Zorgzaamheid en geduld

Bedreiging van eigen identiteit is de motor achter veel conflicten. Daarop richt wetenschappelijke bemiddeling zich, zegt Herbert Kelman.

Middenin het interview met Herbert Kelman, in het Ambassade Hotel in Amsterdam, gaat mijn mobiele telefoon. Gegeneerd zet ik hem op stil. Gehannes: het duurt tien seconden in plaats van twee, zoals ik bij mijn oude toestel gewend was. ,,Dit is een nieuwe'', mompel ik verontschuldigend. ,,Ik weet nog niet zo goed hoe hij werkt.'' Kelmans vrouw Rose, die tot dan toe zwijgend bij het gesprek had gezeten, reageert prompt: ,,Misschien weten ze het aan de balie?'' Ze wil al naar beneden lopen.

Even daarvoor had ze al ongerust gevraagd of mijn koffie niet te koud was geworden in de tijd dat ik me aan haar voorstelde – wilde ik nieuwe? – en hij had vriendelijk geïnformeerd of zijn onderonsje met de fotograaf niet te lang had geduurd.

Het typeert de beide Kelmans. Zo zorgzaam gedragen ze zich waarschijnlijk ook in de workshops conflictbemiddeling waar hij, als sociaal psycholoog, al meer dan dertig jaar in gespecialiseerd is en waarin zij regelmatig met hem samenwerkt. Herbert Kelman leidt achter de schermen gesprekken tussen invloedrijke Palestijnen en Israëli's. Hij faciliteert de discussie; zijn vrouw notuleert vaak.

Herbert Kelman, 78 jaar is emeritus-hoogleraar aan de universiteit van Harvard en eigenaar van een cv van 36 pagina's aanstellingen, prijzen en publicaties. Hij is deze week in Nederland op uitnodiging van het Amsterdams Centrum voor Conflict Studies (ACS), dat morgen zijn openingscongres houdt: `Transformatie van Interculturele Conflicten'. Het ACS is een initiatief van organisatiepsycholoog Carsten de Dreu en politicoloog Maarten Hajer, om medewerkers van de Universiteit van Amsterdam die onderzoek doen naar conflictenbij elkaar te brengen.

Aan het congres van vrijdag nemen ook `mensen uit de praktijk' deel, zoals gemeenteambtenaren en schoolbestuurders. De nadruk ligt vooral op Amsterdamse interculturele conflicten in probleemwijken en op scholen. Herbert Kelman zal er vertellen over zijn conflictbemiddeling tussen Israël en de Palestijnen.

Kelmans problem solving workshops, zeer vertrouwelijke praatgroepen op hoog niveau, duren enkele dagen. Per keer doen drie tot zes personen uit elk van beide kampen mee. Ze spreken over gevoelige onderwerpen – het probleem van de Palestijnse vluchtelingen bijvoorbeeld, of de kwestie Jeruzalem, of het Israëlisch-Palestijnse conflict als geheel. ,,Gelijkheid van de deelnemers is steeds het uitgangspunt'', vertelt Kelman. ,,Op elk gebied: status, ervaring, maar ook taalvaardigheid, want de workshops zijn in het Engels. En, heel belangrijk: er hoeft niet per se iets uit te komen. Nergens staat druk op.''

De deelnemers zijn geen politieke kopstukken, maar wel mensen met politieke invloed. ,,Academici die opiniestukken publiceren, journalisten, partijleden... De écht hooggeplaatsten maken zich druk over alles wat ze zeggen; dat staat openheid in de weg. De mensen die wij uitnodigen, beïnvloeden het debat via de media of omdat ze advies geven aan politici.''

Kelman zit bij de bijeenkomsten als `derde partij'. Hij is joods, geboren in Wenen en vlak voor de oorlog via België naar Amerika gevlucht. ,,Maar ik beweer ook niet dat ik neutraal ben. Ik voel veel empathie met de Palestijnse vluchtelingen door mijn eigen ervaringen als dakloos, statenloos burger. Natuurlijk speelt dat een rol, net als mijn zionistische verleden. Maar er zit ook altijd een Palestijnse of Arabisch-Amerikaanse collega naast me.''

Wat leveren zulke gesprekken concreet op? Dat is niet wetenschappelijk na te gaan, geeft hij toe; er is geen vergelijking mogelijk met een situatie zónder informele praatgroepen. En het conflict tussen Israël en de Palestijnen bestaat nog steeds. ,,Ik heb nooit beweerd dat we dat zouden oplossen'', glimlacht hij rustig. ,,Als dat de test is, zijn we gezakt. Ik denk wel dat we invloed hebben. Om te beginnen worden de mensen die bij ons in de workshops geweest zijn, vaak later zelf invloedrijke politici. Zij weten dan al hoe mensen uit het andere kamp op bepaalde zaken reageren. Dat speelt zelfs op taalniveau: Palestijnen kunnen het in totale onschuld hebben over `the final solution', wat zoals je weet een Nazibegrip is. En Israëli's kunnen de Palestijnen tot grote woede brengen door te zeggen dat die een `demografische bedreiging' vormen. Verder worden bij ons nieuwe ideeën geboren – zo denk ik dat wij hebben geholpen om het idee van de PLO als onderhandelingspartner geaccepteerd te krijgen. En tenslotte denk ik dat we bijdragen aan een sfeer van wederzijdse geruststelling dat de andere partij uiteindelijk ook vrede wil. Maar ik kan het allemaal niet bewijzen. Mensen zeiden dat ik destijds een bijdrage heb geleverd aan de Oslo-akkoorden; die credit neem ik dan maar.''

Zou zijn methode ook van toepassing zijn op interculturele conflicten in Amsterdam? ,,Ik dacht eerst van niet'', zegt Kelman, ,,maar ook hier heb je natuurlijk groepen mensen die elkaar als een bedreiging zien van hun eigen identiteit – dát is de kern. Ook hier kan informeel overleg misschien helpen. Ik ga gewoon vertellen wat ik doe, misschien zien mensen hier er iets in.''

,,Geef haar je visitekaartje nog even'', zegt Rose Kelman tegen haar man als het gesprek is afgelopen. En tegen mij: ,,Als je nog eens in Cambridge bent, moet je beslist langskomen!'' Opgewekt legt ze uit waar hun huis zich bevindt.