`Immuniteit van Lubbers en Annan opheffen'

Cynthia B., de UNHCR-medewerkster die in 2004 oud-premier Ruud Lubbers aanklaagde wegens seksuele intimidatie, heeft dinsdag in een brief de Amerikaanse president George Bush gevraagd om de diplomatieke immuniteit van Lubbers, VN-secretaris-generaal Kofi Annan en een aantal hoge UNHCR-functionarissen in Genève op te heffen.

Volgens de brief, die in het bezit is van deze krant, wil B. een rechtszaak beginnen tegen ,,de heer Lubbers en anderen die centraal betrokken zijn bij de VN'' omdat zij, ook na Lubbers' aftreden in februari van dit jaar, ,,zijn doorgegaan met wraak nemen op mevrouw B.''. Die vergelding ,,duurt tot de dag van vandaag voort'', aldus de brief, die is opgesteld door Edward Flaherty, B.'s Amerikaanse advocaat in Genève.

Zo zouden B.'s reputatie en geloofwaardigheid te grabbel zijn gegooid doordat er openlijk uit haar vertrouwelijke medische dossier bij de VN-vluchtelingenorganisarie UNHCR werd geciteerd.

Ook zou zij dit voorjaar bericht hebben gekregen dat haar post geschrapt werd. Verder zou haar al twee jaar een functioneringsgesprek zijn geweigerd, met als gevolg dat zij geen promotiekansen heeft.

Volgens de brief zijn deze voorvallen een schending van een Amerikaanse wet uit 1964 over discriminatie op het werk. Omdat de VN en VN-werknemers immuniteit genieten, kan B. met haar klacht bij geen enkele nationale rechtbank terecht. ,,Daarom verzoeken wij u eerbiedig om de privileges en de immuniteiten van de hierboven genoemde functionarissen onmiddellijk bij Presidentieel Besluit op te heffen.''

Mocht president Bush geen gehoor geven aan dit verzoek, dan wil B., aldus de brief, de grondwettelijkheid van de immuniteit voor de VN en VN-medewerkers aanvechten voor een Amerikaanse rechtbank.

Amerikaanse presidenten hebben nooit eerder de immuniteit van VN-organisaties of -functionarissen opgeheven. VN-chefs hebben dit in uitzonderlijke gevallen wel gedaan. Onlangs nog hief Annan de onschendbaarheid van een hoge functionaris op die betrokken was bij het Iraakse olie-voor-voedsel-schandaal.

B. wilde vanmorgen geen commentaar geven. Volgens haar advocaat is er geen enkele sprake van dat zij wraak zou willen nemen op Lubbers. ,,Het gaat niet om Lubbers. Het gaat om de VN. Voor de buitenwereld propageren zij respect voor de mensenrechten, maar binnen de organisatie laten zij systematisch dingen gebeuren, die daarmee in strijd zijn. Wij willen eindelijk eens testen wat het antwoord is op een vraag die al zestig jaar speelt: houden de VN zich aan de wet, of staan ze erboven?''