Tories zoeken nieuw leven en nieuw leiderschap

De Tories zijn na drie verkiezingsnederlagen allerminst ter ziele als partij. Dat bewijst het levendige partijcongres in Blackpool.

Het boekenstalletje op het partijcongres van de Britse Conservatieven in Blackpool spreekt letterlijk boekdelen. Het ligt vol werken met omineuze titels als `De merkwaardige dood van Tory-Engeland', `Uit de as ..., de toekomst van de Conservatieve Partij' en `Te aardig om een Tory te zijn'.

Het zijn magere jaren voor de grootste oppositiepartij. In mei leden de Tories hun derde achtereenvolgende verkiezingsnederlaag. Weliswaar wonnen ze onder leiding van Michael Howard meer zetels dan in 2001, maar dit kon niet verhelen dat de partij brede lagen van de bevolking jongeren, vrouwen beneden de 50, mensen in Noord-Engeland niet of nauwelijks meer aanspreekt.

Het jaarlijkse partijcongres in Blackpool van deze week, in een uitgeleefd complex met de toepasselijke naam Winter Gardens, weerspiegelt dit. Grijze en witte hoofden domineren er. De vraag lijkt gewettigd: kunnen de Conservatieven na jaren van verval en verbitterde interne ruzies over met name Europa nog tot nieuw leven worden gewekt?

Een inspirerende nieuwe leider is daarbij onmisbaar. Howard zal dat niet zijn. Meteen na de nederlaag in mei kondigde hij zijn vertrek aan. Hij was te oud om over vier jaar nog een poging te wagen, vond hij. Zo groeide het partijcongres uit tot een beauty contest, waarbij vijf kandidaten louter mannen proberen met aanwending van al hun retorische gaven indruk te maken op de partijleden.

Het zijn namelijk nog altijd de circa 300.000 leden, die het laatste woord hebben. Howards voorstel de keus te laten aan de Tory-parlementariërs omdat die volgens hem beter aanvoelen wie Labour kan verslaan, werd door de leden verworpen. De parlementariërs mogen nu eerst twee favorieten aanwijzen, waarna de leden in november de keuze maken.

De race is na het congres nog volkomen open. Vier van de vijf kandidaten gelden als serieuze kanshebbers. Konden we alle goede kwaliteiten van de kandidaten maar in één persoon verenigen, mijmerde de eveneens mislukte oud-partijleider William Hague (1997-2001). De harde werkelijkheid is dat de kandidaten stuk voor stuk stromingen vertegenwoordigen, die het al jaren fundamenteel met elkaar oneens zijn.

Om te beginnen is er oud-minister Kenneth Clarke. Op het eerste gezicht geen vanzelfsprekende keus. Hij is al 65, lobbyist voor een tabaksconcern en schuwt politiek incorrecte standpunten niet. Onverstoorbaar nam hij in 1999 met premier Tony Blair zitting in de pressiegroep Britain in Europe, die zich inzette voor nauwere banden tussen het Verenigd Koninkrijk en de rest van Europa. Zo mogelijk nog onvergeeflijker in de ogen van veel Tories is dat hij zich in het verleden lovend over de euro heeft uitgelaten. De oorlog in Irak? Als een van de weinige Tories stemde hij tegen de inval.

De joviale Clarke heeft al twee keer eerder een vergeefse gooi naar het leiderschap gedaan. ,,Jongens, wat hebben jullie me een tijd laten wachten'', grapte hij in zijn congresrede. Clarke's sterke punt is dat hij als oud-minister van onder meer Financiën zeer ervaren is. Zijn aanhangers hameren erop dat de meeste Britten hem volgens opiniepeilingen zien als de enige Tory die de dominantie van Labour kan doorbreken.

Clarke's voornaamste concurrent leek tot dusverre de 56-jarige David Davis, de schaduwminister van Binnenlandse Zaken. Davis, van bescheiden komaf en een voormalige commando, had vooraf veel steunbetuigingen van medeparlementariërs gekregen. Hij hoort tot de rechtervleugel en legt veel nadruk op orde en discipline. Maar hij verloor gisteren veel krediet met een matte toespraak, waarvoor hij amper de handen op elkaar kreeg. Een doodzonde in dit land, waar redevoeringen tot een kunst zijn verheven. Is dit de inspirerende leider die we zoeken, vroegen velen zich bezorgd af.

Het omgekeerde gebeurde met de jonge David Cameron (38), die sinds kort schaduwminister van Onderwijs is. Zijn kandidatuur werd aanvankelijk niet erg serieus genomen. Maar dinsdag hield hij, geheel uit het hoofd, een bezielende toespraak over modern conservatisme met compassie. Het leverde hem een minutenlange staande ovatie op. In één klap was hij de smaakmaker van de conferentie geworden. Cameron, die onmiskenbaar over charisma beschikt, doet een beetje denken aan Blair: ambitieus en brandend van verlangen om de partij stevig op te schudden. Met harde rechtse standpunten win je de verkiezingen niet, beseft hij. Camerons grootste handicap is dat hij nog zo onervaren is.

De meest rechtse kandidaat is Liam Fox, schaduwminister van Buitenlandse Zaken. Hij hield gisteren een anti-Europese toespraak met een lofzang op de oude soevereine staat. ,,We moeten de trots herstellen op wat het betekent om Brits te zijn.'' Het ging er in als koek. Toch betwijfelen de meeste waarnemers of Fox, voorheen huisarts, het zal redden tot de laatste ronde. Ten slotte is er oud-minister van Buitenlandse Zaken Sir Malcolm Rifkind. Ook hij hield een bevlogen rede, waarin hij stelde dat de partij zich weer op het hele land moest richten. Maar weinigen zien de stijve Rifkind als de toekomstige leider van de partij.

De meeste leden verlieten vandaag Blackpool opgewekter dan ze gekomen waren. Bittere debatten over Europa, lang een splijtzwam in de partij, bleven ditmaal uit. Weliswaar hebben ze nog geen nieuwe leider, maar de levendigheid van het congres bewees dat de partij allerminst ter ziele is. ,,Het is waar dat onze partij op veel manieren moet veranderen'', erkende Hague. ,,Maar defaitisme is niet terecht.'' De Conservatieve Partij heeft in de 19de en 20ste eeuw keer op keer bewezen dat ze zichzelf kan hervormen. ,,De geschiedenis staat aan onze kant'', verzekerde hij het congres. Voor elke rechtgeaarde conservatief een geruststellende wetenschap.