Breek eindelijk met de verzuiling

Sleur de discussie over het publieke omroepbestel uit de achterkamers en geef haar een volwaardige plaats in de verkiezingscampagne, stellen Wouter Bos en Martijn van Dam.

De kritiek op de kabinetsplannen voor de publieke omroep is overweldigend. Terecht! De plannen vormen een onbegrijpelijke mix van onverenigbare standpunten. Meer overheidsinvloed, terug naar de verzuiling en een onwerkbare afhankelijkheid van reclame-inkomsten.

Met dit mengsel kan de publieke omroep het vervullen van haar brede maatschappelijke taak en het realiseren van een breed bereik wel schudden. De plannen moeten dan ook van tafel.

Natuurlijk is het Nederlandse omroepbestel aan een revisie toe. Een bestel van 80 jaar oud moet worden aangepast aan de ontzuiling, de aanwezigheid van commerciële aanbieders en de technologische ontwikkelingen die voor ons liggen. Dat vraagt een uitgebreid, openbaar debat. Het gaat immers om de radio en televisie van ons allemaal.

Terwijl in Engeland in alle openheid een fundamentele discussie woedt over de BBC en de andere omroepen met een publieke taak, komen de Nederlandse kijkers en luisteraars er bekaaid van af. Twee jaar lang hield de verantwoordelijk staatssecretaris, Medy van der Laan (D66), zich op de vlakte, waardoor tot op de dag van vandaag nog steeds niemand weet wat zij nu eigenlijk zelf had gewild. In juni hakten de coalitiepartners CDA, VVD en D66 voor haar, en voor de publieke omroep, de knoop door in een Haagse kamer achter gesloten deuren. Zestien miljoen Nederlanders, drie miljoen omroepleden en drieduizend omroepmedewerkers zijn gepasseerd door drie fractievoorzitters die slechts tot doel hadden de coalitie over een lastige hobbel te helpen. Over de publieke omroep werd beslist op de minst publieke manier.

Niet de toekomst van onze radio en tv stond daarbij centraal, maar de toekomst van de coalitie. En inderdaad, de coalitie zit er nog, maar helaas wordt Nederland afgescheept met een publieke omroep waar niemand op zit te wachten. Terwijl herkenbaarheid nodig is, wordt de versnippering versterkt. Terwijl de invloed van reclame zou moeten worden teruggedrongen, wordt de reclamezendtijd bijna verdubbeld en wordt de culturele programmering afhankelijk gemaakt van Ster-inkomsten. Terwijl het bestel definitief zou moeten breken met de verzuiling, worden de omroepen gedwongen journalistieke spelregels aan de kant te schuiven voor opiniërende achtergrondrubrieken. Terwijl de traditionele onafhankelijkheid van de overheid gekoesterd zou moeten worden, krijgt de ambtelijke directie direct invloed op driekwart van de programma's. Een publiek debat is nodig, maar de achterkamer regeert. Ondanks uiteenlopende standpunten is de kritiek massaal. Iedereen wil iets anders, maar niemand wil dit.

Toch is er nog hoop. De plannen gaan pas in 2008 in en de meest ingrijpende maatregelen zijn pas in 2011 realiteit. Als de staatssecretaris haar zin krijgt, kan ook de NPS rekenen op drie jaar uitstel. Als Van der Laan geloofwaardig wil blijven, zet ze die wens door, ondanks de weerstand van CDA en VVD. Wij geven haar graag een steuntje in de rug. Het biedt immers zicht op ruimte voor debat. Een ruimte die alle partijen zouden moeten benutten om dit onderwerp uit de achterkamers te sleuren en een volwaardige plaats in de verkiezingscampagne te geven. Maak de alternatieven en voorkeuren dan maar helder. Dat is wat ons betreft in ieder geval niet de elitaire omroep die de VVD voorstaat. De VVD ontkent de zelfstandige maatschappelijke functie van de publieke omroep die voor iedereen van belang is en beperkt zich ten onrechte tot de kortzichtige filosofie dat de publieke omroep alleen de markt aanvult.

Het alternatief is evenmin de verzuilde omroep van het CDA. De publieke omroep moet juist een onafhankelijk en betrouwbaar baken zijn waar journalistiek gericht is op waarheidsvinding en niet op het overdragen van standpunten. Een goed alternatief kan wel worden gevonden door de sterke kanten van het BBC- of VRT-model te combineren met de sterke kanten van het Nederlandse model.

Ten eerste moet net als in Groot-Brittannië gekozen worden voor een brede maatschappelijke taak. De programma's van de publieke omroep moeten aantoonbaar bijdragen aan maatschappelijke betrokkenheid en verbondenheid. Net als in Vlaanderen moet elk programma van tevoren uitvoerig getest worden op zijn publieke kwaliteit met behulp van publiekspanels.

Ten tweede moet de publieke omroep een breed publiek bereiken. Dat vereist maatwerk, omdat de smaken van kijkers en luisteraars verschillen. Voor de komende jaren ligt het nog voor de hand die doelgroepbenadering parallel te laten lopen met de zenderindeling.

Ten derde moeten we de Nederlandse traditie koesteren om de uitvoering van publieke omroeptaken over te laten aan zelfstandige, private organisaties. Dat kan door met concessies te werken, die niet meer op basis van ledenaantal worden verstrekt, maar op basis van kijkersprofielen. Bestaande omroepen kunnen zo'n concessie krijgen, mits ze verder gaan in de een aantal jaren geleden ingezette richting van fusie of samenwerking. Daar pleit overigens ook nog voor dat het consistent is en bijdraagt aan de betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van het overheidsbeleid. Niet zonder condities uiteraard. Als prestaties achterblijven, moet de concessie worden ingenomen en opnieuw worden aanbesteed.

Deze drie uitgangspunten garanderen een publieke omroep die kwaliteit centraal stelt, een breed publiek aanspreekt en onafhankelijk en pluriform is. De Nederlandse publieke omroep blijft daarmee sterk en wordt weer aantrekkelijk voor de weggelopen kijkers. Niet nog meer verzuiling, niet nog meer staatsinvloed en nog meer commercialisering. Niet buigen voor de behoudzucht van Hilversum. De kijkers en luisteraars verdienen beter, de publieke omroep verdient beter.

Wouter Bos is fractievoorzitter van de PvdA en Martijn van Dam is Tweede-Kamerlid en namens de PvdA-fractie woordvoerder mediabeleid.