Een steeds harder land

Hoe zou je de integratiegeschiedenis van de afgelopen veertig jaar kunnen indelen? Bedri Kaygun, een van de broers uit Annerieke Goudappels familiekroniek De gebroeders Kaygun, onderscheidt drie tijdperken. `In het eerste tijdperk had niemand het over integratie. In het tweede tijdperk kon je integreren als je dat wilde en de mensen waren tolerant. In het derde tijdperk moet je integreren, het is gedwongen integratie.'

Het is een heldere indeling van veertig jaar massale immigratie in Nederland. En het is tevens de tijdsspanne waarbinnen De gebroeders Kaygun zich afspeelt. Want in het leven van de Koerdische familie Kaygun weerspiegelt zich veertig jaar immigratiegeschiedenis. Het verhaal begint in 1964, als vader Ali Ekrem naar Rotterdam komt om `zwaar en eentonig werk te verrichten'. Er wordt hem niet gevraagd om Nederlands te leren of om in te burgeren. Hij moet zijn werk doen en niet voor problemen zorgen.

In het tweede tijdperk voegt zijn familie zich bij hem. De zonen – Bedri, Sadri en Celal – grijpen de kansen die Nederland hun biedt. Bedri is de intellectueel van het stel, die in zijn ontwikkeling echter belemmerd wordt door zijn taalachterstand. Zijn studie sociologie aan de universiteit loopt om die reden schipbreuk. Hij stapt over naar de sociale academie en voltooit daar de opleiding Leergangen Etnische Minderheden, waar `linkse mensen met sandalen' vier jaar lang `een oogje dichtknepen' voor zijn taalachterstand.

Ook zijn broers Sadri en vooral Celal hebben aan de weg getimmerd. Waar staan de gebroerders Kaygun nu, na ruim 25 jaar Nederland? Sadri werkt in de sociale hulpverlening. In de Haagse Schilderswijk helpt hij Turken en Koerden die de weg niet kennen in de Nederlandse instanties. Celal is eigenaar van een goedlopend restaurant in de Rotterdamse Proveniersbuurt. Een geslaagd ondernemer, die zich een Range Rover kan veroorloven.

Maar voelen ze zich nog thuis? En voelen hun kinderen zich hier nog thuis?

Het antwoord op die vraag is gemengd. Alledrie de broers en sommige kinderen maken zich zorgen over de toekomst. Het klimaat rond allochtonen is verhard, vinden ze. In alle geledingen van de samenleving, tot aan de sociale dienst toe. Op de Hogeschool InHolland, waar de zoon van Cela studeert, gaan allochtone en Nederlandse studenten niet met elkaar om.

Ontroerend is Bedri Kaygun, die zich vanaf het begin het sterkst op Nederland heeft gericht. Maar wat heeft het hem gebracht? Na de moord op Theo van Gogh zoekt een vrouw ostentatief een andere plek als hij in de tram naast haar plaats neemt. Hij wordt hier niet geaccepteerd, zegt hij. En dat terwijl zijn dochter hoge cijfers haalt op het Hervormd Lyceum in Amsterdam-Zuid en hij haar naar de hockeyclub in Bloemendaal brengt.

In een simpele, maar uiterst doeltreffende stijl schetst Goudappel een sympathiek portret van drie generaties Koerden. De hoofdstukken over Koerdistan ademen de sfeer van een ruig land, waar de tijd vrijwel stilstaat, en waar de natuur de loop der dingen bepaalt. De hoofdstukken over Nederland vertellen het verhaal van een ingrijpend veranderende samenleving, die harder en harder wordt. Maar toch is er geen reden voor al te veel somberheid. Ali Ekrem kwam als analfabeet naar Nederland en zijn zonen zijn allemaal goed terechtgekomen. Al is Bedri geen minister geworden, zoals hij zich in zijn naïviteit gewenst had, zijn dochter heeft een Gooise r en alle kans om nog rechter te worden.

Annerieke Goudappel: De gebroeders Kaygun. Omzwervingen van een Koerdische familie. Atlas, 267 blz. €19,95