Meer dan een pulpfabrikant

De Amerikaan James Avati schilderde meer dan zeshonderd omslagen van Amerikaanse paperbacks. Schrijvers als Steinbeck, Faulkner en Salinger verschenen dankzij hem in zinnelijk pocketformaat.

Of je het Avati's meesterwerk moet noemen weet ik niet, maar onvergetelijk was het beeld wel voor de naoorlogse opgroeiende generatie. Een mooie, voluptueuze vrouw is even gestopt met het uittrekken van haar blouse en leunt met haar handen tegen de spijlen van het bed. Onder haar degelijke zwarte beha is alleen het vermoeden van grote, ferme borsten zichtbaar, en haar lichaam onder de taille blijft deugdzaam bedekt door een rok die tot onder de knieën reikt. De blik van de man die haar van achter, zittend op het bed, aankijkt is die van een onhandige, naar het radeloze neigende zinnelijkheid. Naar hedendaagse maatstaven een kuis plaatje, maar wat gaat hier gebeuren, vroegen miljoenen potentiële boekenkopers zich indertijd af, daartoe aangespoord door de tekst in het balkje boven het beeld: Love as hot as a blow torch... Crime as vicious as the jungle... Het boek zelf, Horace McCoys Kiss tomorrow goodbye uit 1949, zal ik ongetwijfeld gelezen hebben, maar ik herinner me er niets meer van.

James Avati woonde en werkte zijn hele leven in de Verenigde Staten, schilderde meer dan zeshonderd omslagen van Amerikaanse paperbacks, maar wordt nu voor het eerst geëerd met een expositie in Helmond. Pulp in het museum. Als iemand zich ermee vereerd zou voelen was het de artiest zelf. Maar James Avati, verantwoordelijk voor de meest aansprekende Amerikaanse paperback-omslagen in een tijd dat die boekjes een intrigerende, maar lang niet universeel gedeelde culturele waarde vertegenwoordigden, stierf een half jaar geleden. Het eerbetoon is voor een groot deel te danken aan de niet-aflatende inspanningen van de Nederlandse ontwerper en bewonderaar Piet Schreuders.

Gretigheid

Het zal mij benieuwen of Avati's werk ook andere generaties aanspreekt dan diegenen die in die eerste naoorlogse decennia met de sensatie van de Amerikaanse paperbacks opgroeiden. Misschien is het niet verwonderlijk dat deze eerste expositie van het werk van Avati nu juist in Europa plaatsvindt. Want in ons werelddeel behoorden deze omslagen tot de top-ikonen van de Amerikaanse populaire cultuur. Ze werden met evenveel gretigheid opgepikt als de spijkerbroek en de eerste jazzplaten. Schrijver Bert Hiddema kenschetste het klimaat waarin zij hun intrede deden als één `waarin omnibussen domineerden en andere werken van onduidelijke strekking: Sil de strandjutter, De commissaris vertelt en Eeuwig zingen de bossen, trilogieën die zich afspeelden in het barre Noorwegen, waarin voornamelijk werd gebroed en gezwegen tot over de helft ineens een bijl werd gepakt.' En Ton Anbeek vatte de omslag in waardering als volgt samen: `Ouders bewaarden hun gebonden boeken in een zware kast – de jeugd begon pockets te verzamelen op een Tomado-rekje.'

Het was die democratisering van de wereldliteratuur die voor controverses zorgde, want wat men ook mocht aan te merken hebben op de als zinnelijk overkomende omslagen, ze dienden toch maar mooi om de toppen van Amerikaanse en ook buitenlandse literatuur voor een spotprijsje aan de man te brengen. Hoewel de reeksen waarvoor Avati schilderde (in eerste instantie hoofdzakelijk Signet, later ook voor andere uitgevers) inderdaad voor weinig geld schrijvers als Steinbeck, Faulkner, Salinger, Farrell, Dostojevski, Moravia op de markt brachten, bleven de protesten tegen deze manier van boeken uitgeven niet uit. Het gilde van Amerikaanse Book Jacket Designers fulmineerde tegen de omslagen met top-heavy ladies draped in undress. En toen na 1952 het vervoer van pornografisch materiaal over de post werd verboden kon elke overijverige provinciale postbeambte zijn duit in het zakje doen door te weigeren een hem onwelgevallig boekje te bezorgen.

Wie er nu op terugkijkt kan zich alleen maar verbazen. Natuurlijk was erotiek een belangrijk element. Avati verklaarde in een aan hem gewijde tv-documentaire van Piet Schreuders dat hij zich `elke dag van zijn leven tot ten minste zes nieuwe vrouwen aangetrokken had gevoeld', maar misschien nog veelzeggender aangaande zijn methode was zijn uitspraak dat `wie ons ook geschapen heeft, een val heeft gezet zodat we ons eindeloos tot het andere geslacht aangetrokken zouden voelen'. En vrouwen zijn wat dat betreft `mysterieus en geslepen als de pest, omdat zij weten waar het om gaat, terwijl ik, in mijn onschuld, geen idee heb'.

Avati's methode was er een die door veel andere illustratoren werd gebruikt. Hij begon met het zoeken naar de juiste modellen, doorgaans in zijn onmiddellijke omgeving in het stadje Red Bank in New Jersey: buren, familieleden, minnaressen, kinderen. Hij fotografeerde ze in zorgvuldig gestileerde poses, en ging aan de hand van de foto's schilderen. In zijn hoogtijperiode, gedurende de jaren vijftig, maakte hij twintig omslagen per jaar. Hij ging ongeveer twee keer per maand naar zijn uitgever in New York met een schilderij dat hij afhad, kreeg een nieuw boek plus een idee van wat de uitgever wilde, las het en ging aan het werk.

Die methode was niet uniek, ook Norman Rockwell werkte bijvoorbeeld zo. En met het noemen van de naam Rockwell komen we gelijk op een kenmerk van Avati's werk dat raakt aan de kern van waarom zijn werk zo intrigeerde, in die naoorlogse periode. Zoals Stanley Meltzoff (in zijn inleiding tot het boek van Schreuders dat naar aanleiding van de tentoonstelling verschijnt) het formuleert: `Norman Rockwell toonde Amerikanen zoals we er op ons best wilden uitzien; Avati laat onze buren zien op de manier die hen het best typeerde.' Oude geilaards, smachtende vrouwen, de zichtbare zindering van lust. De vrouw op de omslag van Kiss tomorrow goodbye is ondenkbaar in het universum van Rockwell, zoals bijna alle figuren die hij gebruikte getuigden van een Amerika dat men met alle macht nog onzichtbaar poogde te houden, tot de grote dijkdoorbraak van de rock'n'roll in het midden van de jaren vijftig.

Avati was niet de enige, maar wel de grootste in deze stijl van boekomslagen maken, die in de tijd vrij duidelijk af te bakenen is: ongeveer een dozijn jaren, van kort na de oorlog tot het eind van de jaren vijftig toen, in de woorden van Meltzoff, `TV, mall marketing and art directors fighting for rack space in airports overwhelmed both the writers and their illustrators and it was again high noon for kitsch.' Dat een aanzienlijk deel van zijn werk bewaard is gebleven is overigens een klein wonder. De originele schilderijen werden cadeau gegeven aan tijdschriftenwinkeliers die rijtjes paperbacks in hun winkels opstelden of aan de betreffende auteurs, als souvenir. Andere werden door employés en secretaresses van de uitgeverijen mee naar huis genomen of door Avati weggegeven aan iedereen die maar iets van bewondering toonde. Pas in de jaren tachtig, toen er een kleine schare bewonderaars was opgestaan die in Avati meer zag dan alleen een dienstbaar pulpfabrikant, werden expedities uitgevaardigd om zijn originelen, wat daarvan over was, uit de opslagruimtes van de diverse uitgeverijen te redden. Uiteindelijk lukte het rond de vierhonderd werken in hun originele vorm aan de schilder terug te bezorgen, waarvan een deel in zijn latere jaren aan verzamelaars werd verkocht.

Droom

Avati droomde er ooit van een groot schilder te worden, maar stelde zich uiteindelijk tevreden met een groot vakman zijn – wellicht met als troost dat dat ook voor Rembrandt gold. `Misschien', zo formuleerde hij het in 1971, `was ik op een hele speciale manier () wel geweldig. Ik combineerde zoveel dingen als eerste. En als ik nu terugkijk, begin ik te zien hoe goed ze in dat opzicht waren. Niet in de zin dat ze konden concurreren met grote kunst, hetgeen ik hoopte dat ze zouden doen.'

Achter in het boek van Schreuders is een complete bibliografie opgenomen met alle boeken waarvan Avati het omslagwerk maakte, rond de 630 in totaal. Het is een lijst die veel bezitters en liefhebbers van Amerikaanse paperbacks meteen naar hun boekenkast zal doen lopen. Want er zitten zeer verrassende titels bij: niet alleen werk van de hierboven genoemde groten, maar ook Gore Vidals The city and the pillar, Salingers Catcher in the rye (na een controverse met de auteur, die geen afbeelding van zijn romanheld wenste, hetgeen Avati respecteerde door Holden van achteren te schilderen), Capotes Breakfast at Tiffany's, Nancy Milfords biografie van Zelda Fitzgerald, Updikes Bech is back en, ziedaar, ook de paperback-editie van Richard Yates' Revolutionary Road.

In Helmond is uiteraard slechts een keuze uit dit hele oeuvre te zien, maar er wordt veel aandacht besteed aan Avati's procédé, met schetsen, voorstudies en foto's die als startpunt dienden. Kiss tomorrow goodbye hangt er in volle grootte – zodat de teenagers van toen opnieuw kunnen smachten – of zich wellicht afvragen waarom ze er toen zo van opgewonden raakten.

`King of Paperbacks' is te zien van 9 okt t/m 15 jan in het Gemeentemuseum Helmond. Di t/m vr 10-17u, za en zo 13-17u.

Piet Schreuders en Kenneth Fulton, `The Paperback Art of James Avati', uitg. 010 Publishers, €29,50

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij het artikel `Meer dan een pulpfabrikant' over de Amerikaanse coverschilder James Avati (Cultureel Supplement, 7 oktober) is de naam van de auteur weggevallen. Het artikel is geschreven door Jan Donkers.