Geen eervolle terugtocht voor minister Bot

De vernedering van minister Bot was compleet, toen de Kamer hem in een spoeddebat dwong zijn woorden weer in te trekken. Terwijl de meeste leden het met hem eens waren.

Het pijnlijkste moment voor minister Bot (Buitenlandse zaken, CDA) kwam gisteren in de Tweede Kamer, toen Van Baalen (VVD) eiste dat hij zou verklaren dat ,,met de kennis van gisteravond'' de inval in Irak in 2003 ,,nog steeds een verstandig besluit vindt dat de Amerikanen hebben genomen''.

Bot, die woensdagavond in de Tweede Kamer had laten merken dat niet te vinden, kwam er niet omheen gistermiddag zijn woorden in te trekken tijdens het spoeddebat waarvoor hij en premier Balkenende naar de Kamer waren geroepen.

Vergeefs nog probeerde Bot de aftocht enigszins een eervolle wending te geven: ,,Ik vind het de taak van een politicus en diplomaat om (...) jezelf af te vragen of je juist hebt gehandeld en welke lessen je daaruit kunt trekken voor de toekomst. Dat zal ik altijd blijven doen''.

In de praktische politiek is daarvoor echter geen ruimte, maakte het spoeddebat duidelijk. Aan de formele werkelijkheid – dat het kabinet Balkenende I in 2003 terecht politieke steun heeft verleend aan de Amerikaans-Britse inval in Irak – mag op geen enkele wijze worden getornd door een lid van het kabinet Balkenende II, ook al zijn de door de Britten en Amerikanen beloofde massavernietigingswapens van Saddam nooit gevonden en is het land Irak – in de woorden van de PvdA'er Koenders – na de inval ,,een rekruteringsland'' voor het wereldwijde terrorisme geworden.

,,Gereduceerd tot een kleuter'', vatte Koenders de positie van de minister samen, en ook Karimi (GroenLinks) en Van Bommel (SP) vatten hun verontwaardiging over de manier waarop Bot zich tot de orde liet roepen in forse termen samen: ,,Mondje dicht'' en ,,terug in het hok''. Zij werden daarin gesteund door fractieleider Dittrich van D66 (in 2003 oppositie, thans deel van de coalitie). Hem hadden, zei hij, de opmerkingen van Bot op woensdag ,,als muziek in de oren geklonken''.

,,Daar moeten we dus op een volwassen manier over kunnen praten'', vond Dittrich. Overal, ook in de VS en Groot-Brittannië, wordt immers in de politiek openlijk gesproken over de wijsheid van de inval van 2003, in het licht van de kennis van vandaag.

Maar in de politiek van vandaag kan dat dus niet. Bot zag zich gedwongen tot excuses dat zijn ,,filosofische bespiegelingen'' van woensdag tot ,,misverstanden over de bedoeling van zijn woorden hadden geleid'' en dat hij op geen enkele wijze de ,,rechtmatigheid'' van de kabinetsbeslissing van 2003 of de inval zelf in twijfel had willen trekken. Voor de VVD'er Van Baalen, die zelf bij Bots uitlatingen woensdag aanwezig was geweest, was dat niet genoeg: ,,Dat zou betekenen dat we hem verkeerd begrepen hebben''. En tenslotte moest Bot dus zijn woorden intrekken.

Een van de paradoxale gevolgen van het spoeddebat lijkt dat er thans definitief geen onafhankelijk of parlementair onderzoek zal komen naar de manier waarop het besluit van 2003, politieke steun te verlenen aan de inval, tot stand is gekomen. Een motie van GroenLinks en de PvdA om een werkgroep van de Tweede Kamer in te stellen die een dergelijk onderzoek moet voorbereiden, zal immers komende dinsdag naar verwachting roemloos worden afgestemd – hoewel coalitiepartij D66 hem zal steunen, kondigde Dittrich aan.

Het voornaamste argument dat premier Balkenende tegen zo'n onderzoek inbracht was – niet voor het eerst – dat bij zo'n onderzoek inzage zou moeten worden gegeven in geheime inlichtingenrapporten die de Nederlandse regering, en ook hem persoonlijk, uit het buitenland hadden bereikt in 2003. En als we daaraan gaan beginnen, willen in de toekomst de Britten en Amerikanen ons nooit meer iets geheims vertellen, betoogde de premier: ,,Dat is zeer schadelijk voor de Nederlandse inlichtingenpositie''.

Bovendien, zei Balkenende, was de commissie van fractievoorzitters die waakt over het werk van de inlichtingendiensten, en algemeen bekend staat als de `commissie stiekem', in 2003 geïnformeerd over alle geheimen. CDA-fractieleider Verhagen, die als vertegenwoordiger van de grootste partij voorzitter is van die commissie, kwam ongevraagd aan de interruptiemicrofoon verzekeren dat zulks inderdaad ,,afdoende'' was gebeurd. Een bewering die dezelfde middag nog door PvdA-fractieleider Bos, in een e-mail aan de pers onder het kopje `geschiedvervalsing', werd bestreden: ,, Dat (in de commissie, red.) een fundamenteel verschil van mening overbleef over de vraag of Nederland op grond van deugdelijke informatie de militaire interventie in Irak steunde, (..) laat Verhagen gemakshalve weg.''

Bij ontstentenis van een parlementair onderzoek zullen aan regeringszijde een aantal `lijken in de kast' vermoedelijk daar blijven – de vraag bijvoorbeeld of de sollicitatie van Bots voorganger De Hoop Scheffer als secretaris-generaal van de NAVO in 2003 een rol speelde bij de Nederlandse standpuntbepaling. Maar aan regeringszijde niet alleen: ook Bos reageerde gisteren per ommegaande op opmerkingen van Balkenende over diens eigen politieke steun aan de inval van 2003.