Iran's nieuwe imago: stoken in Irak en werken aan de bom

Net als in de beginjaren van de islamitische revolutie maakt Iran weer ruzie met iedereen. Het wantrouwen over shi'itische dominantie en een mogelijke shi'itsiche bom groeit.

Het was een monstertaak: zijn land veranderen van een internationale paria tot een alom geaccepteerd natie. Meer dan acht jaar werkte de hervormingsgezinde Iraanse president Mohammad Khatami aan een vriendelijker imago voor de islamitische republiek.

Onder zijn bewind opende Iran zijn deuren, vooral richting Europa. Met lidstaten van de Europese Unie werden vergaande handelscontracten gesloten, het onderwerp van mensenrechten kwam op tafel in gezamenlijke gesprekken, en de Iraanse president legde staatsbezoeken af aan Frankrijk, Spanje en Italië. Nadat in 2002 bekend werd dat Iran achttien jaar lang een kernprogramma geheim had weten te houden, leidde dat niet tot een uitbarsting maar gingen beide partijen op zoek naar een diplomatieke oplossing.

Maar nu, drie jaar en een presidentswisseling later, lijkt Iran weer terug gevallen in het internationale isolement van na de islamitische revolutie van 1979. Met de begin augustus aangetreden conservatieve president Mahmoud Ahmadinejad aan het roer, lijkt alle opgebouwde `goodwill' binnen een paar maanden verdampt.

Het begon met een Amerikaanse mediacampagne waarin werd gesuggereerd dat Ahmadinejad in 1979 nauw betrokken was geweest bij de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran. Hoewel Ahmadinejad ontkende, kreeg hij direct het label `terrorist' opgeplakt. Het is een imago waar hij niet meer vanaf zal komen.

Tegelijkertijd zijn de onderhandelingen met Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië namens Europa over het Iraanse nucleaire programma tot stilstand gekomen.

In de internationale arena moeten de Iraniërs het nu opnemen tegen de Verenigde Staten én Europa. Voor het eerst sinds de Irak-oorlog streven zij weer vastberaden een gezamenlijk doel na: het voorkomen dat Iran een atoombom bemachtigt. Na twee jaar onderhandelen, is hun geduld op.

Aan Iraanse zijde zijn, tegelijk met het aantreden van de nieuwe president, de spelers aan de onderhandelingstafel vervangen. Hardliners, van wie sommigen geen Engels spreken, hebben de plaats ingenomen van ervaren en gematigde diplomaten.

Tijdens de laatste bijeenkomst van het Internationale Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) in Wenen, begin september, maakten de nieuwe Iraanse onderhandelaars een grote inschattingsfout. Ze hadden verwacht dat veel niet-Westerse landen hen zouden steunen en tegen een Europese resolutie zouden stemmen om Iran te veroordelen. Maar uiteindelijk kwam alleen steun van Venezuela.

In november kan het IAEA nu besluiten om de kwestie `Iran' voor te leggen aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Daarmee komt het conflict op een gevaarlijk kruispunt. Economische sancties tegen Iran worden een reële optie. Twee maanden geleden leek dat nog ondenkbaar.

Maar de internationale druk op Iran beperkt zich niet tot zijn nucleaire programma. In de aanloop tot het referendum over de nieuwe Iraakse grondwet, volgende week zaterdag, is in de internationale gemeenschap de bezorgheid gegroeid over Iraanse shi'itische inmenging in vooral het zuiden van buurland Irak. Deze week beschuldigde Groot-Brittannië Iran openlijk van directe betrokkenheid bij het aanhoudende geweld in Irak. Een regeringsfunctionaris in Londen zei dat alle acht Britse militairen die tot dusver zijn gesneuveld in het zuiden van Irak, zijn gedood door explosieven die via Iraanse Revolutionaire Gardisten zijn geleverd aan een shi'itische militie in Irak. Premier Tony Blair herhaalde die beschuldigingen gisteren in iets diplomatiekere bewoordingen, maar waarschuwde ook dat Groot-Brittannië zich niet door Iran zal laten intimideren – ook niet in de discussie over zijn kernwapenprogramma.

Op steun van zijn buren hoeft Iran niet te rekenen in deze oplopende confrontatie. Door de val van aartsvijand Saddam Hussein in Irak en de verdrijving van de (streng-sunnitische) Talibaan in Afghanistan, is de regionale macht van Iran sterk toegenomen. Ook in de Golfstaten, onder sunnitische bewind, heerst grote angst voor de groeiende shi'itische invloed in de regio. Saoedi-Arabië kent een grote shi'itische minderheid, evenals het eilandstaatje Bahrein. In beide landen hebben shi'ieten zich geroerd om zich sterk te maken voor autonomie. Een mogelijk uiteenvallen van Irak door toedoen van de shi'itische meerderheid in dat land, is voor de machthebbers geen prettig toekomstbeeld.

De eerste diplomatieke strubbelingen in de regio hebben al plaatsgevonden. Vorige week waarschuwde de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken dat Irak op het punt staat aan Iran te worden overgeleverd. Die uitspraak bleef niet zonder gevolgen: een bezoek van de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Manoucher Mottaki, aan Riad werd op het laatste moment afgezegd wegens `tijdgebrek'.

Toch voelt de nieuwe Iraanse regering zich sterk staan. Teheran rekent er op dat er géén sancties zullen komen wegens het kernprogramma, omdat de toch al hoge olieprijzen nog verder zouden worden opgedreven door zo'n ingreep. Mocht toch tot sancties worden besloten, dan zal Iran inspecties van het IAEA gaan weigeren en zullen de handelscontracten met Europa worden opgeschort, zo dreigt de regering.

Die zelfverzekerdheid herinnert veel Iraniërs aan de beginjaren van de revolutie, toen het land met vrijwel de hele wereld ruzie had. Ahmadinejad sprak deze zomer na zijn verkiezingsoverwinning over het ,,exporteren van de islamitische revolutie''. Dezelfde wens leidde na 1979 tot onder andere Iraanse inmenging in de Libanese burgeroorlog. Teheran noemt het kernprogramma nu `van nationaal belang'. In de staatsmedia wordt gesproken over een strijd van David tegen Goliath.

De dissident Abbas Abdi is er niet gerust op dat dit nieuwe Iraanse avontuur goed zal aflopen. ,,Onze machthebbers zijn experts in het terugkrabbelen in de negentigste minuut, zonder prijzen binnen te slepen'', zegt hij in de internetkrant Roozonline. ,,Maar als ze nu toch doorzetten, zal het volk lijden onder sancties of oorlog. Dat is het allemaal niet waard.''