Bij Marc Legendre spat de wanhoop van de pagina's

Stel je voor dat een middle-of-the-road muzikant, type Elton John een cd opneemt met industriële, oorverdovende muziek zoals Einstürzende Neubauten ze in de jaren tachtig maakte. Zo groot is de stap die Marc Legendre heeft gezet met zijn gewaagd vormgegeven Finisterre, dat in niets lijkt op het werk dat hij (onder het pseudoniem Ikke) maakte als tekenaar van de populaire kinderstrip Biebel.

Nu komt Legendre met een pijnlijk verhaal over de oorlog in voormalig Joegoslavië. Een jonge vrouw merkt dat haar man sinds het begin van de oorlog met meer plezier naar zijn werk bij de gemeente gaat. Dan ontdekt ze dat hij op zijn werk mensen martelt. Ze vlucht naar Zuid-Amerika, waar ze zich verschanst in een pension ergens in de jungle. Alleen met haar gruwelijke gedachten waar ze niet aan kan ontsnappen, ziet ze nog maar een oplossing: zelfmoord.

Legendre vertaalt de verwarring van de vrouw naar beelden en zet daarbij alles in wat hem ter beschikking staat. Hij bewerkte zwartwitfoto's, maakte tekeningen met grijs, zwart en rood, gebruikte veel verschillende typografie en incorporeerde teksten van onder anderen Bukowski, Rilke en Brel. In een interview vertelde hij over de moeizame ontstaansgeschiedenis: na enkele mislukte eerste versies van het boek sneed de tekenaar zich aan een stuk glas waarop hij `existe' had geschreven. Het bebloede glas zat onder het zand en zorgde voor nieuwe inspiratie; de tekenaar legde het op de lichtbak en ontdekte hoe zijn strip eruit moest zien. De montagetechniek en het associatieve verband tussen tekst en beeld is betrekkelijk zeldzaam in de strip en doet denken aan werk van Dave McKean en Bill Sienkiewicz. Hiermee bereikt Legendre wel precies hij beoogde: wanhoop en pijn spatten van het papier af in een van de meest indrukwekkende grafische romans van de afgelopen tijd.

Marc Legendre: Finisterre. Atlas, 65 blz, €16,50