel eens zo'n Salieri-moment gehad: dat u stinkend jaloers was op een jongere, wat banale collega die veel beter kon spelen dan u?

,,Ooit zou ik in een film spelen met Alicia Silverstone, een omhooggevallen kindsterretje dat in Hollywood alleen maar macht had omdat haar film, een verschrikkelijke high school comedy, het goed had gedaan [Clueless, red.]. Ze was een half uur te laat. Komt daar een ordinair, kauwgom kauwend stuk onbenul binnen. Ik dacht: al krijg ik het cadeau, ik wil niets met dit onbeschofte wicht te maken hebben.''

Dat is een goed voorbeeld van een vulgair persoon die beroemder is dan u. Maar heeft u ook voorbeelden van acteurs die béter waren dan u.

,,Ik zat ook nog aan Drew Barrymore te denken. Met haar heb ik Ever After gedaan, een remake van Assepoester. Ook al zo'n drugsgebruikend kind. Maar ze is wel een heel beroemd iemand. Er zijn in Hollywood genoeg voorbeelden van mensen die het leuk doen voor de camera, maar die verder niets kunnen. Ik geef toe dat ik wel eens geïmponeerd raak door zo'n beroemdheid, want in Amerika worden filmsterren écht behandeld als royalty. Maar dan red ik me door te denken: Pardon, ik heb twintig jaar op het toneel gestaan. Ik heb Guus Hermus en Ank van der Moer gekend! Die namen zullen Drew Barrymore niet veel zeggen, maar het geeft mij zekerheid.''

Los van het luisteren naar Mozart, hoe bereidt u zich voor op uw rol?

,,Ik lees me in: waar komt Salieri vandaan, waar gaat hij naartoe? Dan probeer ik achter iedere zin de rijkdom aan gedachtes te doorgronden. Acteurs noemen dat de `subtekst'. Ik heb van Mary Dresselhuys geleerd dat je iedere zin moet zien als een muziekblad uit een symfonie. Bovenaan staat de zin die je laat horen, de hoofdmelodie, daaronder de partijen die je allemaal laat meeklinken. Aan het eind van Amadeus zeg ik bijvoorbeeld: `Ik heb mijn naam verbonden aan die van Mozart en ze zullen nooit meer liefdevol zijn naam in de mond nemen zonder vol afgrijzen aan mij te denken.' In mijn spel probeer ik dan een scheut van machteloosheid te laten meeklinken: wat ben ik belachelijk. Ben ik zo diep gezonken dat ik op deze manier de onsterfelijkheid zoek? Tegelijkertijd vind ik het wel degelijk een fijn idee.''

Maar hoe brengt u dat over?

,,Als ik me grondig heb voorbereid, dan komt dat vanzelf. Hoe hij loopt en praat, dat vloeit daar allemaal uit voort. Ik heb wel vroeg in de repetitie bedacht hoe Salieri in zijn stoel zit, afwachtend maar gespannen, als een verdachte op zijn proces. Verder helpt de kleding en de pruik me in mijn transformatie. Dat is de voorbereiding op de lange termijn. Op de dag zelf begin ik me vanaf twaalf uur 's middags te concentreren op mijn openingszin: `Mozart, perdone mi.' Die moet ik meteen recht in de roos gooien. Dan zit ik precies op de juiste hoogte vanwaaruit ik mijn spanningsboog van de avond kan opzetten.

,,Een technicus verbaasde zich er laatst over dat ik in de coulissen met hem stond te praten, en toen ineens `als een ander mens' het podium opliep. Zo moet het natuurlijk ook, de acteur moet helemaal verdwijnen. Ik ben een lege huls die wordt gevuld door mijn rol. Tegelijkertijd weet ik dat het moment dat je werkelijk verdwijnt, dat je een stukje boven de grond zweeft en naar jezelf kijkt, zelden voorkomt. Het gevoel dat iemand anders het overneemt. Dat is de engel volgens Pierre Bokma.''

Moet u innerlijk ook veranderen in Salieri?

,,Nee, dat zou hysterie zijn. Ik heb een hekel aan method acting. Een rol moet je niet te veel aangrijpen, hoewel dat een enkele keer wel een meerwaarde oplevert. Deze keer zei de regisseur Matthijs Rümke vooraf: `Kijk uit, want het is een eenzame rol.' Aanvankelijk wuifde ik dat weg, maar gaandeweg het repetitieproces begon ik me steeds somberder te voelen. We repeteerden in Amsterdam-Noord. Dan stond ik 's ochtend op het pontje en dacht: ik stop ermee, ik word er beroerd van.

,,Toen herinnerde Rümke me aan wat hij eerder had gezegd. En het is waar: het is de rol. Ik sta daar alleen. Marc-Marie Huijbregts, die Mozart speelt, en Tjitske Reidinga, die zijn vrouw Stanzi speelt, hebben de grootste lol samen, ze springen over het toneel en doen waar ze zin in hebben. En ik zit daar maar als een star, ouderwets blok beton. Huijbregts zei: `Je bent ook zo serieus met die rol bezig, daar begrijp ik niets van.' Ik antwoordde: `Ik zou niet weten hoe ik het anders zou moeten doen.' Hij heeft makkelijk praten. Hij is perfect gecast, hij is precies zo'n gezellige spring-in-'t-veld als Mozart, en hij kende in één keer zijn tekst uit zijn hoofd. Hij hoeft alleen maar `Marc-Marie doet Mozart' te spelen, wat hij overigens voortreffelijk doet.''

Wat u beschrijft is een degelijke, traditionele voorbereiding op een rol. Kunt u dat in filmrollen ook kwijt?

,,Welnee, doorgaans word ik ingevlogen, ik loop van links naar rechts, zeg mijn zinnen, trek er een interessant gezicht bij, en vlieg weer naar huis. De meeste regisseurs vinden het al snel prachtig. Ze huren mij in om wat ik in huis heb, zodat ze niet naar me hoeven om te kijken. Zes van de tien filmregisseurs kijken nauwelijks om naar hun acteurs. Dat is heel slecht, want het werkt gemakzucht in de hand, je grijpt naar de verkeerde dingen, de maniertjes.''

Uit wat u vertelt, klinkt een grote liefde voor toneelspelen door, en een dédain voor het filmen. Waarom heeft u dan in twintig jaar lang niet toneelgespeeld en alleen maar gefilmd?

,,Mijn verwende kant heeft gewonnen. Wie zou een aanbod uit Hollywood afslaan? Ten eerste betekende het een verzevenduizendvoudiging van mijn loon, ten tweede reis ik de hele wereld over, naar de prachtigste landen, en ontmoet ik de boeiendste mensen. Iedereen zou dat met vier handen aangrijpen.''

Maar dat zijn de secundaire arbeidsvoorwaarden, daarvoor had u ook badmodefotograaf kunnen worden.

,,Als ik spreek over gemakzuchtig gemaakte films, dan heb ik het vooral over Amerikaanse producties. Maar bij Europese films, vooral bij Britse, ben ik wel degelijk omringd door zuiver kwaliteit, en dat inspireert wel degelijk. Natuurlijk leer ik ervan om met Britse acteurs als Ben Kingsley en Glenda Jackson, of regisseurs als John Madden te werken. Dat is overigens ook het antwoord op de vraag of ik wel eens last heb van jaloezie à la Salieri: als ik iemand beter vind acteren dan ik, dan kan ik me alleen maar verheugen dat ik met zo'n persoon mag samenwerken. Dat ik mij kan laven aan zijn talent. Als ik een schilderij van Matisse zie, wil ik ook niet meteen stoppen met schilderen. Dat is nu juist de relativerende stap die Salieri niet kan nemen.

,,Ik sta nu in een telefoonlijst met de tien meest gevraagde European character actors. De verantwoordelijkheid van de film drukt niet op mijn schouders, ik krijg nooit de hoofdrol, maar ik zorg voor de toegevoegde waarde in een film. Inderdaad, meestal de schurk. Die hebben sowieso meer vlees dan helden. Ik heb een fantastische positie. Ik kan niet wachten tot ik weer naar Zuid-Afrika of Mexico wordt geroepen.

Voorlopig gaat u met `Amadeus' langs Apeldoorn, Breda en Enschede. Waarom bent u teruggekeerd aan het vaderlandse toneel?

,,Onlangs heb ik voor de documentairereeks Allemaal Theater tientallen Nederlandse toneelspelers geïnterviewd. Gaandeweg besefte ik: ik ben en blijf lid van dit gilde. Ik spreek hun taal, ik deel hun passie. Dit is waar ik bij hoor.''

`Amadeus' gaat zondag in première in het Nieuwe Luxor in Rotterdam. Aldaar t/m 15 okt. Tournee t/m 8 dec. Inl. (020) 4211221 of www.amadeusdevoorstelling.nl.