Een microchip onder je schedeldak

In Michael Cunninghams nieuwe roman `Specimen Days' vloeien spookverhaal, thriller en sciencefiction in elkaar over. ,,Pas in gezelschap van een hagedissenvrouw kon ik een beetje losser worden.''

Elke ochtend, voordat Michael Cunningham achter zijn bureau gaat zitten in zijn stille studio middenin New York, luistert hij naar muziek. Dat moet, vertelt hij tijdens een kort bezoek aan Amsterdam. Anders kan hij niet schrijven.

Bij het werk aan The Hours, zijn roman uit 1999 waarin hij varieerde op Virginia Woolfs roman Mrs. Dalloway, luisterde hij naar klassieke muziek. Bij het schrijven aan zijn nieuwe boek Specimen Days luisterde hij onder meer naar Bob Dylan, naar Steve Reich, naar The Libertines en The White Stripes.

,,Ik zit daar maar'', zegt hij, ,,de hele dag alleen in een kamer, terwijl ik probeer de wereld naar binnen te halen. Als ik muziek draai, voel ik me vergezeld door anderen. Muziek is nodig om in een bepaalde sfeer te komen, om het ritme te voelen dat ik wil overbrengen in taal, want voor mij is taal half muziek, half betekenis.''

Gelukkig. Even lijkt Michael Cunningham tenminste een beetje op Michael Cunningham, tenminste, op de schrijver die je je had voorgesteld op basis van zijn werk. De Amerikaan wordt immers geroemd om zijn vloeiende, lyrische stijl, de schitterende basso continuo die zijn karakters met elkaar verbindt. Dat is vast een bedachtzaam, poëtisch type.

Maar Cunningham-in-het-echt blijkt juist heel aards. Grappig, terwijl zijn boeken over het algemeen juist ernstig zijn. Een gebruinde vijftiger, New Yorker met een vlotte babbel, een man die de wereld als vanzelfsprekend aan zijn voeten lijkt te hebben en die daarom genereus kan zijn. Strak getraind en tevens kettingroker. Als hij zijn zoveelste opsteekt, tekenen zijn schouderspieren zich onder de dure stof van zijn shirtje af als in de reclame voor een mannenparfum.

,,Het is waar'', zegt hij. ,,Ik ben in het dagelijks leven veel luchthartiger dan in mijn werk. Er bestaat echt een kloof tussen mijn alledaagse en mijn schrijvende zelf. Pas in het dagenlange gezelschap van een hagedissenvrouw kon ik een beetje losser worden.''

De hagedissenvrouw komt voor in Specimeaankein Days, waarvan hij de vertaling, Stralende Dagen, in Amsterdam kracht is komen bijzetten. Net als The Hours bestaat dit boek uit drie afzonderlijke verhalen, die op een ingenieuze manier met elkaar verbonden zijn. Is één verhaal hem niet meer genoeg?

,,De wereld is eenvoudigweg te vol om het bij één verhaal te laten'', zegt de schrijver, terwijl hij diepe halen neemt van alweer een volgende sigaret. ,,Onze blik is wijder dan ooit, veel meer dan vroeger zijn we ons ervan bewust wat er speelt op andere plekken, in andere tijden. In het negentiende-eeuwse, lineaire verhaal met een begin, een midden en een eind kan zo'n wereld gewoonweg niet langer weerklinken. In mijn volgende boek weef ik vast nog meer verhalen door elkaar.''

Er is wel iets met drie. U gebruikt ook vaak drie personages. Dat werkt blijkbaar goed.

,,Ja dat is wel waar, er is iets met drie. Twee is van een dodelijke symmetrie. Drie is tegelijkin balans en in onbalans, het heeft iets compleets.''

Wat heeft u geleerd van The Hours dat u in Specimen Days kon gebruiken?

,,Mijn held is de schilder Claude Monet, die een gezegend hoge leeftijd bereikte. Zijn leven lang probeerde Monet om het perfecte riet-onder-water te schilderen. Het lukte hem bijna, en toen nét iets beter, en nog ietsje beter en toen ging hij dood.

,,Bij mij gaat het net zo. Uit elk boek neem ik dingen mee in het volgende. Ik voelde mij nu veel comfortabeler bij het jongleren met elementen uit verschillende verhalen. In The Hours werkte ik simultaan aan alledrie de verhalen, omdat de parallellie tussen de drie dames Dalloway exact moest zijn. Dit boek moest chaotischer zijn, meer ambigu. Ik schreef de verhalen dus één voor één en vocht tegen mijn eigen neiging om dingen te mooi af te ronden. Ik kan namelijk bijzonder dwangmatig zijn. Ik heb nota bene zelfs geprobeerd om elk van de drie verhalen in Specimen Days even lang te laten zijn. Precies hetzelfde aantal woorden, alleen voor mijn eigen plezier! Het lukte me bij de eerste twee, maar bij het sciencefiction-deel bleek dat onmogelijk. Ik moest teveel informatie schrappen. Oh, get over it, dacht ik toen.''

In The Hours liet Cunningham via het boek van Woolf de innerlijke monologen van drie vrouwen – Virginia Woolf zelf, één van haar lezeressen in de jaren vijftig, en haar uitgeefster in hedendaags New York – als het ware volledig in elkaar overvloeien. Met dit idee van literaire osmose was hij duidelijk nog niet klaar, want in Specimen Days is het spel nog complexer. De manier waarop personages en gebeurtenissen in elkaar overvloeien, als elkaars echo, spiegel of voorbode, is de grillige, chaotische rode draad, dwars door drie tijdperken en drie genres – het Edgar Allen Poe-achtige spookverhaal, de thriller en de sciencefiction. De meest poreuze grens blijkt ondertussen telkens die tussen mens en machine.

Deel één van Specimen Days speelt rond 1860, in New York, ten tijde van de industriële revolutie. De osmose van mens en machine is er het doel van de mismaakte Lucas, die vermoedt dat de geest van zijn broer Simon huist in de machines van de leerfabriek waar hij werkt. In deel twee jaagt forensisch psychologe Cat in hedendaags New York op gehersenspoelde kinderen, die met bommen om hun middel willekeurige voorbijgangers omhelzen en tot ontploffing brengen. Met één van hen, het jongetje Luke, komt ze in contact. In `Like Beauty', het derde deel, is postapocalyptisch New York in gebruik als historisch themapark. De biomechanische nepmens Simon, gefabriceerd door een bedrijf in Atlanta, vat zoiets als liefde op voor de buitenaardse hagedisvrouw Catareen.

Het is al met al duidelijk waar voor de schrijver ditmaal de uitdaging lag. Cunningham kon zijn talent voor karaktertekening ditmaal ook op wezens met een microchip onder het schedeldak loslaten. En op hagedisachtigen met `ogen als golfballen' en een velletje `in de kleur van verse sla'.

,,My first extraterrestial!'' roept Michael Cunningham in een verse rookwolk, en het klinkt jongensachtig trots. ,,Wat vond je van Catareen? Ik wilde heel graag een ruimtewezen met een echt karakter scheppen. Het spookverhaal, de thriller en de sciencefiction drijven doorgaans sterk op plot. Ik vind dat heel onbevredigend. Het ging me erom, via die genres de geschiedenis van technologie te beschrijven en er tegelijk naar mijn beste kunnen echte kararakters in te plaatsen. In het sciencefictiondeel bleek dat overigens veruit het moeilijkst. Je moet zoveel uitleggen, en het is heel moeilijk om alle informatie op een organische manier te verwerken.''

`Sciencefiction zal nooit Literatuur worden met een grote L', schreef de New York Times naar aanleiding van Oryx and Crake, de toekomstroman van Margaret Atwood uit 2003. Ook `Like Beauty' is door critici afgeserveerd als het minst geslaagde deel van Specimen Days. Maar dit lijkt een achterhoedegevecht, want biotechnologische toekomstscenario's zijn de laatste jaren populair bij literaire auteurs. De voorgeprogrammeerde, door mensen gefabriekte nepmens staat bijvoorbeeld ook centraal in Kazuo Ishiguro's meest recente roman Never let me go, om van de klonen in het werk van Michel Houellebecq nog maar te zwijgen. Kan Cunningham deze plotse belangstelling verklaren?

,,Ik vind het niet verwonderlijk dat meer schrijvers dit onderwerp kiezen'', zegt hij. ,,Stephen Hawking heeft onlangs gezegd dat de veranderingen in informatietechnologie die op ons afkomen niets zullen zijn vergeleken bij wat ons op het biotechnologisch front te wachten staat. Whatever comes, it will rock us. Zelf denk ik dat wetenschappers allang in staat zijn mensen te klonen. Ze doen het alleen nog niet, omdat het publiek er niet rijp voor is, en omdat we de gevolgen ervan niet kunnen overzien. Op dit moment is het al mogelijk foetussen te manipuleren in de baarmoeder. Dat impliceert dat we kinderen slimmer, mooier kunnen maken. Die mogelijkheid zal op den duur ter beschikking komen, maar alleen voor veel geld. Zo zullen we bijna letterlijk krijgen wat nu al bijna het geval is, namelijk dat rijk en arm twee verschillende rassen worden, die in twee verschillende werelden leven.

,,Een ander voorbeeld: ik denk dat er in de niet al te verre toekomst computers zullen zijn die in staat zijn tot creëren. Ook dat roept ongelooflijk veel vragen op. Zal zo'n computer dan een ziel hebben? Is een roman, geschreven door zo'n computer, net zoveel waard als eentje van mij?

,,De vraag wat nog menselijk is en wat niet meer, wordt dus alleen maar relevanter. De schrijvers die zich ermee bezig houden, vind je vooral in de sciencefiction. Schrijvers als Ursula LeGuin of William Gibson lees ik bijzonder graag. Ze zijn op een onverschrokken manier inventief, zeer intelligent, en ze concentreren zich op thema's die veel belangrijker zijn dan de relaties die in veel literaire romans centraal staan. Als een schrijver bevrijd is van de wetten van het naturalisme, komt er meer ruimte voor filosofie, voor fantasie.''

Atwood en Ishiguro lijken niet optimistisch over de ontwikkelingen die ze schetsen, en u evenmin. `Like Beauty' is doordrongen van melancholie.

,,Ik wilde echt binnen het genre werken, niet iets anders doen dan daarin gebruikelijk. Veel sciencefiction is waarschuwend van aard.''

Dat is nog iets anders dan de droefenis, het besef van verlies, waarvan Like Beauty doordrongen is.

,,Melancholie is misschien ook iets wat mij aankleeft. De melancholie in `Like Beauty' heeft niet specifiek met de toekomst te maken; het gaat tenslotte ook over twee personages die niet tot elkaar kunnen komen.''

In dit boek is New York een donkere plek, vooral in het eerste deel, dat speelt tijdens de Industriele revolutie. Een groot contrast met het zonovergoten New York waarin uitgeefster Clarissa in The Hours rondloopt. Heeft dat te maken met de aanslagen van 11 september, waarop u in Specimen Days zinspeelt?

,,In The Hours heb ik het verblindende licht van New York beschreven, en ik ben blij dat ik dat gedaan heb. Maar voor armen en immigranten in keukens, kelders en fabrieken is New York letterlijk een donkere plek, voor rijken een plek vol licht van parken, van winkels. Dat was in 1860 zo, en nu nog steeds. Het is een constante in een stad die verder altijd razendsnel verandert.''

Vindt u New York erg veranderd na 11 september?

,,Aan de oppervlakte is er nauwelijks verschil, maar er is een subtiele innerlijke verandering. De Amerikaanse illusie van veiligheid is vergruizeld. Daar zit iets moeilijks in, maar helemaal vreselijk is het niet. Onze jeugd is nu voorbij. En zoals dat gaat met je kindertijd; je hebt er heimwee naar, maar je beseft ook dat je niet terugkan, en sterker, dat het tijd werd dat je eens volwassen werd. In dit boek beschrijf ik New York als een mislukte utopie, emblematisch voor de mislukte utopie Amerika. Vroeger voelden Amerikanen dat Amerika het gedroomde land zou kunnen worden, het meest genereuze land dat de wereld ooit gekend had. Nu rest ons alleen nog de retoriek die bij dat idee hoort. Het geloof in de utopie zelf is aan het verdwijnen.''

Voelde u zich verplicht om aan de aanslagen te refereren? Ze lijken in geen enkele hedendaagse Amerikaanse roman meer te ontbreken.

,,Het is in die zin een verplichting dat je er niet omheen kunt. Dat zou zijn als schrijven over naoorlogs Londen zonder de bombardementen te noemen.''

Als contrast voor de duistere aspecten van Amerika – want bij Cunningham kan iets nooit alleen maar duister zijn – dient in Specimen Days de Amerikaanse dichter Walt Whitman, beroemd om zijn extatische verwoording van de pracht van zijn vaderland. In alledrie de delen duikt zijn werk op; de fabrieksjongen Lucas hoest tegen wil en dank Whitman-citaten op, de wandelende jongetjesbommen in deel twee blijken met een apocalyptische interpretatie van Whitmans utopische visoenen gehersenspoeld, en ook de chip in het hoofd van de toekomst-Simon blijkt ermee geprogrammeerd.

,,Ik heb Whitman pas na enige aarzeling verwerkt'', zegt Cunningham. ,,Ik was bang dat men mij een truc zou verwijten. Zo van: `die heeft een hoop geld verdiend aan Virgina Woolf, en nu denkt hij zeker binnen te lopen op Whitman!' Maar toen ik onderzoek deed naar het New York van 1860, een verschrikkelijke plek, bleek dat Walt Whitman daar had rondgelopen. Hij vond dat duistere, smerige, verschrikkelijke New York groots en geweldig, hij omhelsde het. Juist daarom, vanwege dat extatische, vond ik dat ik hem nodig had. Ik mag dan soms melancholiek zijn, in de grond beschouw mijzelf als een optimistische schrijver. Ik koester een sterk geloof in de menselijke veerkracht.''

Zou u dit Amerikaans optimisme willen noemen?

,,Ik denk er eerder aan als universeel optimisme. Ik zie de viering van het leven, de menselijke mogelijkheid om te overleven, als één van de meest fundamentele menselijke eigenschappen, een eigenschap die bovendien centraal staat in veel romans. Maar er is misschien inderdaad ook een specifiek Amerikaans, hardnekkig geloof in vooruitgang. Koppig en een beetje naïef. Maar hé, komop, wat wil je. Het land is nog maar drie kwartier oud.''

Is Whitmans `astonished hunger for everything that can occur' ook de uwe?

,,Een honger zou ik het misschien niet noemen, maar er is zeker verwantschap met de manier waarop ik de dingen voel, en zie. Als ik in mijn stille studio zit, voel ik me verbonden met de stad. Met moeders en taxichauffeurs en advocaten en illegalen. Mensen dichtbij en mensen veraf. Ik denk aan de veranderlijkheid van dingen en tegelijkertijd vraag ik me steeds af: wat hiervan is eeuwig? Neem emoties. Die veranderen steeds, ze zijn makkelijk manipuleerbaar. Toch is het, als een mens verdwijnt, alsof er iets van zijn emoties blijft hangen. Een echo bijna, zodat je weet: hier is iets geweest, hier is iets gevoeld. Maar misschien moet ik hier opmerken dat ik behalve een optimistische, ook een sentimentele schrijver ben.''

De personages in uw romans zijn eenzaam, omdat ze enkel maar mens zijn. En ze zijn met elkaar verbonden door het schitterende feit dat ze allemaal mens zijn. Is dat niet paradoxaal?

,,Dat is paradoxaal, maar het is ook waar.''

`Specimen Days' is verschenen bij uitg. Fourth Estate en bij uitg. Farrar, Strauss Giroux, €16,95

`Stralende Dagen' (vert. Peter Abelsen) is verschenen bij uitg. Prometheus, €17,95

`Ik wilde een ruimtewezen met een echt karakter scheppen'

`In dit boek beschrijf ik New York als een mislukte utopie'