Erkenning waakhond en lange neus VS

Het IAEA en zijn chef Mohammed ElBaradei hebben de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. Het is een erkenning van hun multilaterale en behoedzame aanpak van massavernietigingswapens.

Met de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) en zijn Egyptische chef Mohammed ElBaradei steunt het Nobelcomité voluit hun ijver voor nucleaire ontwapening via ,,de breedst mogelijke internationale samenwerking''. Op een moment dat ,,de dreiging van nucleaire wapens weer aan het toenemen is'' en ,,inspanningen voor ontwapening in een impasse lijken te verkeren'', ,,is het werk van het IAEA van onschatbare betekenis'', terwijl ElBaradei zich manifesteert als een ,,onbevreesde pleitbezorger van nieuwe maatregelen'' voor nonproliferatie, zegt het juryrapport.

Het is een erkenning van het belang van de strijd tegen verspreiding van massavernietigingswapens naar dubieuze staten en terreurgroepen. Die strijd beleefde dit jaar twee diplomatieke fiasco's: eerst mislukten in mei pogingen om het non-proliferatieverdrag tegen de verspreiding van kernwapens aan te scherpen. Vervolgens kon de wereldgemeenschap het in september voor de VN-top niet eens worden over nieuwe afspraken over ontwapening en massavernietigingwapens en bleef dit thema geheel buiten de slotverklaring.

De toewijzing van de Nobelprijs is ook een erkenning dat de IAEA-aanpak controleren dat nucleaire energie vreedzaam wordt toegepast en niet misbruikt voor militaire doeleinden de juiste is. Let wel: een multilaterale aanpak waarbij regimes zo nodig stringente controles krijgen opgelegd, maar overleg en internationale samenwerking altijd het eerste middel zijn. Een aanpak, zoals het IAEA die nog langer had willen uitvoeren in 2003 in Irak totdat de VS de oorlog begonnen, en zoals het die nu uitvoert in Noord-Korea en Iran.

Daarmee trekt het Nobelcomité een lange neus naar de regering-Bush: dit jaar voerden Verenigde Staten onder leiding van toenmalig onderminister voor Wapenbeheersing en Internationale Veiligheid John Bolton, nu VN-ambassadeur, vergeefs een maandenlange campagne tegen de herbenoeming van ElBaradei. De hardliners binnen de regering waren tegen een derde termijn van vier jaar voor ElBaradei omdat hij niet de harde Amerikaanse lijn volgde in Irak en later Iran.

Die campagne ging volgens niet bevestigde maar ook niet ontkende berichten zo ver dat de VS vorig jaar tientallen telefoongesprekken van ElBaradei met Iraakse functionarissen afluisterden, ,,op zoek naar munitie tegen hem''. De Amerikaanse campagne werd een complete sof: de VS ontdekten geen wangedrag in de telefoontaps, kregen geen steun van de andere 34 landen in de beheersraad van het IAEA en stemden uiteindelijk gewoon mee met de wereldgemeenschap vóór herbenoeming.

De nucleaire waakhond IAEA, waarbij 138 landen zijn aangesloten en die in Wenen zetelt, heeft een jaarbudget van zo'n 273 miljoen dollar en een staf van 2.200 man en 670 inspecteurs. Het agentschap, opgericht in 1956, heeft zijn bestaan te danken aan het besluit van president Eisenhower in 1953 om de Amerikaanse nucleaire kennis ter beschikking te stellen van andere landen.

De taak van het IAEA, dat altijd afhankelijk is van medewerking van landen en of mandaten van de VN-Veiligheidsraad, is nog steeds primair en uitdrukkelijk bevordering van de vreedzame toepassing van kernergie en van radioactieve producten het algemeen. De aandacht van de buitenwereld is de afgelopen jaren steeds meer komen te liggen bij de soorten inspecties die het agentschap uitvoert.

Het IAEA moest koste wat kost voorkomen dat de verkochte Westere atoomkennis zou worden misbruikt voor de aanmaak van kernwapens en daarvoor is een sluitend systeem van `safeguards'-inspecties opgesteld. Productie, transport en verbruik van verrijkt uranium of teruggewonnen plutonium wordt van de wieg tot het graf gevolgd. Voor landen die zelf geen kernwapens hebben is deze IAEA-controle nagenoeg waterdicht.

Maar van de grote kernwapenstaten bestaat geen sluitende uranium-boekhouding en in zekere zin heeft het IAEA dus weinig kunnen bijdragen aan de inperking van de wapenwedloop. Als steunpilaar van het sinds 1970 geldende nonproliferatieverdrag heeft het de grote asymmetrie in rechten en plichten tussen wapenstaten en niet-wapenstaten niet kunnen wegnemen.

Het is ongetwijfeld de behoedzame en deskundige wijze waarop het IAEA opereerde en opereert in Irak en Iran en in mindere mate die in Noord-Korea waaraan het de Nobelprijs te danken heeft. Vooral in Irak hebben de IAEA-inspecteurs onder zware omstandigheden moeten werken. Ook stonden het IAEA en ElBaradei onder grote Amerikaanse politieke druk om beschuldigende verklaringen af te leggen. Deze dagen gebeurt dat weer rond Iran.

Maar IAEA-directeur ElBaradei, een milde maar geen weke chef, blijft zijn eigen koers varen. Achteraf staat vast dat het IAEA in Irak de oorlog in 2003 had kunnen voorkomen als het meer tijd had gekregen. Door het echec van de niet-ontdekte massavernietigingswapens daar was ElBaradei al een morele winnaar. Nu ook nog een Nobelprijswinnaar.