Visser in de fuik van Brussel

Het stalen bootje van Wilkin den Boer (41) is nog in ochtendnevel gehuld wanneer de palingvisser alweer zijn honderdste fuik van de dag binnenhaalt. Den Boer denkt vandaag tweehonderdvijftig kilo paling en krab uit de Maas tussen Erasmusbrug en Willemsbrug in Rotterdam te hijsen. Zijn bootje contrasteert met de langsvarende containerschepen; zijn voornaamste gezelschap bestaat uit de troep meeuwen die op visresten azen.

,,Brussel weet helemaal niets van palingvisserij'', zegt Den Boer. Hij is slecht te spreken over de vangstbeperking waartoe het Europees Parlement deze week besloot. Het wachten is alleen nog op de precieze invulling die eurocommissaris Borg (Visserij) geeft aan het besluit, bedoeld om de visstand te verhogen. De vangstbeperking moet de zwaar geslonken palingstand de gelegenheid geven zich op natuurlijke wijze te herstellen. De instroom in Europese wateren van jonge paling uit de Atlantische Oceaan bedraagt nog maar 1 procent van die van dertig jaar geleden.

Eerder dreigde Borg de paling te beschermen door vissers te verplichten na twee weken werken de netten twee weken te laten rusten. ,,Waanzin'', noemt Den Boer dit. Hij zegt ieder seizoen alleen al zes weken aaneengesloten nodig te hebben om zijn fuiken uit te zetten in de Bergse Plassen, in Rotterdam, waar hij eveneens op paling vist. ,,Moet ik dan om de twee weken vakantie nemen?''

Ook de door de EU vastgestelde dioxinenorm voor vis is Den Boer een doorn in het oog. De norm, die de gezondheid van de visconsument moet beschermen, is ,,veel te streng''. Den Boer, die sinds 1991 zelfstandig vist: ,,Vroeger was degene die de vis verhandelde verantwoordelijk voor de kwaliteitseisen. Nu is dat de producent, ik dus. Als mijn vis boven de norm zit, mag ik hem niet verkopen. Maar wat kan ik aan al die gifstoffen in het water doen?'' Den Boer vreest voor aanscherping van de dioxinenorm: ,,Dan verlies ik driekwart van mijn inkomen''.

Hoeveel hij nu verdient, wil hij niet zeggen. Maar hij wil wel kwijt dat de visserij hem ,,een goede snee brood'' oplevert. Met zijn twee visserijbedrijfjes, die hij runt vanuit zijn woonplaats Nieuwerkerk aan den IJssel, zet Den Boer naar eigen zeggen twee ton per jaar om. Vissen doet hij op onder meer de Maas, de Nieuwe Maas, de Lek en het Braassemermeer. ,,Ik heb de Bergse Plassen leeggevist. Zesenveertig ton.''

Den Boer vertelt in juni eurocommissaris Borg te hebben ontmoet in Brussel. Als vice-voorzitter van de Combinatie van Beroepsvissers, een belangenvereniging van 120 vissers, bracht Den Boer samen met een vertegenwoordiger van het ministerie van Landbouw een bezoek. Den Boer zegt een kwartier met Borg te hebben gepraat, over paling. ,,Borg zei: `ik zie te weinig gebeuren in Nederland ter verbetering van de visstand'. Toen dreigde hij de vangstcapaciteit te halveren.''

Den Boer zegt dat niet vangstbeperkingen de remedie zijn tegen het dalende palingbestand. Het gaat niet om minder vissen maar om minder vissers, zegt hij. Die krijgen dan de gelegenheid een uitgebreider gebied minder intensief te bevissen. Den Boer zegt jaarlijks 25.000 euro te besteden aan visrechten voor een wateroppervlak van vijfduizend hectare, relatief veel voor één visser. Daarbij inbegrepen zit het alleenrecht om op paling te vissen op de Maas in hartje Rotterdam. ,,Door het grote oppervlak vis ik minder intensief en kan de paling zich beter herstellen.'' Terwijl hij nog een fuik leegschudt, erkent Den Boer met een lach: ,,Maar dat doe ik voor mijn bedrijf, niet vanwege mijn grote hart voor de natuur.''