Allochtone jongere zit langer in gevangenis

Minderjarige allochtone jongeren worden gemiddeld tot 53 dagen langer tot jeugddetentie veroordeeld dan minderjarige autochtone verdachten. Dit terwijl de ernst van het gepleegde delict en het strafblad vergelijkbaar zijn.

Dat blijkt uit een onderzoek van Mieke Komen, lector jeugd en opvoeding aan de Haagse Hogeschool en senior onderzoeker criminologie aan de Universiteit Utrecht. Zij analyseerde 83 rechtbankdossiers van allochtone en 158 dossiers van autochtone minderjarige verdachten die voor de kinderrechter of de meervoudige kamer voor kinderstrafzaken moesten verschijnen. Komen presenteerde het onderzoek vandaag op het congres Straatkwaad en jeugdcriminaliteit in Den Haag.

Uit de dossiers blijkt dat medewerkers van de raad voor de kinderbescherming, forensisch psychologen, jeugdpsychiaters en reclasseringsmedewerkers die een persoonlijkheidsonderzoek doen delicten gepleegd door allochtonen vaker toeschrijven aan gebrekkige gewetensontwikkeling, het niet kunnen inleven in het slachtoffer en gebrek aan spijt. Dat leidt in veel gevallen tot een advies om zwaarder te straffen. Hun strafadviezen worden in 95 procent van de gevallen overgenomen door de kinderrechters overgenomen.

Deze deskundigen geven aan dat ze de gesprekken met allochtone verdachten veel vaker moeizamer vinden verlopen dan met autochtone verdachten. Komen denkt dat de moeizame gesprekken voor een groot deel het zwaardere strafadvies en daarmee de hogere straf voor allochtone verdachten verklaren. De rapportage voor de rechtbank die de deskundigen schrijven is op die gesprekken gebaseerd.

Eenderde van de minderjarige verdachten van strafbare feiten waarbij de politie procesverbaal opmaakte is van allochtone afkomst. Zij worden relatief vaak veroordeeld tot detentie: tweederde van de jongeren in justitiële jeugdinrichtingen is allochtoon.