Brakend naar de Nobelprijs

De weg naar de Nobelprijs was pijnlijk voor Barry Marshall en deze keer is dat geen cliché. Voor de Australische arts Marshall, van wie deze week bekend werd dat hij in Stockholm de geneeskundeprijs mag ophalen, ging de weg erheen gepaard met braaksel en ernstige buikkrampen. Even terug naar 1984. Al jaren probeerde Marshall met zijn collega en mede-Nobellaureaat Robin Warren aan te tonen dat een bacterie de oorzaak is van maagzweren. Maar de medische goegemeente weet de klachten aan stress, slecht eten en veel drinken. Voor het kweken van Marshalls bacterie Helicobacter pylori werkte geen enkel standaardrecept. Pas toen ze hun cultuurbakjes in de paasvakantie aan hun lot overlieten, lukte het wel. Toen moet Marshall het zat zijn geweest. Hij nam een greep uit zijn labkast en slikte een oplossing met zijn eigen bacterie. Zo kwam onomstotelijk vast te staan dat een maagzweer inderdaad door de bacterie wordt veroorzaakt.

Het experiment van Barry Marshall is een van de ruim honderd wetenschappelijke rariteiten in de bundel Bizarre wetenschap van de Zwitserse journalist Reto Schneider. Wetenschapsjournalist Schneider beschrijft in zijn boek, een bundel van artikelen uit de Neue Zürcher Zeitung, zowel klassiekers als vergeten pogingen om de wetenschap vooruit te helpen. Hij dook in archieven en interviewde ex-proefleiders en -konijnen, om de details te vinden die meestal wijselijk worden weggestopt onder het kopje `Materiaal & Methoden' van een wetenschappelijke publicatie. Zo schrijft het Nobel-comité over Marshall nu alleen dat hij met `menselijke vrijwilligers' werkte.

Iemand die opvallend eerlijk was over zijn experimenten was de arts Duncan MacDougall, die honderd jaar geleden de ziel probeerde te wegen. Hij verbond daarvoor het bed van stervenden aan een weegschaal. In het vakblad American Medicine schreef hij dat mensen met een `ziekte die tot sterke uitputting leidt en wier dood met zo min mogelijk spierbewegingen gepaard gaat', het meest geschikt waren. Zijn keus viel op tbc-patiënten en zijn – betwistbare – antwoord waart nog altijd rond: de ziel weegt 21 gram.

Schneiders selectie is vooral een karavaan van hersenspinsels, waarin een dierenarts zichzelf met oormijten infecteert en Timothy Leary theologiestudenten een mis laat bijwonen onder invloed van lsd. Bizarre wetenschap is daarmee een gestage stroom smakelijke kost, met veel verwijzingen naar originele teksten, foto's en films op het internet. Het boek noopt niet tot diepe conclusies, ook omdat de experimenten niet thematisch gerangschikt zijn.

Toch blijkt dat sommige van Schneiders bizarre experimenten wel degelijk nut hadden. Er zullen nog veel hulpverleners zijn die plaatsvervangende schaamte krijgen bij het onderzoeksproject Being sane in insane places, waarin een hoogleraar psychologie zich in de jaren zestig liet opnemen in een kliniek. Het duurde weken voor het personeel ontdekte dat hij gezond was. En pubers mogen hoogleraar psychologie Michael Cunningham dankbaar zijn, zo blijkt. Want hij ontdekte dat de openingszin `Ik vind het een beetje gênant, maar ik zou je graag willen leren kennen' significant de meeste succesvolle versierpogingen oplevert.

Reto Schneider: Bizarre wetenschap. Vertaald uit het Duits door Marten Hofstede. Elmar, 320 blz. €19,50