De SUPERsubjectieven

De Raad voor Cultuur krijgt zware kritiek uit de kunstwereld. De werkwijze zou te ondoorzichtig zijn, de subsidiebeoordeling te willekeurig. Staatssecretaris voor Cultuur Medy van der Laan wil dat nu veranderen.

,,Godskolere.''

,,Wat kunnen we nog doen behalve een fruitmand sturen?''

,,Tot nu toe is Van der Laan toch een brokkenpiloot. Kijk wat ze met de NPS doet in het kader van de nieuwe flinkheid.''

,,Moeten we de staatssecretaris niet waarschuwen voor wat ze kapotmaakt?''

De commissie Amateurkunst en Cultuureducatie van de Raad voor Cultuur vergadert op een woensdagochtend in Utrecht en de commissieleden reageren ongeremd. Inzet is de Kunstconnectie, een kleine ondersteunende instelling die de subsidie kwijtraakt nu Van der Laan aanstuurt op de invoering van grote, nationale sectorinstituten in de verschillende kunstdisciplines.

Aanwezig zijn voorzitter Edwin Jacobs, directeur van museum Jan Cunen in Oss, secretaris Willemijn in 't Veld, extern adviseur Gerdie Klaassen, en vier leden: Theo Ham, directeur van de Jeugdtheaterschool Zuid-Holland in Gouda, Frits Wielders, docent aan het Johan de Witt College in Den Haag, Michiel Gerding, van het Erfgoedhuis van Drenthe in Assen, en Vera van de Wiel-Tax, die een eigen adviesbureau voor de cultuursector heeft. De bijeenkomst bijwonen mag op voorwaarde dat wordt geanonimiseerd wie wat heeft gezegd, opdat de commissieleden vrijuit kunnen spreken.

Als de stand van zaken in de subsidiëring wordt doorgenomen, komt de boze brief van de Kunstconnectie aan de orde. Het onderwerp leidt tot een gepassioneerde discussie, die raakt aan de fundamentele dilemma's van het bestaan van de Raad voor Cultuur.

,,Het is niet handig als wij als losse commissie reageren. De Raad voor Cultuur verzamelt de boze reacties en zal vervolgens een standpunt innemen.''

,,De Kunstconnectie was nota bene ooit een initiatief van OCW zelf.''

,,Ach, met termen als `bureaucratisering', `andere inzichten' en `te veel overhead' kun je zo'n ingreep altijd beredeneren.''

,,De kunstenaars die van het werk van de Kunstconnectie profiteren zouden ook eens van zich moeten laten horen.''

,,Wij moeten onze rol in de gaten houden: wij adviseren, de staatssecretaris beslist.''

,,Ik weet het niet: als je iets heel belangrijk vindt, kun je nogmaals reageren.''

,,Als je het besluit een schoffering van je advies vindt, kun je aftreden.''

,,De raad heeft wel eens gestaakt.''

,,Kom op, we zijn geen kleuters die gaan dreinen als ze hun zin niet krijgen.''

,,Maar als tussenpersoon spreek je ook je verantwoordelijkheid uit. Als die in het gedrang raakt, kan je in actie komen.''

Voor de commissie, een van de vijftien in de Raad voor Cultuur, is het eerste jaar van de nieuwe Cultuurnotaperiode een relatief rustige periode. De agenda wordt `overzichtelijk' genoemd. Ingebracht punt is het plan van Van der Laan, Verschil maken, dat de vrijdag ervoor is verschenen en dat iedereen maandag gemaild heeft gekregen. Een kopie ligt op tafel. Eén lid vraagt zich af waar het over gaat. Een ander merkt alvast op het plan goed te vinden.

Allereerst komt de relatie met het Podium voor Amateurkunst (PAK) ter sprake, een koepelorganisatie met vijf ondersteunende instellingen in de amateurkunst. De voorzitter van het PAK heeft de commissie in een artikel verkeerd geciteerd. Moet hij daarop worden geattendeerd? ,,Niet doen, de relatie is al zo gevoelig.'' ,,Ze hebben toch al het idee dat wij de vijand zijn.'' Is het een idee het PAK-bestuur uit te nodigen? ,,Nee, schei uit.'' Het is al de tweede keer dat de opvatting van de commissie door hem verkeerd wordt weergegeven. ,,Je vraagt je af of dat bewust of onbewust is.'' Besloten wordt tot een omzichtig telefoontje van de secretaris.

Het gewraakte artikel staat in de nieuwsbrief van de lobbyclub van kunstenaars, Kunsten '92. Iemand vraagt zich af wie dat zijn. Kunsten '92 wordt aangeprezen als een `goede club' en de vraagsteller schrijft de informatie op.

Er is een adviesaanvraag, nog in conceptvorm, van minister Van der Hoeven en staatssecretaris Van der Laan, over de beste wijze waarop de verankering van cultuureducatie in het schoolbeleid kan worden vergroot. De commissie valt over de term `verankering'. Moet dat niet algemener? Een ander probleem is dat de bewindspersonen een gezamenlijk advies van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad vragen. De ervaringen met samenwerking zijn heel slecht, wordt opgemerkt. Maar het moet: ,,Wij zijn degenen die de cultuur de scholen inbrengen.'' ,,Voor OCW is cultuureducatie onderwijs, niet cultuur.'' ,,Die muur moeten we doorbreken.''

Tenslotte wordt besloten de kwestie over te laten aan de raad zelf. Daarna wordt opgemerkt dat deze commissie toch ook kritiek had op het functioneren van enkele ondersteunende instellingen die nu de dupe zijn van het nieuwe beleid.

Aan het einde van de drie uur durende zitting komt het plan van Van der Laan ter sprake.

,,Ik ben het ermee eens. Ik heb toch met stijgende verbazing zitten kijken hoe wij hier dagen en dagen vergaderen over al die kleine clubjes. Het is goed dat zij de raad meer wil gaan gebruiken voor strategische adviezen.''

,,Maar de veranderingen die zij wil zijn niet inhoudelijk gemotiveerd. Van der Laan was vooral geïrriteerd door het lobbywerk van kunstinstellingen bij Kamerleden. Dat hou je met dit plan niet tegen.''

,,De bulk van de instellingen blijft bij de Raad voor Cultuur.''

,,Dit plan gaat niet ver genoeg.''

Onderdeel van het plan is om de centrale raad, waarin nu de voorzitters van de commissies zitten, te vervangen door negen `generalisten'.

,,Het is een goede ontwikkeling om generalisten aan te stellen.''

,,Maar wie moeten die negen generalisten worden, met zowel maatschappelijke verdiensten als een breed overzicht op cultuur?''

,,Ik heb liever de supersubjectieven dan de supergeneralisten.''

,,Je bent altijd generalist vanuit een bepaalde hoek!''

Vage suggesties

De Raad voor Cultuur geldt als een gesloten bolwerk. Dat leidt tot veel gebrek aan kennis en vage suggesties over hoe de raad functioneert, zo blijkt geregeld uit debatten en opiniestukken. `Het werk van de raad is een black box', vatte de staatssecretaris van Cultuur, Medy van der Laan, het probleem onlangs samen. Met die woorden verdedigde ze ook dat in haar plan Verschil maken de invloed van de Raad voor Cultuur, haar belangrijkste adviesorgaan, flink wordt teruggeschroefd. De voorgestelde verandering is grofweg dat de subsidieaanvragen van de allergrootste en van de allerkleinste kunstinstellingen niet meer door de raad worden beoordeeld. Het middendeel, driekwart van de aanvragen, blijft ter beoordeling van de raad. De Raad voor Cultuur beoordeelde elke vier jaar juist alle aanvragen. Dat systeem werkte niet, volgens Van der Laan.

De staatssecretaris staat niet alleen in haar felle kritiek. De kunstwereld klaagt voortdurend, vooral over het gebrek aan transparantie en gezag. In de afgelopen vier jaar is de Raad voor Cultuur er blijkbaar niet in geslaagd haar werkwijze doorzichtiger en haar aanzien vanzelfsprekender te maken. Dat had de raad zich wel ten doel gesteld in 2001. In 2000, na de advisering voor de Cultuurnota 2001-'04, werd de raad bedolven onder de kritiek. De adviezen zouden slordig en ongeïnformeerd tot stand zijn gekomen, het ontbrak de raad aan gezag om te oordelen over culturele instellingen en de werkwijze van de raad was iedereen een raadsel. Het aantal aanvragen was explosief gestegen: van 490 in 1996 naar 790 in 2000.

De raad formuleerde een aantal `aandachtspunten': de verslaglegging van bezoeken aan voorstellingen en concerten moest zorgvuldiger en uitgebreider; gesubsidieerde instellingen zouden gedurende de subsidieperiode een monitorgesprek krijgen om te zien of ze de beoogde doelen gingen halen en de raad stelde sectoranalyses op.

Maar vorig jaar, na evaluatie van de periode 2001-'04, schreef de raad opnieuw dat het noodzakelijk is `te blijven investeren in het externe imago'. Een goede manier om de morrende kunstwereld te overtuigen van de helderheid en de waarde van het werk van de raad is kennelijk niet voorhanden. Gevraagd naar de manier waarop de raad zijn imago wil verbeteren, antwoordt Kees Weeda, secretaris van de raad, dat er volgend jaar openbare debatten georganiseerd gaan worden. Een plan dat in het evaluatierapport van 2001 ook al wordt genoemd. Verder verwijst Weeda naar de talloze adviezen die de raad schrijft, de rapporten waarin hij verantwoording aflegt, de duizenden voorstellingsbezoeken waarvan verslagen zijn en de honderden gesprekken die er worden gevoerd. Dat is wat de raad doet.

Papierwerk

De raad produceert nogal wat papierwerk, oneerbiedig gezegd. Commissielid zijn is dan ook een bijbaan die veel tijd vergt. In de muzieksector zaten er in de afgelopen periode circa 125 groepen in de Cultuurnota, zegt Hans Verbugt, lid van de commissie Muziek en Muziektheater en in het dagelijks leven hoofd Klassiek bij het Conservatorium van Amsterdam. Met iedere groep werd een gesprek gevoerd. Elk gezelschap wordt in die vier jaar enkele malen door commissieleden en concertbezoekers bezocht. Eind december 2003 lagen er meer dan 200 subsidieaanvragen. Ieder commissielid schreef een korte analyse in vijf punten. Verbugt: ,,Lezen en schrijven kostten me per aanvraag 30 tot 40 minuten.'' Uitgaande van tweehonderd maal een half uur komt dat al op 12,5 dag van acht uur. Dan moeten de verslagen van de andere commissieleden nog worden gelezen, want dat bevordert efficiënt vergaderen. De aanvragen hebben een vast format en beslaan maximaal 10 A4'tjes. ,,Vanaf januari 2004 hielden we sessies van twee dagen. Op een dag kan je twintig aanvragen behandelen, dan ben je helemaal gaar.''

Je bent weken bezig, beaamt Rob de Graaf, toneelschrijver en lid van de commissie Theater. ,,Het wordt een soort stalinistische rechtbank: hoeveel doodvonnissen vandaag.'' Besluiten kan snel omdat het de finale van een lange procedure is. ,,De toegespitstheid en de inzet is groot.''

Toch zijn er nieuwe aanvragers die niet gevolgd zijn en nauwelijks bekend bij de commissie. De Graaf: ,,Van die twintig à dertig kun je van januari tot april nog voorstellingen inhalen. Maar dat is minder fraai.'' Dat betekent dat voor nieuwe aanvragers de vier maanden na de aanvraag van cruciaal belang zijn? ,,Zeker.'' Volgens Verbugt gaat het bij muziek om circa vijftien `onbekende' aanvragers. ,,Maar bijna altijd heeft iemand de groep wel eens gezien.'' Een kleinere sector voorkomt zo'n lek in de procedure, zegt Gerard Tonen, commissielid Dans en zakelijk leider bij Het Zuidelijk Toneel. ,,Dans is zo'n kleine wereld, dat wat nieuw is, niet onopgemerkt blijft.''

Gezelschapskwaliteit

Er komt een moment dat het inhoudelijk oordeel moet worden omgezet in een financieel advies. Hoe gaat dat? De Graaf, droogjes: ,,Dat gaat niet. Dat is zó ingewikkeld. Ook omdat het beoordelen van begrotingen niet per se onze deskundigheid is. We houden ook rekening met andere vormen van subsidie, eigen inkomsten.'' Ook de `gezelschapskwaliteit' werd meegeteld. De Graaf: ,,Ik kan het woord niet meer horen. Het betekent dat een gezelschap organisatorisch goed loopt en goed geworteld is, zoals het Noord Nederlands Toneel in Groningen.'' De commissie Theater stelde een A-, B- en C-categorie in. De Graaf: ,,A: dat is er en moet blijven. C: leuk, maar nu even niet. B: als er middelen zijn, moeten die geld krijgen. Toen er na prinsjesdag 10 miljoen extra cultuurbudget kwam, zijn groepen uit de B-categorie als Delta en Zap er alsnog bijgekomen. Zo werkt het.'' Maar groepen willen altijd meer, altijd groter. ,,Er werd ons gezegd: ga er maar vanuit dat het van hetzelfde bedrag moet als vier jaar geleden. Zo werden wij ook een soort Zalm.''

Alle beraadslagingen worden vastgelegd, maar bijna niets is openbaar. Wie dossiers opvraagt, schrikt: zo dun? De notulen maken alleen de agenda's van de vergadering openbaar. In een dossier staat minder dan in de paar pagina's van het definitieve advies van de raad. De verslagen van voorstellingsbezoeken, zo verklaart de jurist in vaste dienst van de Raad voor Cultuur, zijn alleen in te zien door de rechter bij een geschil over de rechtmatigheid van een advies. Kunstinstellingen krijgen nooit inzage, ook niet met een beroep op de Wet openbaarheid bestuur. Zo is bepaald door de Raad van State, op 26 november 2003, nadat de Dutch Jazz Connection uit Hilversum in hoger beroep was gegaan tegen een beslissing van de Raad voor Cultuur de rapportages van voorstellingsbezoekers niet vrij te geven.

Reden is dat de privacy van commissieleden en voorstellingsbezoekers gewaarborgd dient te worden. Al tien jaar geleden, zegt de jurist, waren er gevallen waarin de beoordelaars door kunstinstellingen werden gestalkt, uit zalen geweerd en anderszins het leven zuur gemaakt. De wet beschermt daarom hun recht om vrijuit te kunnen spreken.

Wat de leden intern zeggen, mag dan geheim blijven, het advies en het lidmaatschap van de raad of van een commissie zijn openbaar. Dat is genoeg voor repercussies, merkte zanger Lieuwe Visser, voorzitter van de muziekcommissie die in 2000 adviseerde drie orkesten op te heffen. Optredens werden afgezegd en zijn begeleider op piano verbrak de samenwerking.

Dergelijke vijandigheden zijn niet verdwenen, zo vertelt Hans Verbugt. ,,Je wordt heel vaak persoonlijk aangesproken of aangevallen. Dat is niet alleen mijn ervaring, maar ook die van andere commissieleden. Commissieleden verliezen werk. Ze worden niet meer teruggevraagd bij ensembles of orkesten of worden bij sollicitaties afgewezen. Dirigenten en artistiek leiders sturen persoonlijke brieven. Ik offer ongelooflijk veel tijd op, maar als je ziet hoeveel gezeik ik nu heb...'' Zijn werkgever lijdt mee. Verbugt wil niet in detail treden, maar het conservatorium wordt geboycot door een instelling wegens zijn advieswerk.

De ervaringen van Rob de Graaf, toneelschrijver en lid van de commissie Theater, zijn minder extreem. ,,Je wordt soms met scheve ogen aangekeken. Daar moet je tegen kunnen. Het is ook nogal wat als je subsidie had en het niet meer krijgt. Zonder overdrijving kan ik zeggen dat het verwoestend is. Kunstenaars verweven hun leven met hun werk en als dat wegvalt zijn ze zo ontheemd dat je niet mag verwachten dat ze redelijk zijn.'' Die redelijkheid is er vaak wel. ,,Er zijn veel mensen die me alleen tandenknarsend aankijken en begrijpen dat het systeem nu eenmaal zo werkt.''

Tot de tandenknarsers behoort Ko van den Bosch, artistiek leider van het inmiddels opgeheven theatergezelschap Alex d'Electrique. Hij moet het negatieve advies hebben zien aankomen, want hij kreeg in twee monitorgesprekken in 2003 gelegenheid zich persoonlijk te verdedigen. Of niet? ,,Ik kon mijn zegje doen, ja. Maar ik vond het een vijandige commissie. Als schrijver en als regisseur werk ik voor veel andere gezelschappen en ik proefde dat ze me liever op een andere plek zagen. Moet jij je niet eens liëren aan een stad, dat was ook een suggestie.'' De kritiek van de commissie was dat Alex extra geld voor experimenteel theater had gekregen, maar dat het experiment niet was terug te zien. Van den Bosch: ,,Experimenten in kleinschalige voorstellingen kun je niet zo maar overzetten naar de grote zaal. Daar zit een vertraging in van zo'n anderhalf jaar. Ik heb later een briefje gestuurd met de vraag of onze laatste voorstellingen waren meegewogen. Dat waren ze, kreeg ik terug. Maar het definitieve advies in 2004 was exact hetzelfde als het beginpraatje bij het monitorgesprek.''

Voor Van den Bosch is de inspraak een vorm van ,,bureaucratische transparantie'': er is een lijstje met bezochte

Vervolg op pagina 2

De SUPERsubjectieven

Vervolg van pagina 1

voorstellingen, maar onduidelijk is hoe die worden gewogen, zegt hij. ,,En voor de sectoranalyse schrijf je een profiel, waarover met geen woord gerept wordt in het advies.'' Ook Van der Bosch spreekt van een ,,zwarte doos''.

Niet meetbaar

De kritiek op de Raad voor Cultuur gaat verder dan het gebrek aan transparantie. Hoe zit het met de onduidelijke criteria? De Graaf: ,,Je hebt het over kunst. Kwaliteit, de kern, is niet meetbaar. In essentie is ons oordeel subjectief. Maar het is altijd een collectief oordeel. Heel veel subjectiviteit bij elkaar levert toch een vorm van objectiviteit op.'' Verbugt: ,,Het criterium is meer dan sec of een ensemble goed speelt. Het gaat ook om een brede programmering van klassiek tot romantisch en modern, om werken met jonge componisten, de keuze van de dirigenten, publieksaantallen, reizen, cd's maken: allemaal criteria die belangrijk en basaal zijn.''

Wat vinden ze van de suggesties van vriendjes- en vijandenpolitiek? De Graaf: ,,Ik ben er van overtuigd dat de zorgvuldigheid en betrokkenheid het wint van de ruis in je hoofd die zegt: ik mag die persoon niet.'' Verbugt: ,,Als ik weet dat een commissielid met ruzie bij een club is weggegaan en hij is negatief over die club, maar ik niet en de concertbezoekers ook niet, dan praat je daar over. Is ook gebeurd. Absoluut. Dat is het goede.''

En de slaafse houding ten opzichte van opgelegde bezuinigingen en de steeds andere plannen van elke nieuwe staatssecretaris? Verbugt: ,,Een verstandige commissie kan besluiten hoe een advies het minste pijn kan doen.'' Bij de muziekcommissie was er veel kritiek op de keuze de kaasschaaf te hanteren voor orkesten en operahuizen. Verbugt: ,,De mensen lezen slecht, de pers ook. Het was een bewuste keuze. Doordat de gevestigde partijen iets moesten bezuinigen konden er zo'n twintig nieuwe clubs bijkomen. Daar hoor je niks over.''

Na al die jaren is de kritiek voorspelbaar. Waarom wordt iemand dan toch commissielid? Rob de Graaf doet er niet moeilijk over: ,,Een zekere geldingsdrang. Maar het interesseert me ook op dit niveau na te denken over oordelen en vooroordelen. Het is een bijzonder systeem, het minst slechte, en als toneelsector worden we geacht daar invloed op uit te oefenen.'' Verbugt: ,,Als je wordt gevraagd ben je vereerd. Het is ook leerzaam om het hele veld in beeld te krijgen.''

De Raad voor Cultuur moet meer doen tegen de kritiek, vindt Verbugt. ,,Ik vind dat de raad op dat punt in gebreke is gebleven. We hebben ons slecht verdedigd. Als je zulke slechte pers krijgt, dan denk ik: potverdomme raad, sla nou eens terug! Als commissielid voel ik me erg onveilig. De volgende keer ga ik niet meer in zo'n club zitten.''

De Graaf is niet voor een openbare verdediging. ,,Dat wordt ons ook verboden. Zodra ik op een genuanceerde manier ga uitleggen hoe een advies tot stand is gekomen, is de verleiding groot om te zeggen dat het aan mij niet heeft gelegen. Dan breng ik de eenheid van het oordeel in gevaar. En als ik zeg: ik vond die voorstelling echt niet zo goed, dan zegt de theatermaker: ja maar, heb je die andere voorstelling dan niet gezien? Dan raak je in een goed-foutdiscussie.''

Is het geen nadeel van het systeem dat de beoordelaars niet vrijuit kunnen praten? De Graaf: ,,Ik denk niet dat je het systeem kan handhaven zonder dit nadeel te accepteren. In de openbaarheid kan het oordeel verzwakken.''

Alle kritiek raakt Verbugt: ,,Die belastering! Zou het kunnen dat iemand gewoon integer is? Zou dat kunnen?''

De Tweede Kamer vergadert op 28 november over het plan van staatssecretaris Van der Laan voor een nieuw systeem van subsidieverdeling.