Denkers tussen de drop

De geschiedenis van de filosofie samen in een bloemlezing van eerder vertaald werk, alleen verkrijgbaar bij het Kruidvat. Zijn de 3000 pagina's goed gekozen?

Filosofie bij het Kruidvat?

Jazeker, en waarom niet. De kruideniersketen oogstte eerder succes met Bach en het verzameld werk van Couperus, dus waarom geen filosofen?

Het is op zichzelf altijd een goed idee om primaire teksten van filosofen voor een breed publiek beschikbaar te stellen. Filosofen worden, zeker tegenwoordig, naar hartelust nagepraat en uitgevent. Maar schreef Kant niet méér over de Verlichting dan de slagzin `durf te denken'? Vinden islamitische wijsgeren de rede echt inferieur aan het geloof? En hoe onleesbaar is die Heidegger eigenlijk, of is dat net zo'n vooroordeel als het gebrek aan `gevoel voor humor' dat feministen lang is aangewreven?

Kortom, terug naar de bronnen. Ook als die worden aangeboord in een doos die je bij de kruidenier tussen de shampoo in je karretje kan laden.

Laten we daarom het positieve onderstrepen van de uitgave Filosofie, vijf delen vertaalde teksten (ongeveer 600 bladzijden per stuk) van tientallen filosofen uit west en oost. De teksten zijn geselecteerd door de Amsterdamse uitgeverij Boom/Sun, op basis van het eigen rijke fonds, maar de goudgele doos wordt uitgebracht onder het Kruidvat-label Brilliant Books, onderdeel van de Foreign Media Group, die eerder de Couperus-box voor dezelfde drogisterij verzorgde. Daar gingen tienduizend exemplaren van over de toonbank. Van de filosofen wordt hetzelfde verwacht.

Meesterwerken

Boom en Sun konden putten uit zo'n honderdvijftig titels uit hun eigen, omvangrijke fondsen filosofie. Daarin bevinden zich meesterwerken als Kants Kritiek van de zuivere rede, vertaald door Jabik Veenbaas en Willem Visser (en waarschijnlijk het mooist uitgegeven filosofieboek in Nederland); Martin Heideggers Zijn en Tijd, vertaald door de onvermoeibare Mark Wildschut, Filosofische Onderzoekingen van Wittgenstein door Maarten Derksen en Sybe Terwee, en de reeks Nagelaten Fragmenten van Nietzsche, door Michel van Nieuwstadt en Mark Wildschut. Bovendien verschenen nog maar twee jaar geleden twee uitstekende bloemlezingen, 25 Eeuwen westerse filosofie en 25 Eeuwen oosterse filosofie, de laatste verzorgd door Jan Bor en Karel van der Leeuw. Ook uit die twee is veel geput voor deze nieuwe uitgave – overigens niet tot genoegen van alle betrokkenen (zie kader).

Een keus uit eigen keuken heeft natuurlijk ook nadelen. Hoe representatief of compleet is het fonds, luidt een vraag die de samenstellers zelf al oproepen. Na Wittgenstein is in de fondsen van Boom en SUN bijvoorbeeld maar weinig uitgegeven aan moderne analytische filosofie, een frontier van expertise die in Nederland vaak ten onrechte wordt aangezien voor `toch maar logica'. Daarnaast is er de keuze van focus: moet filosofie in een bloemlezing worden benaderd als een opeenvolging van grote personen met grote gedachten, of als een intellectuele discipline waarin het gaat om het oplossen van tijdloze problemen? Die laatste benadering is prikkelender en verplichtend (wie had er nu eigenlijk gelijk?), maar wordt al gauw abstract en `moeilijk'. De eerste spreekt eerder een groot publiek aan, appelleert bovendien aan de huidige behoefte aan canons en gezaghebbend gedachtegoed, maar loopt het gevaar onkritisch te worden en, paradoxaal genoeg, vrijblijvend (niemand had gelijk, we zetten `gewoon' alles op een rijtje).

Met het oog op de brede klantenkring van het Kruidvat, is hier logischerwijs gekozen voor een populariserende, maar toch serieuze aanpak: teksten van kopstukken uit de filosofie, chronologisch gerangschikt en voorzien van algemene historische inleidingen. Omdat de teksten zoveel mogelijk voor niet-ingewijden leesbaar moeten zijn, omvat de selectie vooral in de moderne filosofie veel politiek-sociale wijsbegeerte en tamelijk weinig `technische' stukken. Op zichzelf is ook dat verdedigbaar, maar het leidt, samen met de beperkingen van het fonds, wel tot een zekere eenzijdigheid.

Het eerste deel, van Oudheid tot Renaissance, bestrijkt al zo'n twee millennia maar is alleen al de moeite waard door de fragmenten van Herakleitos (vertaald door Cornelis Verhoeven), en de kernteksten van Aristoteles en Plato. Daarna is het wel even slikken bij de povere aandacht voor Thomas van Aquino, en de lange gedeeltes uit de Lof der Zotheid van Erasmus. De publieksvriendelijke humanist uit Rotterdam krijgt zelfs – nu gaan we tellen – meer pagina's (43) dan Aristoteles (37).

Maar we blijven positief. Zulke kritiek is al gauw muggenzifterij vergeleken bij de vreugde om de riante hoeveelheid tekst van Hume, Kant en Hegel die we aantreffen in de delen twee en drie. Ook de niet-westerse teksten in de eerste delen zijn (in eerste instantie door Jan Bor, Karel van der Leeuw en Michiel Leezenberg in 25 Eeuwen oosterse filosofie) excellent gekozen: Nagarjuna, al-Ghazali, Avicenna, Sankara en anderen zijn genoeg om elk chauvinisme over een Europees monopolie op abstract of filosofisch denken moeiteloos te doen verdampen. Leezenbergs keuze van islamitische teksten is, wellicht met een half oog op de actualiteit, integraal overgenomen.

Maar dan. Het accent op teksten die ook voor leken goed te volgen moeten zijn, wordt wel erg zwaar in het vierde deel, over de twintigste eeuw. Hoe is het te verdedigen dat de filosofische gigant Wittgenstein (die ooit toch ook `in de mode' was) hier op dwergenmaat wordt gesneden met acht (8!) pagina's uit zijn briljante Filosofische onderzoekingen. Terwijl Hannah Arendt (die nu weer in de mode is) over maar liefst 99 bladzijden wordt uitgewalst. Sartre krijgt er nog 52, en er worden zelfs 35 pagina's besteed aan de filosofische voetnoot Iris Murdoch. Ondertussen moeten Russell en Quine hun wijsgerige inzichten kwijt in respectievelijk 9 en 10 bladzijden.

Dat kan geen geheime agenda van de samenstellers zijn, want merkwaardig genoeg ontbreekt Martin Heidegger, de burgerschrik der analytici, op zijn beurt helemaal. Beschouwen de samenstellers de `denker van het Zwarte Woud', van wie ze twee schitterende vertalingen in hun fonds hebben, als afgedaan? Nee, de oorzaak van deze Heidegger-vergetelheid is banaler. De erven van de denker gaven (net als Habermas) geen toestemming voor het opnemen van passages uit diens werk. Zij zien, conform zijn wens dat alleen volledige teksten worden gepubliceerd, niets in een bloemlezing waarin hun voorvader ook maar een zijnde onder de zijnden wordt.

Ook in het laatste deel, `de modernste filosofie', ligt de nadruk wel erg op maatschappelijk `relevante' denkers zoals Peter Sloterdijk, Martha Nussbaum en Slavoj ˇZižek. De politieke filosoof John Rawls ontbreekt (zit niet in het fonds), en het cruciale debat over taal, betekenis en waarheid in de analytische filosofie wordt vrijwel in zijn eentje door Hilary Putnam vertolkt.

Eurocentrisch

Het zijn lacunes die enigszins, maar niet helemaal, worden goedgemaakt in de algemene inleidingen, en het begeleidende boekje dat Filosofie Magazine bij de box levert. Daan Roovers, hoofdredacteur van Filosofie Magazine, volgt in haar vlot geschreven inleidingen helaas teveel de clichés over de geschiedenis van de filosofie. De eerste zin zet de toon: `De geschiedenis van de filosofie begint bij de Grieken, ongeveer zeshonderd jaar voor onze jaartelling'. Niet alleen is dat een achterhaald eurocentrisch standpunt, Roovers verwijst zelf een alinea later al naar `Indiase filosofie' uit de achtste eeuw voor Christus. Een detail: `Het is Kant die de vraag ,,Wat is Verlichting?'' zal stellen en beantwoorden', schrijft Roovers. Maar het was Johan Friedrich Zöllner die de vraag in 1783 stelde in de Berlinische Monatschrift, in een controverse over het burgerlijk huwelijk. Kant reageerde met een gelijknamig essay. De inleidingen bevatten ook nogal wat weergaves uit de losse pols van filosofische standpunten, en curieuze formuleringen als `doordat zich een sterk historisch bewustzijn ontwikkelde, werd de werkelijkheid steeds meer opgevat als een historisch proces'. Beter is het bijgevoegde boekje waarvan Roovers ook co-auteur is, en waarin de geschiedenis van de (westerse) filosofie nog eens in één stuk wordt nagelopen.

Is de doos een aanwinst? Ja, omdat filosofen nu eens voor een breed publiek zelf uitvoerig aan het woord komen. En hoe zwaar moet je aan de bedenkingen tillen? Toch niet zwaarder dan nodig is om de doos, met de barcode naar voren, langs de kassa te slepen.

Filosofie. Deel 1. Van Oudheid tot Renaissance, 686 blz. Deel 2. De vroegmoderne tijd (17de en 18de eeuw), 646 blz. Deel 3. Verlichting en kritiek (18de en 19de eeuw). Deel 4. De twintigste eeuw, 597 blz. Deel 5. De nieuwste filosofie, 579 blz. Brilliant Books, €44,95 (cassette).