Door de neus naar binnen

Pikkuhenki van Toon Tellegen begint als een klassiek sprookje: `Langgeleden, in een land hier ver vandaan, leefde een heks die zó klein was dat ze onder een zandkorrel woonde, naast een stofje, achter een grassprietje.'

Maar Pikkuhenki is meer dan een klassiek sprookje. De strijd tussen goed en kwaad; een kind dat de domme massa wakker schudt; macht en onmacht; pratende dieren; een wrede tiran; tovenarij – het zijn allemaal sprookjes-ingrediënten die ook in Pikkuhenki zitten. Maar het is nog niet eerder vertoond dat de held in een sprookje onzichtbaar blijft. Tellegen geeft de lezer alle ruimte om het verhaal met zijn eigen verbeelding in te vullen. Alle Sneeuwwitjes en Assepoesters op kindertekeningen lijken op elkaar, elke Pikkuhenki zal anders zijn. Bovendien zijn de begrippen goed en kwaad minder zwart/wit dan in de meeste sprookjes. Natuurlijk overwint het goede, maar is Pikkuhenki nou een heks of een fee?

Pikkuhenki woont in een voor de lezer bekend rijk. Als zij wil ontdekken of zij, net als andere heksen, ook macht heeft en voor het eerst op haar bezemsteel vliegt (`die zo klein was dat je hem zelfs onder het sterkste vergrootglas niet had kunnen zien'), ziet ze hoe mensen `dansen en kussen en elkaar honderd jaar opsluiten in kastelen begroeid met rozen'. `Ze zag ze huizen van koek bouwen in het midden van een donker bos en zich door wolven laten opeten, en ze zag ze ook gedachteloos in vergiftigde appels bijten.' Dit is niet de plek om te verklappen hoe ver Pikkuhenki's macht uiteindelijk reikt, maar het eindigt er in ieder geval mee dat een oude keizer voortaan met `bebloede knieën en zachtjes jammerend jaar in jaar uit door ruwe en onvruchtbare streken' moet kruipen.

Toon Tellegen is vooral beroemd om zijn dierenverhalen. Maar wat de kracht was van die verhalen, dieren met mooie, filosofische gedachten in een verder stilstaande wereld, maakte ze na verloop van tijd voorspelbaar. Maar in Pikkuhenki zindert het. En de taal van Tellegen overdondert. `Mensen bleven tot in de wijde omtrek als aan de grond genageld staan. Het was alsof de wolken waren opengesprongen en de hemel gromde en de aarde teruggromde en de hemel huilde en jankte en de aarde terughuilde en terugjankte, en alsof zelfs de zon gromde en met jankende stralen de aarde verzengde.'

Toon Tellegen creëerde met Pikkuhenki de tot nu toe machtigste figuur uit het sprookjesrijk. Omdat ze zo klein is, kan ze ongemerkt door de neuzen van dieren en mensen naar binnen vliegen om daar over hun gedachten te heersen. `Daar was ze opeens niet meer klein. Want gedachten zijn zelf heel klein, nog honderdduizend keer kleiner dan het kleinste stofje, want hoe zouden er anders zoveel gedachten in één hoofd kunnen passen?'

Wie ook op het onderbewuste inwerkt is illustratrice Marit Törnqvist die bij het verhaal indrukwekkende, onheilspellende, dromerige tekeningen maakte. Dromerig in de zin van: als in een droom. Het gekozen perspectief laat de lezer met Pikkuhenki meevliegen door een onwaarschijnlijke wereld die toch gewoon voorkomt en waaruit je met een onbestemd gevoel weer tevoorschijn komt. Törnqvist maakte al indruk met haar stadsromantische tekeningen in de dichtbundel Jij bent de liefste van Hans en Monique Hagen, maar wat ze neerzet in Pikkuhenki is heel groots. Kijk maar hoe de ledematen dansen zonder dat de mensen het willen. Speciaal voor Pikkuhenki componeerde Klaas ten Holt (bekend van de filmmuziek bij De Passievrucht) een ontregelend en theatraal stuk voor vier blazers, een slagwerker, een viool en een contrabas. Toon Tellegen leest op de cd met zijn rustige stem het verhaal voor.

Luister naar Tellegen, zie Törnqvist en hoor Ten Holt, en je voelt je even heel klein – net zo klein als Pikkuhenki.

Toon Tellegen & Marit Törnqvist: Pikkuhenki. Met muziek van Klaas ten Holt. Querido, 46 blz. (+cd) €13,95